PSA-screening leidt niet tot minder metastasen of een lagere prostaatkankerspecifieke sterfte bij mannen ≥ 55 jaar met comorbiditeit. Bij mannen van 55-69 jaar zonder comorbiditeit was dit effect wel zichtbaar, zo blijkt uit Nederlands onderzoek.
De ERSPC Rotterdam Study Group onderzocht of het effect van PSA-gebaseerde screening op prostaatkankerspecifieke sterfte verschilt tussen mannen met en zonder comorbiditeit op baseline. Hiervoor werd 21 jaar aan follow-updata uit het Rotterdamse deel van de European Randomized Study of Screening for Prostate Cancer (ERSPC) gebruikt. In deze studie werd elke 4 jaar een PSA-test aangeboden. Comorbiditeit werd bij randomisatie vastgesteld met een zelfrapportagevragenlijst en gedefinieerd als geen versus ≥ 1. De cumulatieve incidenties van metastasen en prostaatkankerspecifieke mortaliteit werden geschat voor beide comorbiditeitsgroepen, rekening houdend met concurrerende risico’s. Ook werden de incidentieratio’s van screening versus controle geschat, gecorrigeerd voor leeftijd bij randomisatie. De primaire analyses werden uitgevoerd bij mannen van 55 tot 69 jaar; mannen ≥ 70 jaar werden afzonderlijk geanalyseerd.
Na 21 jaar verschilden de risico’s op metastasen (RR 0,87; 95%-BI 0,64-1,17) en prostaatkankerspecifieke mortaliteit (RR 1,09; 95%-BI 0,76-1,56) bij mannen met comorbiditeit op baseline niet significant tussen de screenings- en controlegroep. Bij mannen zonder comorbiditeit waren de risico’s op metastasen (RR 0,62; 95%-BI 0,52-0,72) en prostaatkankerspecifieke mortaliteit (RR 0,67; 95%-BI 0,54-0,83) lager in de screeningsgroep dan in de controlegroep. De absolute risicoreductie voor prostaatkankerspecifieke mortaliteit bedroeg 5,4 per 1.000 mannen (95%-BI 2,4-8,2). Bij mannen ≥ 70 jaar werd geen verschil in prostaatkankerspecifieke mortaliteit waargenomen, ongeacht de aanwezigheid van comorbiditeit op baseline.
Bron: