Van poliepdetectie tijdens colonoscopie tot AI-‘agents’ die klinische taken uitvoeren: AI ontwikkelt zich snel binnen de gastro-enterologie. Volgens arts en wetenschapper Jakob Nicholas Kather, verbonden aan de Heidelberg University (Duitsland), ligt de uitdaging inmiddels niet zozeer meer in de technologische mogelijkheden, als wel vooral in de implementatie in de klinische praktijk.1
Kather schetste eerst de ontwikkeling van AI: van klassieke AI (modellen gericht op 1 specifieke taak) naar generatieve AI, zoals ‘large language models’ (LLM’s) en AI-‘agents’ die zelfstandig meerdere stappen kunnen uitvoeren. Klassieke AI wordt in de gastro-enterologie al ingezet voor onder meer poliepdetectie en het kwantificeren van leverfibrose. Nieuwere AI-modellen bieden mogelijkheden voor prognostiek en het selecteren van patiënten voor klinische onderzoeken.
De hype
“AI wordt heel snel beter, en daar begint de hype”, zei Kather. “Onze manier van werken is door LLM’s en AI-‘agents’ in korte tijd flink veranderd. In de softwareontwikkeling zijn het bijvoorbeeld AI-‘agents’, en geen mensen meer, die computercodes schrijven.” Deze toenemende mogelijkheden brengen echter ook risico’s met zich mee. Kather wees op recente voorbeelden van autonome AI-‘agents’ die cyberaanvallen uitvoerden of in korte tijd complexe wiskundige problemen oplosten. “Dit laatste heeft de wiskunde volledig veranderd en roept de vraag op of ons vakgebied als volgende aan de beurt is.” Volgens hem loopt het echter niet zo’n vaart. Menselijke betrokkenheid blijft voorlopig onmisbaar bij medisch onderzoek, omdat dit vaak experimenten met biologisch materiaal en onderzoek bij patiënten vereist.
Veilige implementatie
Volgens Kather is AI al onderdeel van de dagelijkse klinische zorg: zowel artsen als patiënten gebruiken toepassingen zoals ChatGPT en Claude. De vraag is daarom niet óf AI moet worden ingezet, maar hoe dat verantwoord kan gebeuren. Daarvoor zijn klinisch bewijs, richtlijnen en scholing nodig, evenals samenwerking tussen AI-specialisten en klinische onderzoekers. Ook moeten ziekenhuizen zorgen voor veilige toegang tot patiëntgegevens, geschikte digitale infrastructuur en duidelijke afspraken over het gebruik van AI. Beroepsverenigingen, waaronder de United European Gastroenterology (UEG), kunnen hierin een belangrijke rol spelen, besloot Kather.
Bron:
Kather JN. Artificial intelligence and digital health in digestive diseases: from hype to implementation. UEG Week 2026; IP199.