Ruggenmergletsel speelt een belangrijke rol in de ontwikkeling van ziekteprogressie en invaliditeit bij mensen met multipele sclerose (MS). Toch is er nog relatief weinig bekend over laesies in deze regio. Een nieuwe studie vergeleek in-vivoscans van het ruggenmerg met post-mortemscans met een ultrahoge resolutie, en kwam tot een zorgwekkende conclusie.
Een Amerikaans-Zwitsers onderzoeksteam bediende zich van een 9,4 T MRI-apparaat om post-mortemscans te maken van het ruggenmerg met een ultrahoge resolutie. Ze gebruikten hiervoor volledige ruggenmergpreparaten van 18 patiënten met MS, van wie er 15 een progressieve vorm hadden. De scans waren T2*-gewogen met gebruik van gadoliniumhoudend contrastmiddel. Op basis van deze beelden selecteerden de onderzoekers laesies in het ruggenmerg van 3 patiënten. In de weefselmonsters maakten ze vervolgens met verschillende immunohistochemische technieken myeline, axonen, bloedvaten en immuuncellen zichtbaar.
Van 9 patiënten met MS uit dezelfde steekproef hadden de onderzoekers ook MRI-scans die bij leven waren gemaakt met behulp van 1,5 of 3 T MRI-apparaten. De onderzoekers bepaalden de sensitiviteit van de in-vivoscans voor de identificatie van ruggenmerglaesies, met de post-mortemscans als gouden standaard.
De post-mortemscans bevatten 823 laesies. Deze kwamen ongeveer evenveel voor in het cervicale, thoracale en lumbale ruggenmerg en minder vaak in het caudale deel. In 91% van de laesies was de witte stof duidelijk aangetast. Op de scans lag 79% van de laesies in de buurt van een of meer venen, bij weefselonderzoek bleek dit zelfs 100% te zijn. Verder toonden de post-mortemscans paramagnetische randen bij ongeveer een kwart van de laesies. Immunohistochemie liet zien dat het voornamelijk gemengd actieve en inactieve laesies waren, met voortschrijdende demyelinisatie. Bij 76% van de laesies was er sprake van remyelinisatie.
Tot slot bleek de sensitiviteit van de in-vivoscans laag: rond de 0,20. Dit onderstreept volgens de onderzoekers de behoefte aan verbeterde beeldvorming van het ruggenmerg.
Bron: