Het is nog niet precies bekend in hoeverre de prenatale metabole omgeving bijdraagt aan het risico op de ontwikkeling van MS. Uit een Zweeds cohortonderzoek onder ruim 1,5 miljoen geboortes blijkt dat de nakomelingen van moeders die vroeg in de zwangerschap een verhoogde BMI hadden, meer kans hebben op MS later in het leven.
Onderzoekers van het Karolinska-instituut in Stockholm gebruikten de registergegevens van vrijwel alle kinderen die tussen 1992 en 2008 als eenling in Zweden geboren zijn. Ze volgden deze ruim 1,5 miljoen personen tot en met eind 2025 en stelden vast of zij als kind of volwassene MS hadden ontwikkeld, met als criterium een MS-gerelateerde ICD-10-code op minimaal 3 momenten. De BMI van de moeder bij de eerste zwangerschapscontrole werd ingedeeld in vier verschillende categorieën: ondergewicht (< 18,5 kg/m2), normaal gewicht (18,5-24,9), overgewicht (25,0-29,9) en obesitas (≥ 30,0). Met statistische analyses relateerden zij de BMI van de moeder aan wel of geen diagnose MS bij het kind, waarbij ze corrigeerden voor een groot aantal kenmerken van de moeder, zoals leeftijd, opleidingsniveau en rookstatus.
Tijdens de follow-upperiode kregen 1539 nakomelingen MS, op een mediane leeftijd van 24 jaar. Overgewicht en obesitas van de moeder tijdens de zwangerschap waren geassocieerd met een hoger risico op MS bij de nakomelingen, met gecorrigeerde hazard ratio’s van respectievelijk 1,20 (95%-BI 1,05–1,37) en 1,35 (95%-BI 1,11–1,64). De onderzoekers vonden bewijs voor een dosis-responsrelatie, waarbij een BMI-toename van 1 bij de moeder gepaard ging met een 3 tot 4% hogere kans op MS bij de nakomeling. Dit hogere risico bleef bestaan wanneer alleen werd gekeken naar voldragen zwangerschappen, waarbij de kinderen een normale lengte hadden voor hun leeftijd en de moeders geen diabetes, hypertensie en pre-eclampsie hadden.
Bron: