Ter voorkoming van botbreuken en andere skeletgerelateerde complicaties is behandeling met denosumab eenmaal per 12 weken even effectief als de huidige standaard van toediening eenmaal per 4 weken. Dat blijkt uit de Zwitserse fase III SAKK 96/12 REDUSE-studie, die was opgezet om non-inferioriteit van de beide behandelschema’s aan te tonen.1
Denosumab wordt momenteel standaard iedere 4 weken toegediend aan patiënten met botmetastasen. Eerder onderzoek liet al zien dat een ander botbeschermend middel, zoledroninezuur, veilig in een 12-wekelijks schema kan worden toegediend. Prospectief onderzoek naar een lagere doseringsfrequentie van denosumab ontbrak echter nog.
De onderzoekers randomiseerden 1.380 patiënten met gemetastaseerd mammacarcinoom of gemetastaseerd castratieresistent prostaatcarcinoom en minimaal 3 botmetastasen. Patiënten kregen ofwel denosumab 120 mg iedere 4 weken, of 4 initiële doses om de 4 weken gevolgd door onderhoudsbehandeling eenmaal per 12 weken. Het primaire eindpunt was de tijd tot het eerste symptomatische skeletgerelateerde event (symptomatische pathologische fractuur, bestraling of chirurgie van het skelet, of ruggenmergcompressie). Patiënten werden niet routinematig gescreend op fracturen.
Na een mediane follow-up van 37 maanden was er nauwelijks verschil in de tijd tot een eerste skeletgerelateerd event: 56,6 maanden in de standaardarm versus 56,5 maanden in de 12-wekelijkse arm. Het minder intensieve schema ging wel gepaard met minder toxiciteit. Hypocalciëmie trad op bij 30% van de patiënten die eenmaal per 12 weken werden behandeld, tegenover 46% in de standaardarm. Bovendien duurde het langer voordat hypocalciëmie optrad (HR 0,70). Osteonecrose van de kaak werd gezien bij respectievelijk 6,9% en 8,5% van de patiënten. De totale overleving was vergelijkbaar: 40,6 maanden in de 12-wekelijkse arm versus 43,8 maanden in de standaardarm.
De onderzoekers berekenden dat invoering van een 12-wekelijks doseringsschema de geneesmiddelkosten voor denosumab in Zwitserland met circa 53% zou kunnen verlagen.
Bron: