Na het doormaken van een virale encefalitis krijgen veel patiënten last van cognitieve stoornissen. Er is nog weinig bekend over de ontwikkeling van deze klachten tijdens het eerste jaar na de acute fase, waarin problemen eventueel kunnen verergeren door het ontstaan van secundaire auto-immuunencefalitis. Een onderzoek uit het Amsterdam UMC geeft meer inzicht.
De ARISE-studie is een prospectief, observationeel cohortonderzoek waarin patiënten zijn gevolgd na een opname in het Amsterdam UMC vanwege een virale encefalitis. Alle patiënten waren minimaal 16 jaar oud, hadden een bevestigde virale ziekteverwekker en in hun voorgeschiedenis kwamen geen cognitieve stoornissen, neurochirurgie of neuro-implantaten voor.
Tussen 2020 en 2024 werden 8 patiënten met virale encefalitis geïncludeerd, van wie er 1 tijdens de opname overleed. Promovenda Norine van Andel gebruikte diverse vragenlijsten en een cognitieve testbatterij, de COGBAT, om de cognitieve functies van de overige 7 patiënten te meten op verschillende momenten na de ziekenhuisopname: na 1, 4 en 12 weken, en na 1 jaar. Ook gebruikte ze bloedmonsters en liquor die was overgebleven van de diagnostische lumbaalpunctie, voor onder andere een bepaling van de aanwezigheid van auto-antilichamen.
Uit een analyse van de cognitieve testbatterijgegevens 4 en 12 weken na de opname bleek dat patiënten vooral slechtere scores hadden op informatieverwerkingssnelheid, kortetermijngeheugen en alertheid. Een subjectieve cognitieve test, de CLCE, toonde aan dat patiënten een jaar na de opname voornamelijk last hadden van een lagere informatieverwerkingssnelheid en problemen met het kortetermijngeheugen. Een verminderde aandacht was kort na de acute fase nog het meest voorkomende knelpunt, maar dit verbeterde in de loop van de tijd. Bij geen van de patiënten waren auto-antilichamen aanwezig, waarbij de laatste bepaling plaatsvond in een bloedmonster van 12 weken na de opname.
Concluderend resulteert virale encefalitis voornamelijk in problemen in informatieverwerkingssnelheid, kortetermijngeheugen, alertheid en aandacht, waardoor het dagelijks functioneren een jaar na de opname nog wordt belemmerd.
Bron: