Bij mensen met hiv die langdurig met moderne antiretrovirale therapie worden behandeld en een stabiele nuchtere glucose en body mass index hebben, veranderde de cellulaire samenstelling van het subcutane vetweefsel over 4 jaar nauwelijks. Wel nam het aandeel perivasculaire macrofagen af en namen inflammatoire niet-klassieke monocyten vaak toe, wat kan passen bij veroudering.1
Mensen met hiv (PWH) ontwikkelen vaker metabole aandoeningen dan de algemene populatie. Veranderingen in subcutaan vetweefsel zouden deze verhoogde cardiometabole kwetsbaarheid mede kunnen verklaren. Eerder is gerapporteerd dat PWH met glucose-intolerantie in subcutaan vetweefsel minder perivasculaire macrofagen en meer CD4+-T-cellen hadden. Pryke et al. onderzochten nu of subcutaan vetweefsel bij PWH op langdurige, stabiele antiretrovirale therapie (ART) over tijd verschuift richting een meer insulineresistent/inflammatoir profiel, en of dit samenhangt met veranderingen in de body mass index (BMI) en het nuchtere bloedglucose.
In deze longitudinale analyse werden 23 virologisch gesupprimeerde PWH gevolgd. Baseline was de mediane leeftijd 47 jaar en de mediane BMI 33,9; 30% identificeerde zich als wit. Subcutaan vetweefselbiopten werden afgenomen bij de start en na 4 jaar. De resultaten toonden aan dat de BMI over 4 jaar minimaal daalde (–0,3) en de nuchtere bloedglucose licht steeg (+9 mg/dl). Op hoofdlijnen bleef de cellulaire compositie stabiel: de proporties endotheelcellen, vasculaire gladde spiercellen en adipose stem-/progenitorcellen veranderden niet, en er was geen overtuigend verband tussen veranderingen in nuchtere bloedglucose of BMI en verschuivingen in cellulaire compartimenten. Tegelijkertijd zagen de onderzoekers wel een specifieke myeloïdeverschuiving: perivasculaire macrofagen namen af, terwijl het aantal niet-klassieke monocyten toenam. Dit patroon kan passen bij een verlies van lokale, homeostatische regulatie (minder perivasculaire macrofagen) en een toename van inflammatoire activatie (meer niet-klassieke monocyten), mogelijk door veroudering of andere (nog onbekende) factoren bij PWH ondanks langdurige suppressieve ART. Grotere cohorten, een langere follow-up en een vergelijking met hiv-negatieve controles zijn nodig om de klinische consequenties te duiden.
Bron:
Pryke LA, Wanjalla CN, Kropski JA, et al. Longitudinal changes in adipose tissue cellular composition in people with HIV on stable ART. CROI Congress 2026, abstract 684.