In de COPERNICOS-studie konden patiënten met ernstige COPD toe met minder inhalatiecorticosteroïden (ICS) door het gebruik ervan op aantallen eosinofielen te baseren (EGT). De kans op ernstige exacerbaties en overlijden steeg hierdoor niet.1 Ook waren er geen extra systemische corticosteroïden nodig.
Dit onderzoek werd ingegeven door het feit dat ICS bij COPD het risico op bijwerkingen vergroten. COPERNICOS (COPD-eosinophil-guided reduction of inhaled corticosteroids) was een landelijk Deens, gerandomiseerd non-inferioriteitsonderzoek met open label van 1 jaar. De 444 deelnemers hadden de voorgaande 2 jaar COPD GOLD E of een FEV1 van < 30%. Ze werden 1:1 gerandomiseerd naar een EGT-strategie of naar het continueren van triple-therapie (3x per week 500 mg) gedurende 1 jaar. Voor de EGT-groep gold per 3 maanden een ‘aan/uit’-principe. Dit wil zeggen dat de eosinofielen in bloed om de 3 maanden werden gemeten. Was het aantal < 0,3 × 109 cellen/l, dan werd de ICS-behandeling stopgezet.
De 444 geïncludeerde deelnemers hadden een gemiddelde leeftijd van 72 jaar; 51% was vrouw. De gemiddelde FEV1 was 0,89. Na 1 jaar was het risico op ernstige exacerbaties of mortaliteit ongeacht de oorzaak in de EGT-groep niet significant verhoogd: incidentieratio 1,06 (95%-BI 0,69-1,62; p = 0,77). Non-inferioriteit kon formeel evenwel niet worden aangetoond. In de EGT-groep was de dagelijkse, budesonide-equivalente ICS-dosis 28% lager: 502 µg (95%-BI 35-692 µg) versus 696 µg (95%-BI 696-800 µg) bij voortzetting van de drievoudige therapie (p < 0,001). Het gebruik van systemische steroïden bleef gelijk: 0,51 mg in beide groepen (p = 0,50). De kans op pneumonie was vergelijkbaar in beide groepen.
Bron:
- Bonnesen B, Ronn C, Alispahic IA, et al. Eosinophil guided therapy for severe COPD – a randomised controlled trial for inhaled corticosteroid treatment (the COPERNICOS trial). ERS 2026, presentation 300.