Interimanalyse naar povetacicept bij IgA-nefropathie

Delen via:
ASN 2026

Richard Lafayette (Stanford University Medical Center) presenteerde in een Late-Breaking Research Oral resultaten van een tussentijdse analyse van de fase III-studie RAINIER. Na 36 weken leidde behandeling met povetacicept tot een klinisch en statistisch significante afname van proteïnurie, Gd-IgA1 en hematurie in vergelijking met placebo. Het middel werd bovendien goed verdragen.1

In deze lopende fase III-studie worden de effectiviteit en veiligheid van povetacicept – een remmer van zowel B cell activating factor (BAFF) als a proliferation inducing ligand (APRIL) – onderzocht bij volwassenen met biopsiebewezen IgA-nefropathie en een geoptimaliseerde standaardbehandeling. In het hoofdcohort werden 557 deelnemers gerandomiseerd naar behandeling met 80 mg povetacicept (n = 371) of een placebo (n = 186), elke 4 weken subcutaan toegediend. De vooraf gespecificeerde tussentijdse analyse na 36 weken omvatte 199 deelnemers, waarvan er 131 povetacicept ontvingen en 68 de placebo. Het primaire eindpunt van deze interimanalyse was de verandering ten opzichte van de baseline in de 24-uurs eiwit-creatinineratio in urine (24u-UPCR) op week 36. Bij povetacicept daalde de 24u-UPCR met 52,0%, bij placebo met 4,3%. Het voor placebo gecorrigeerde behandeleffect van 49,8% (95%-BI 39,2-58,6; p < 0,0001) was consistent in alle onderzochte subgroepen. Bovendien bereikten meer deelnemers (42,2%) in de povetacicept-groep een 24u-UPCR < 0,5 g/g dan in de placebogroep.

Verder daalden de spiegels van galactose-deficiënt IgA1 (Gd-IgA1) significant bij gebruik van povetacicept (–77,4%), terwijl ze in de placebogroep stegen (+9,1%; behandeleffect 79,3%; 95%-BI 75,9-82,2; p < 0,0001). Bij deelnemers die op de baseline hematurie vertoonden, verdween deze bij 85,1% in de povertacicept-groep, vergeleken met 23,4% in de placebogroep (behandeleffect 61,7%; 95%-BI 44,9-78,4; p < 0,0001). Povetacicept werd over het algemeen goed verdragen; bijwerkingen (75,0 vs. 78,4%) en ernstige bijwerkingen (3,0 vs. 4,3%) kwamen ongeveer evenveel voor in beide studiearmen. Deze resultaten werden tegelijkertijd gepubliceerd in het New England Journal of Medicine.2

Bronnen:

  1. Lafayette RA, Zhang H, Han SH, et al. Povetacicept for treatment of IgA nephropathy: RAINIER phase 3 interim efficacy and safety analysis (IA). ASN Kidney Week 2026, abstract SA-OR076
  2. Barratt J, Zhang H, Han SH, et al. Interim analysis of a phase 3 trial of povetacicept in IgA nephropathy. N Engl J Med. 2026. Online ahead of print. https://doi.org/10.1056/NEJMoa2608682