Mensen met hiv die voor kanker worden behandeld, hebben rond de start van de kankerbehandeling een duidelijke CD4-daling, die jarenlang kan aanhouden. Het effect lijkt vooral uitgesproken bij patiënten met hoofd-halskanker en bij mensen die met radiotherapie worden behandeld.1
Nu mensen met hiv (PWH) een vrijwel normale levensverwachting hebben, is kanker bij hen een belangrijke niet-aidsgerelateerde doodsoorzaak. Tegelijk zijn er zorgen dat oncologische behandeling de immuunstatus kan ondermijnen. In een retrospectief cohortonderzoek uitgevoerd in 1 centrum werd onderzocht hoe kankertype en behandelmodaliteit samenhangen met CD4- en viral load bij PWH. Onderzoekers includeerden alle PWH die tussen 2016 en 2022 voor kanker behandeld werden in het Yale New Haven Hospital (n = 283). De gemiddelde leeftijd bij diagnose was 58 jaar en 32% was vrouw. Ten tijde van de kankerdiagnose was 89% van de deelnemers virologisch onderdrukt. De gemiddelde baseline CD4 was ongeveer 500 cellen/µl. De meest voorkomende niet-aidsdefiniërende tumoren waren long-, prostaat-, hoofd-hals-, anale en mammacarcinomen. Na de start van de oncologische behandeling trad een duidelijke CD4-daling op. Gemiddeld nam het CD4-aantal in het eerste jaar met 88 cellen/µl af. De daling was het sterkst bij PWH met hoofd-halskanker (–223 cellen/µl), gevolgd door PWH met borst- (–189 cellen/µl) en prostaatkanker (–159 cellen/µl). De behandelmodaliteit bleek ook relevant: radiotherapie was geassocieerd met een veel grotere CD4-afname dan geen radiotherapie (–167 cellen/µl versus +6 cellen/µl; p < 0,0001) en met een trager herstel. Chemotherapie en chirurgie lieten in deze ongecorrigeerde analyses geen vergelijkbaar uitgesproken effect zien.
Herstel van CD4 naar 80% van de waarde zoals die op baseline was, duurde mediaan 184 dagen. Toch had ongeveer 25% van de patiënten na 2 jaar dit herstel nog niet bereikt. Bij patiënten die bij aanvang virologisch onderdrukt waren, werd binnen 2 jaar na hun kankerdiagnose geen verlies van virale controle gezien. Dit onderzoek benadrukt dat vooral in de eerste 6 tot 9 maanden na de start van kankertherapie – en met name bij radiotherapie – intensieve CD4-monitoring zinvol is, met aandacht voor infectiepreventie en tijdige ondersteuning.
Bron:
- Waddell LM, Gan G, Deng Y, et al. Impact of cancer treatment on immune status in people living with HIV. CROI Congress 2026, abstract 636.