Minder kans op recidief van keloïd met deze 4 behandelopties

Delen via:
EADV 2026

Na het verwijderen van een keloïd is de kans op recidief gemiddeld 71%.1,2 Brian Berman, emeritus hoogleraar dermatologie aan de University of Miami (Verenigde Staten) en expert op het gebied van keloïd, presenteert 4 manieren om die kans te verkleinen.3

1. Oppervlakkige radiotherapie (SRT)

In retrospectief onderzoek is gekeken naar 96 keloïden bij 61 patiënten.4 Na excisie volgde oppervlakkige bestraling in 3 fracties van 6 Gy op de eerste 3 postoperatieve dagen. Het bestralingsveld omvatte de hechtingslijn, met een marge van 5 mm. Binnen 12 maanden trad bij 10 keloïden (10,4%) recidief op; 5 daarvan waren klinisch relevant.

2. Imiquimod na excisie

Imiquimod stimuleert de lokale productie van interferon-alfa, dat mogelijk de overmatige collageenproductie door keloïdfibroblasten tegengaat. In een studie uit 2018 zijn 41 keloïden (5-50 mm) bij 25 patiënten verwijderd en is de basis gecuretteerd.5 Vanaf 24 uur na de ingreep smeerden zij dagelijks imiquimod 5% gedurende 8 weken. Van de 20 keloïden op de oren trad er bij 3 een recidief op binnen 12 maanden (15%), en bij 4 binnen 5 jaar (20%).5 Patiënten ervaarden wel een brandende sensatie, naast pijn, jeuk en korsten.

3. Intralaesionaal botulinetoxine

Een gerandomiseerd onderzoek heeft bij 50 patiënten botulinetoxine A (n = 22, 26 keloïden) vergeleken met 5-fluorouracil (5-FU, n = 22, 27 keloïden); de andere 6 kregen beide behandelingen.6 Botulinetoxine gaf vaker een afvlakking van de laesies: 58,8% tegenover 31,4% met 5-FU. Ook grote keloïden reageerden goed. Bovendien ging botulinetoxine gepaard met minder bijwerkingen, pijn, jeuk en recidieven. Hyperpigmentatie kwam in deze groep niet voor.

4. Orale preventie

Van pentoxifylline is in vitro aangetoond dat het de proliferatie van fibroblasten en de collageensynthese remt. In een retrospectieve analyse over 10 jaar zijn de gegevens van 25.036 volwassen patiënten met perifeer vaatlijden die pentoxifylline gebruikten, vergeleken met die van 589.961 niet-gebruikers met dezelfde aandoening.7 Het gebruik van pentoxifylline hing samen met een lager risico op keloïdvorming (HR 0,711; 95%-BI 0,529-0,956). Dit orale medicijn verdient dan ook meer klinisch onderzoek.

Bronnen:

  1. Shaffer JJ, Taylor SC, Cook-Bolden F. Keloidal scars: a review with a critical look at therapeutic options. J Am Acad Dermatol. 2002;46(2 Suppl Understanding):S63-97.
  2. Lawrence WT. In search of the optimal treatment of keloids: report of a series and a review of the literature. Ann Plast Surg. 1991;27:164-78.
  3. Berman B. What’s new in the treatment of scars. EADV 2026, oral presentation D2T07.3D.
  4. Berman B, Nestor MS, Gold MH, et al. A retrospective registry study evaluating the long-term efficacy and safety of superficial radiation therapy following excision of keloid scars. J Clin Aesthet Dermatol. 2020;13(10):12-6.
  5. Frias J, Vargas R, Paez E, et al. Effects of imiquimod 5% cream in the prevention of excised keloid recurrence. Skin. 2018;2:44-6.
  6. Ismail SA, Mohammed NHK, Sotohy M, et al. Botulinum toxin type A versus 5-fluorouracil in treatment of keloid. Arch Dermatol Res. 2021;313:549-56.
  7. Adler R, Kozlov M, Ahmed F, et al. Pentoxifylline and long-term risk of keloid formation: a real-world 10-year outcomes study using TriNetX. J Am Acad Dermatol. 2026;94:1561-63.