In de McDonald-criteria voor MS uit 2024 is de oogzenuw toegevoegd als vijfde regio voor de bepaling van spreiding. Deze zenuw kan beschadigd zijn zonder klinisch gedocumenteerde episode van neuritis optica. Nieuw onderzoek richt zich daarom op diagnostische criteria die zowel symptomatische als asymptomatische schade betrouwbaar kunnen vaststellen.1
Onderzoekers uit Italië bestudeerden diagnostische criteria verkregen met 3 verschillende modaliteiten: spectraaldomein-optische coherentietomografie (OCT), ‘visual evoked potentials’ (VEP’s) en MRI-scans inclusief ‘double inversion recovery’-sequenties (DIR). De criteria uit OCT-scans zijn gebaseerd op significante verschillen tussen beide ogen in de dikte van 2 delen van het netvlies. De VEP-gegevens geven informatie over een verlengde P100-latentietijd en een verminderde amplitude. Het laatste bestudeerde diagnostische criterium was de aanwezigheid van hyperintensiteit op 2 opeenvolgende MRI-scans met DIR.
De Italianen voerden een retrospectieve cross-sectionele studie uit onder 155 patiënten met relapsing remitting MS (RRMS) en 39 controlepersonen met andere, niet-inflammatoire neurologische aandoeningen. In de MS-arm hadden 50 patiënten (52 ogen) een episode van neuritis optica in de voorgeschiedenis en 105 patiënten (210 ogen) niet. De onderzoekers gebruikten informatie uit de verschillende modaliteiten die verkregen was vlak voor de diagnose.
Uit een analyse van gegevens van patiënten met MS en neuritis optica in de voorgeschiedenis bleek dat een multimodale benadering, met als criterium ≥ 1 afwijking in VEP, OCT of MRI, de beste resultaten opleverde. Bij deze aanpak was de sensitiviteit 0,96 en de specificiteit 0,88. Een analyse van de gegevens van MS-patiënten zonder eerder doorgemaakte neuritis optica leverde de meeste afwijkingen op, al konden foutpositieve resultaten niet worden uitgesloten. In deze groep werd vaak (82%) in slechts 1 modaliteit een afwijking gevonden.
De onderzoekers concluderen dat de 3 modaliteiten complementaire informatie opleveren, wat een multimodale aanpak nuttig maakt.
Bron: