IBI363, een bispecifiek antilichaam gericht tegen PD-1 en IL-2α, lijkt een veelbelovende behandeling voor patiënten met immuuntherapieresistent niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC). Dat suggereren de resultaten van een fase I-onderzoek die werden gepresenteerd tijdens ASCO 2026.1
Patiënten met gevorderd NSCLC die progressie vertonen na immuuntherapie hebben beperkte behandelopties. IBI363 is een zogenoemd PD-1/IL-2α-bias bispecifiek fusie-eiwit dat zowel de PD-1/PD-L1-signaalroute blokkeert als de IL-2-route activeert. Verondersteld wordt dat activatie van IL-2-receptoren de activiteit van tumorspecifieke T-cellen versterkt.
Het Chinese onderzoek includeerde 136 patiënten met gevorderd NSCLC. Deze patiënten waren zwaar voorbehandeld; 72% had ten minste 2 eerdere behandellijnen ondergaan, waaronder veelal immuuntherapie. Het onderzoek omvatte 67 patiënten met plaveiselcelcarcinoom en 66 patiënten met adenocarcinoom. Zij werden behandeld met doseringen rond 1 mg/kg (0,6-1,5 mg/kg eenmaal per 2 of 3 weken) of met 3 mg/kg eenmaal per 3 weken.
Na een mediane follow-up van 14,4 maanden werd in de groep met plaveiselcelcarcinoom die 3 mg/kg kreeg een bevestigde objectieve responsratio (cORR) gezien bij 36,7% van de patiënten. Bij de lagere doseringen bedroeg de cORR 25,9%. In de adenocarcinoomgroep waren de responspercentages respectievelijk 24,0% en 13,8%.
De mediane progressievrije overleving bedroeg bij patiënten met plaveiselcelcarcinoom 10,1 maanden met 3 mg/kg en 5,5 maanden met de lagere doseringen. In de adenocarcinoomgroep was dit respectievelijk 4,2 en 2,7 maanden. De mediane totale overleving (OS) bedroeg respectievelijk 18,2, 12,5, 15,2 en 17,5 maanden.
Daarnaast werd een verschil gezien tussen rokers en niet-rokers. In de groep met EGFR-wildtype adenocarcinoom bedroeg de mediane OS 23,4 maanden bij patiënten met een rookgeschiedenis, tegenover 11,5 maanden bij niet-rokers.
Het veiligheidsprofiel werd als beheersbaar beoordeeld. De meest voorkomende bijwerkingen waren artralgie, anemie en huiduitslag.
IBI363 wordt inmiddels onderzocht in een fase III-onderzoek bij patiënten met NSCLC die eerder zijn behandeld met chemo-immunotherapie.
Bron: