Tijdens het ERS-congres van 2026 in Barcelona werden de hoofdlijnen van een nieuwe Europese richtlijn van de ERS en de ESRS (European Sleep Research Society) gepresenteerd voor behandeling met CPAP (Continuous Positive Airway Pressure) bij volwassenen met obstructieve slaapapneu (OSA).1 Deze richtlijn was op dat moment gereed, maar nog niet gepubliceerd.
De ERS/ESRS-richtlijn CPAP bij OSA zal in zijn geheel worden gepubliceerd in het European Respiratory Journal. De hoofdlijnen werden gepresenteerd door prof. dr. Dries Testelmans, longarts uit Leuven (België). Aan bod kwamen de nieuwste wetenschappelijke gegevens, rekening houdend met de diversiteit tussen patiënten en de behoefte aan meer gepersonaliseerde zorg. De richtlijn is samengesteld met behulp van het zogeheten GRADE-proces, waarbij PICO-vragen worden geformuleerd en beantwoord. Er kwamen 7 PICO-kwesties voorbij:
- CPAP kan worden ingezet bij volwassen patiënten met OSA. De effecten op slaperigheid, arousalindex, kwaliteit van leven en bloeddruk maken CPAP waardevoller dan geen behandeling. Het bewijsniveau noemde Testelmans zeer laag. Ook is de vraag eigenlijk te algemeen om nuttig te zijn voor de klinische praktijk. CPAP kan worden gebruikt bij OSA met excessieve slaperigheid overdag (ESD), en bij matig tot ernstig OSA. In beide gevallen kan het in elk geval geen kwaad.
- CPAP kan worden ingezet bij OSA zonder ESD. Wel moeten andere symptomen, comorbide aandoeningen en de ernst van OSA worden meegewogen. Het erg lage bewijsniveau is gestoeld op 3 gerandomiseerde trials.
- CPAP kan worden ingezet bij 65-plussers met OSA, maar dit betreft een zeer heterogene groep. Patiënten met symptomen (zoals slaperigheid/vermoeidheid) hebben er wellicht de meeste baat bij. Het bewijsniveau is matig.
- De vraag of CPAP kan worden ingezet bij vrouwen met OSA, kon door een gebrek aan seksespecifieke data niet worden beantwoord.
- CPAP kan worden ingezet bij patiënten met OSA en (behandelingsresistente) arteriële hypertensie. De resultaten zijn het beste als bij CPAP ook antihypertensiva worden gegeven. Het bewijsniveau is laag.
- Over de inzet van CPAP bij OSA en atriumfibrilleren spreekt de werkgroep geen voorkeur uit: ze kan wel of niet worden gegeven. Het bewijsniveau is wederom zeer laag. Bij milder OSA kan worden afgezien van CPAP; bij ernstiger OSA of met nachtelijk paroxysmaal atriumfibrilleren kan CPAP de voorkeur hebben.
- Ook over CPAP bij OSA en verstoord glucosemetabolisme spreekt de werkgroep geen voorkeur uit. Het bewijsniveau is zeer laag. CPAP kan bij specifieke groepen de voorkeur hebben, zoals vrouwen met zwangerschapsdiabetes.
Bron:
- Testelmans D. New ERS/ESRS clinical practice guideline for continuous positive airway pressure for the treatment of adult obstructive sleep apnoea. ERS 2026, presentation 3376.