Nieuwe ESC-richtlijnen veranderen classificatie en behandeling HF

Delen via:
ESC 2026

De nieuwe European Society of Cardiology-richtlijnen voor hartfalen introduceren belangrijke wijzigingen in de classificatie en behandeling van hartfalen. Zo verdwijnt onder meer de aparte categorie hartfalen met licht verminderde ejectiefractie en wordt sterker ingezet op preventie en vroege behandeling.1 De nieuwe richtlijnen werden gelijktijdig met het ESC-congres gepubliceerd in het European Heart Journal.2

Hartfalen (HF) wordt voortaan ingedeeld in stadia A tot en met D, van patiënten met een verhoogd risico op HF tot patiënten met gevorderd HF. Daarnaast wordt de classificatie op basis van de linkerventrikelejectiefractie (LVEF) vereenvoudigd. De categorie hartfalen met een licht verminderde ejectiefractie (HFmrEF) met een LVEF van 41-49% vervalt. Er blijven 2 fenotypes over: hartfalen met verminderde ejectiefractie (HFrEF; LVEF < 50%) en hartfalen met behouden ejectiefractie (HFpEF; LVEF ≥ 50%). Volgens de European Society of Cardiology (ESC) hebben patiënten met een LVEF van 41-49% een pathofysiologie die vergelijkbaar is met die van patiënten met een lagere LVEF en profiteren zij van dezelfde behandelingen. De term ‘acuut HF’ wordt vervangen door ‘gedecompenseerd HF’.

Verder verdwijnt de term ‘guideline-directed medical therapy’ (GDMT). De richtlijnen onderscheiden nu ‘foundational medical therapy’ (FMT), waarvoor het sterkste bewijs bestaat bij niet-geselecteerde patiënten, ‘additional medical therapy’ (AMT) voor specifieke patiëntengroepen en ‘guideline-directed interventional therapy’ (GDIT), waaronder implanteerbare devices en interventionele behandelingen vallen. Ook zijn verschillende behandeladviezen aangepast. Mineralocorticoïdreceptorantagonisten krijgen een klasse I-aanbeveling bij chronisch HF onafhankelijk van de LVEF. Semaglutide en tirzepatide krijgen een klasse IIa-aanbeveling voor patiënten met HFpEF en obesitas. Daarnaast zijn aanbevelingen opgewaardeerd voor onder meer digoxine/digitoxine, duurzame mechanische circulatoire ondersteuning en transkatheter edge-to-edge repair van de mitralisklep. De nieuwe richtlijnen benadrukken daarmee zowel vroegtijdige preventie als snellere inzet van bewezen therapieën.

Bronnen:

  1. ESC Guidelines for the Management of Heart Failure. ESC Congress 2026.
  2. Køber L, Adamo M, Ruwald A-C, et al. 2026 ESC Guidelines for the management of heart failure. Eur Heart J. 2026:ehag100. doi:10.1093/eurheartj/ehag100.