Bij deelnemers met obesitas of overgewicht en chronische nierschade (CNS) leidde tirzepatide tot een afname van niervet en verbeteringen in lichaamsgewicht, HbA1c, hsCRP, UACR en lipidenwaarden. Dit onderbouwt het mechanisme achter de mogelijke nierbeschermende effecten van tirzepatide, is de conclusie van de Late-Breaking Research Poster van Daniël van Raalte (Amsterdam UMC).1
In de TREASURE-CKD-studie onderzochten Van Raalte en collega’s renale werkingsmechanismen van tirzepatide, een dubbele GIP- en GLP-1-receptoragonist, bij 134 deelnemers met obesitas of overgewicht en CNS, met of zonder diabetes type 2. Zij werden gerandomiseerd naar een wekelijkse dosis tirzepatide (maximaal 15 mg, afhankelijk van de verdraagbaarheid; n = 66) of een placebo (n = 68) gedurende 52 weken.
De hoeveelheid niersinusvet – bepaald met MRI – (primair eindpunt) veranderde niet significant sterker in de tirzepatide-groep dan in de placebogroep. Het vetgehalte in het nierparenchym daarentegen nam met tirzepatide significant sterker af dan met de placebo (–17,6%; p < 0,001), net als het perirenale vetgehalte (–26,4%; p < 0,001). Vergeleken met de placebogroep zagen de onderzoekers in de tirzepatidegroep een sterkere daling van het lichaamsgewicht (–16,4%), significante dalingen van HbA1c (–1,35% met diabetes, –0,52 zonder diabetes), hsCRP (–60,7%) en triglyceriden (–30,3%), en een stijging van het HDL-cholesterol (13,2%) (alle p < 0,001). De eGFRcreat steeg na 52 weken met 3,7 ml/min/1,73 m2 (p < 0,05), terwijl de albumine-creatinineratio in urine (UACR) daalde met 46,6% ten opzichte van de uitgangswaarde.
Bij een subgroep van 36 deelnemers werd met -acetaat-PET/CT-scans het oxidatieve metabolisme (k2) en de koppeling tussen perfusie en oxidatief metabolisme (k2/F) in de nieren beoordeeld. De medullaire k2/F-waarde bleek lager met tirzepatide dan met de placebo (–20,1%; p < 0,05), wat wijst op een betere koppeling tussen perfusie en metabolisme in het niermerg en dus op een efficiënter niermetabolisme.
Bron: