Toevoegen PARP-remmers succesvol bij eerstelijnsbehandeling mCRPC

Delen via:
ASCO GU 2022

Twee studies bij patiënten met gemetastaseerd castratieresistent prostaatcarcinoom laten zien dat het toevoegen van PARP-remmers aan abirateron plus prednison tot een langere radiografische progressievrije overleving in vergelijking met alleen abirateron plus prednison. De PROpel- en de MAGNITUDE-studies onderzochten respectievelijk het toevoegen van olaparib en niraparib.

Deelnemers aan de PROpel-studie waren 796 patiënten met mCRPC. Zij werden gerandomiseerd en behandeld met olaparib of placebo, toegevoegd aan abirateron plus prednison. Bij 28 en 29% van de patiënten in de olaparib-groep en de placebogroep was sprake van homologe recombinatie deficiënties (HRD).

Tijdens ASCO GU toonden de PROpel-onderzoekers dat het primaire eindpunt van de studie – de radiografische progressie overleving – 8 maanden langer was in de olaparib-groep (24,8 vs. 16,6 mnd, HR 0,66). Zowel mannen met als zonder HRD hadden voordeel van het toevoegen van olaparib.

De resultaten van de MAGNITUDE-studie naar het toevoegen van niraparib waren enigszins vergelijkbaar. Dit onderzoek bestond uit twee cohorten mCRPC-patiënten; één met HRD (n = 423) en één zonder (n = 233). In deze studie leidde het toevoegen van niraparib in het HRD-negatieve cohort niet tot een langere rPFS (HR 1,09), maar in het HRD-positieve cohort was er wel een voordeel. De rPFS was in de niraparib-groep 16,6 maanden ten opzichte van 13,7 maanden in de placebogroep (HR 0,73) (abstract #11 en #12).