Longartsen en cardiologen in het Maastricht UMC+ hebben een app ontwikkeld waarmee COPD-patiënten zich thuis kunnen screenen op atriumfibrilleren (AF). Volgens drs. J.M. (Maartje) Hereijgers ondersteunt de app vroege opsporing van AF. “Deze digitale oplossing kan bijdragen aan betere cardiovasculaire uitkomsten bij COPD-patiënten.” Hereijgers is aios Longziekten en doet promotieonderzoek bij Cardiologie en Longziekten van Maastricht UMC+.
Het risico op AF bij COPD-patiënten is al langere tijd bekend, met name vanuit observationele studies. In een editorial in 2023 beschreef Hereijgers COPD als opkomende risicofactor voor AF.1 COPD is geassocieerd met een verhoogde incidentie en progressie van AF en een lagere behandelrespons op interventies om het hartritme te beheersen.
Risicofactoren
De relatie komt niet alleen door overlap in risicofactoren voor de aandoeningen, zoals roken, sociaaleconomische positie, diabetes, hypertensie en weinig beweging. Er is ook steeds meer bewijs dat mechanismen achter COPD bijdragen aan de ontwikkeling van AF. Zo kunnen afwijkingen in de gaswisseling – zoals hypoxemie en hypercapnie – via systemische ontsteking en pulmonale vasoconstrictie leiden tot veranderingen in de atria. Als gevolg daarvan kunnen hypertrofie van de rechterventrikel en diastolische disfunctie zorgen voor verdere remodellering van het hart.
“Het gaat dus om een complex samenspel van verschillende mechanismen in de luchtwegen en het hart”, aldus Hereijgers. “In de editorial pleiten we voor screening en geïntegreerde zorgmodellen voor detectie en management van COPD en AF bij de betreffende patiënten, bijvoorbeeld met behulp van digitale technieken en platforms.”
App
De app is getest in een recente cohortstudie met 99 patiënten met matig tot ernstig COPD.2 De deelnemers konden gedurende 14 dagen thuis zelf hun hartritme meten via de app. Die werkt met photoplethysmografie (PPG). Deze techniek maakt gebruik van lichtuitzending via de smartphoneflitser en een camera om fluctuaties in het bloedvolume in de vingertop te meten, wat de individuele polsgolven detecteert. “Het hartritme wordt vastgesteld door de tijdsintervallen tussen de polsgolven te analyseren”, legt Hereijgers uit. “Patiënten deden 3 keer per dag een meting van een minuut, wat longitudinale data opleverde over het hartritme en eventuele ritmestoornissen.”
Bij 8 patiënten werd AF vastgesteld, wat bij 6 van hen nog niet bekend was. Bij 10% van de patiënten was aanvullende cardiologische follow-up nodig, 2% voor nieuw gediagnosticeerd AF en 8% voor frequente extrasystolen. Bij vrijwel alle patiënten werden additionele ritmestoornissen geconstateerd, die bij bijna een derde frequent waren. In totaal werden 12 patiënten doorverwezen naar de cardioloog voor verder cardiologisch onderzoek.
“Deze studie bevestigt dat een PPG-gebaseerde thuisscreening voor atriumfibrilleren haalbaar is bij COPD-patiënten”, concludeert Hereijgers. “Er was hoge motivatie en therapietrouw. De metingen komen binnen bij de behandelaar in het ziekenhuis die zo nodig snel kan schakelen met de cardioloog.”
Screening
Verschillende richtlijnen van de cardiologie en longziekten adviseren screening, weet Hereijgers. Binnen de cardiologie wordt screening op AF sowieso geadviseerd bij mensen ouder dan 65 jaar in de algemene populatie, en meer specifiek bij COPD-patiënten vanwege het verhoogde risico op AF. “Maar opportunistische screening vindt in de praktijk nog nauwelijks plaats. Er is namelijk nog geen goede methode om structureel alle COPD-patiënten te screenen. Zo’n methode mag ook niet te veel druk leggen op de zorg, omdat die al behoorlijk overbelast is.”
Hereijgers denkt dat de toepassing van de app een voorbeeld is van een goede screeningsmethode. “Het is een eenvoudige manier om mensen thuis te screenen. We laten zien dat AF-screening niet alleen haalbaar is, maar ook effectief kan worden geïntegreerd in de COPD-zorg.”
Om de impact van cardiovasculaire comorbiditeiten op het leven van mensen met COPD te benadrukken, wordt de term ‘cardiopulmonaal risico’ gebruikt.3 “Een multidisciplinaire aanpak is essentieel om screeningsresultaten om te zetten in gerichte behandeling”, stelt Hereijgers. “De aanpak van cardiovasculaire comorbiditeiten bij COPD-patiënten vereist een geïntegreerde benadering.” Of het behandelen van het cardiovasculaire risico de COPD-uitkomsten verbetert, moet nog worden onderzocht.
CT-scan van hart
Hereijgers vertelt dat binnenkort een nieuwe publicatie verschijnt over AF en COPD. Deze gaat over onderzoek met CT-scans van het hart. “Deze scans worden in ons ziekenhuis standaard gemaakt bij patiënten die een ablatie ondergaan vanwege een hartritmestoornis. De scan laat voorafgaand aan de ingreep de anatomie van het hart zien, maar er is ook een deel van de longen te zien. Door de scans van patiënten te vergelijken bij wie niet lang daarvoor ook een CT-scan van de thorax was gemaakt, konden we nagaan of op de hartscan ook COPD met bijvoorbeeld emfyseem of luchtwegpathologie radiologisch was vast te stellen. Wellicht kunnen we daardoor op basis van de hart-CT-scan patiënten selecteren voor longfunctieonderzoek naar onderliggend COPD.”
Wederzijds verhoogd risico
COPD-patiënten hebben een verhoogd risico op AF, maar AF-patiënten hebben ook een verhoogd risico op COPD. Bij patiënten met AF is COPD geassocieerd met hogere ziektelast, slechtere kwaliteit van leven, meer ziekenhuisopnamen en hogere mortaliteit. Met name bij oudere mensen en patiënten die roken kan de diagnose een uitdaging zijn, vanwege aspecifieke klachten zoals kortademigheid en moeheid. Longarts en onderzoeker Sami Simons van Maastricht UMC+ schreef in 2021 een publicatie4 waarin hij pleitte voor nauwe samenwerking tussen cardioloog en longarts bij de diagnose en behandeling van COPD bij AF-patiënten. Onderzoek moet uitwijzen hoe de relatie is tussen de ernst van COPD en behandeling van AF. Ook moet uit onderzoek blijken of behandeling van COPD de uitkomsten van AF kan verbeteren.
Een internationale publicatie uit 2023 beschreef de implementatie van een geïntegreerd zorgpad op dit gebied.5 Doelgroep waren AF-patiënten in het Maastricht UMC+ die in aanmerking kwamen voor katheterablatie. Zij werden met een draagbare (micro)spirometer prospectief gescreend op beperking van de luchtwegen en zo nodig doorverwezen naar de longarts. Bij 20% van de patiënten werd een stoornis in de longfunctie vastgesteld. Ruim een derde van hen had er geen last van en vond verwijzing naar de longarts niet nodig. Met deze strategie werd uiteindelijk bij 7,3% van de gescreende AF-patiënten COPD of astma vastgesteld.
Referenties:
- Hereijgers MJ, van der Velden RM, Simons SO, et al. Respiratory Function Assessment in Patients With Atrial Fibrillation: A Needed Extension of Combined Comorbidity Management? Canad J Card. 2023;39:623-24.
- Hereijgers MJ, van der Velden RM, Reinders LG, et al. Feasibility and diagnostic yield of a photoplethysmography-based arrhythmia screening and integrated management pathway in a COPD outpatient clinic. ERJ Open Res. 2025;11:1192-2024.
- Hurst JR, Gale CP. MACE in COPD: addressing cardiopulmonary risk. Lancet Resp Med. 2024;12:345-48.
- Simons SO, Elliott A, Sastry M, et al. Chronic obstructive pulmonary disease and atrial fibrillation: an interdisciplinary perspective. Eur Heart J. 2021;42:532–40.
- Van der Velden RM, Hereijgers MJ, Arman N, et al. Implementation of a screening and management pathway for chronic obstructive pulmonary disease in patients with atrial fibrillation. EP Europace. 2023;25:euad193.