In de fase II-studie EPIC-IC leidde verlenging van de behandeling met nirmatrelvir-ritonavir bij immuungecompromitteerde COVID‑19‑patiënten niet tot een significant voordeel wat betreft het primaire eindpunt (aanhoudende viral load onder de detectielimiet). Het percentage patiënten met een virologische rebound (secundair eindpunt) was wel lager bij behandeling > 5 dagen.
Nirmatrelvir-ritonavir is goedgekeurd voor de behandeling van personen met milde tot matige COVID-19 die een verhoogd risico hebben op een ernstig beloop. Het is onduidelijk of een behandelduur langer dan de standaard geadviseerde 5 dagen voordeel biedt bij immuungecompromitteerde patiënten. In deze internationale, dubbelblinde studie werden immuungecompromitteerde personen ≥ 12 jaar met symptomatische COVID-19 1:1:1 gerandomiseerd naar 5, 10 of 15 dagen behandeling met nirmatrelvir-ritonavir. Het primaire eindpunt was het percentage deelnemers met aanhoudende nasofaryngeale SARS-CoV-2 RNA-concentraties onder de detectiegrens (2,0 log₁₀ kopieën/ml) van dag 15 tot en met dag 44.
Tussen augustus 2022 en juli 2023 werden 156 deelnemers (84 vrouwen) gerandomiseerd; de uiteindelijke analysepopulatie bestond uit 150 deelnemers. Het primaire eindpunt werd bereikt bij 32 (61,5%) van de 52 deelnemers in de 5-daagse behandelingsgroep, bij 34 (70,8%) van de 48 deelnemers in de 10-daagse behandelingsgroep en bij 33 (66,0%) van de 50 deelnemers in de 15-daagse behandelingsgroep (p = 0,62). Er werd wel minder virologische rebound gezien bij deelnemers die 10 (2,1%) of 15 dagen (2,0%) werden behandeld, ten opzichte van de 5-daagse groep (17,3%). Bijwerkingen traden op bij respectievelijk 52,8%, 66,7% en 60,8% van de deelnemers. Er werden 2 COVID-19-gerelateerde ziekenhuisopnames gemeld, beide in de 5-daagse behandelingsgroep.
Bron: