Patiënten met darmkanker met een hogere sociaaleconomische positie (SEP) krijgen vaker een tumorgerichte behandeling, vaker een minder invasieve behandeling en hebben betere overlevingsuitkomsten dan patiënten met een lagere SEP. Dat blijkt uit 3 studies van onderzoekers van IKNL, Radboudumc, NKI en het Catharina Ziekenhuis.
De onderzoekers analyseerden data uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) en gebruikten sociaaleconomische positie (SEP) als overkoepelend begrip voor verschillen tussen patiënten, waarbij inkomen op postcodeniveau als praktische maat is gebruikt.
Na correctie voor verschillen in patiënt-, tumor- en behandelkarakteristieken was de relatieve overleving nog steeds gunstiger voor patiënten in de hogere inkomensgroep ten opzichte van de lagere inkomensgroep. Zowel bij endeldarmkanker als bij dikkedarmkanker verklaren verschillen in comorbiditeit en BMI een deel van de verschillen tussen de inkomensgroepen.
Patiënten uit de hogere inkomensgroep kregen vaker een behandeling met doublet- of tripletchemotherapie, terwijl patiënten uit de lagere inkomensgroep vaker monotherapie kregen. Patiënten uit de hogere inkomensgroep kregen ook vaker doelgerichte therapie.
De studies laten zien dat sociaaleconomische verschillen doorwerken in alle fasen van de zorg voor darmkanker: van opsporing en diagnose tot behandeling en overleving. Het verkleinen van deze verschillen vraagt om een gerichte aanpak, die de zorg overstijgt.
Bron: