Ook kinderen met metabool gezonde obesitas hebben een verhoogd risico op cardiometabole aandoeningen ten opzichte van leeftijdsgenoten uit de algemene bevolking. De resultaten van een Zweedse cohortstudie laten zien dat een verlaging van de BMI z-score was geassocieerd met een vergelijkbare cardiometabole risicoreductie voor kinderen met zowel metabool gezonde als ongezonde obesitas.
In deze prospectieve cohortstudie werd het optreden van diabetes type 2 (DM2), hypertensie, dyslipidemie en sterfte tot jongvolwassenheid (30 jaar) vergeleken bij kinderen met metabool gezonde obesitas (MHO), metabool ongezonde obesitas (MUO) en leeftijdsgenoten uit de algemene bevolking. Ook werd de associatie tussen de respons op obesitasbehandeling en het risico op ziekte onderzocht. Kinderen (7-17 jaar) die een behandeling voor obesitas ondergingen en geregistreerd waren in het Swedish Childhood Obesity Treatment Register (BORIS, 1997-2020) werden op basis van geslacht, geboortejaar en woonplaats gematcht met kinderen uit de algemene bevolking. In totaal werden 7.275 kinderen met obesitas (mediaan 11,1 jaar; 55,0% jongens) geïncludeerd, evenals 35.636 kinderen uit de algemene bevolking. Op baseline hadden 3.626 kinderen MHO (49,8%) en 3649 kinderen MUO (50,2%). Op 30-jarige leeftijd waren de cumulatieve incidenties als volgt: DM2 (MHO: 9,1%; MUO: 16,8%; algemene bevolking: 0,5%), hypertensie (MHO: 10,8%; MUO: 18,3%; algemene bevolking: 3,7%) en dyslipidemie (MHO: 5,3%; MUO: 12,7%; algemene bevolking: 0,9%). Een verlaging van de BMI z-score met ten minste 0,25 was geassocieerd met een verlaagde incidentie van DM2 (IRR 0,22), hypertensie (IRR 0,56) en dyslipidemie (IRR 0,28), met een vergelijkbare risicoreductie voor MHO en MUO. De auteurs concluderen dan ook dat obesitasbehandeling aanbevolen zou moeten worden voor alle kinderen met obesitas, ongeacht de initiële metabole status.
Bron: