Conditionele overleving toont blijvende oversterfte bij oudere patiënten met hodgkinlymfoom

Delen via:

Volwassenen die vóór hun veertigste hodgkinlymfoom krijgen, hebben tot 25 jaar na behandeling een vrijwel normale levensverwachting. Voor patiënten die bij diagnose 40 jaar of ouder zijn, blijft echter sprake van oversterfte; ook vele jaren na de diagnose. Dat blijkt uit een landelijke analyse van de Nederlandse Kankerregistratie, die tijdens EHA 2026 op een poster is gepresenteerd.

Hoewel de meeste patiënten met hodgkinlymfoom tegenwoordig genezen, kunnen late effecten, zoals cardiovasculaire aandoeningen en tweede maligniteiten, de langetermijnprognose beïnvloeden. Vooral over oudere patiënten is weinig bekend, omdat zij vaak ondervertegenwoordigd zijn in klinische studies.

Relevante uitkomstmaat

Onderzoekers van Amsterdam UMC en het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL) analyseerden gegevens uit de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) van 12.316 volwassenen met klassiek hodgkinlymfoom die tussen 1989 en 2023 werden gediagnosticeerd. Met behulp van een hybride analysemethode berekenden zij de 5-jaars conditionele relatieve overleving (CRS), die weergeeft hoe groot de kans is om de daaropvolgende 5 jaar te overleven, gegeven dat een patiënt al een bepaald aantal jaren na de diagnose heeft overleefd.

“Dat maakt deze uitkomstmaat klinisch erg relevant”, zegt eerste auteur en PhD-kandidaat drs. Fer de Wit (Amsterdam UMC). “Patiënten die 5 jaar na diagnose nog in leven zijn, willen weten hoe hun levensverwachting er vanaf dát moment uitziet. De Kaplan-Meiercurves die we meestal gebruiken, houden geen rekening met de tijd die sinds diagnose al overbrugd is, en geven daardoor vaak een te pessimistisch beeld.”

Bij diagnose bedroeg de 5-jaars relatieve overleving (RS) voor de totale populatie 87%. Patiënten met stadium I-II hadden een gunstiger uitgangspositie dan patiënten met stadium III-IV (94% versus 81%), terwijl gevorderde ziekte gepaard bleef gaan met een lichte oversterfte gedurende de follow-up. Patiënten die tussen hun 18e en 39e levensjaar werden gediagnosticeerd, hadden gedurende de gehele follow-up een 5-jaars CRS van ten minste 95%, wat wijst op een vrijwel normale levensverwachting ten opzichte van de algemene bevolking. Bij patiënten van 40 tot 59 jaar bleef de overleving aanvankelijk eveneens hoog, maar ongeveer 10 jaar na diagnose begon deze geleidelijk af te nemen. 20 jaar na diagnose bedroeg de 5-jaars CRS nog 85%. Patiënten van 60 jaar en ouder hadden gedurende de gehele follow-up een duidelijke oversterfte.

Belangrijkste bevinding

De Wit vindt de vrijwel normale levensverwachting van jongere patiënten een van de belangrijkste bevindingen van de studie. “Dat is niet alleen medisch relevant, maar ook maatschappelijk. Juist deze patiënten staan vaak aan het begin van hun werkzame leven, waarin zaken als een hypotheek of levensverzekering spelen. Onze resultaten laten zien dat hun extra overlijdensrisico uiteindelijk minimaal is.”

Verklaringen

Waarom de oversterfte bij patiënten van 40 jaar en ouder pas na ongeveer 10 jaar duidelijk zichtbaar wordt, kan de studie niet definitief beantwoorden. De onderzoekers beschikten niet over gegevens over doodsoorzaken. Een mogelijke verklaring ligt volgens De Wit voor de hand: “Dat is precies het moment waarop je verwacht dat late effecten van de behandeling belangrijk worden, zoals cardiovasculaire aandoeningen of tweede maligniteiten. We hebben dat niet onderzocht, dus we moeten voorzichtig zijn met interpreteren, maar het patroon dat we zien past daar goed bij.”

Dat de jongste patiënten ondanks mogelijke late complicaties een vrijwel normale levensverwachting behouden, hangt waarschijnlijk samen met hun leeftijd. “Wanneer iemand op jongere leeftijd een tweede maligniteit of hart- en vaatziekte ontwikkelt, zijn er vaak nog veel behandelmogelijkheden. Bij iemand die op 55-jarige leeftijd hodgkinlymfoom krijgt en 10 jaar later opnieuw ziek wordt, is de situatie natuurlijk heel anders.” Bij patiënten van 60 jaar en ouder spelen waarschijnlijk meerdere factoren een rol. “Deze patiënten zijn bij diagnose vaak minder fit en kunnen niet altijd de meest intensieve curatieve behandeling krijgen. Daarnaast zullen ook late behandelingseffecten bijdragen aan de blijvend verhoogde mortaliteit.”

Nieuwe behandelregimes

De resultaten laten zien dat langdurige follow-up van patiënten met hodgkinlymfoom belangrijk blijft. Daarnaast ziet De Wit mogelijkheden om de langetermijnuitkomsten verder te verbeteren door de behandeling verder te personaliseren. Hoewel de behandeling al wordt aangepast op basis van PET-respons, verwacht De Wit dat biomarkers, zoals circulerend tumor-DNA, en een verfijndere interpretatie van PET-scans verdere personalisatie mogelijk maken. Nieuwe immunotherapieën en andere doelgerichte behandelingen kunnen daarnaast de afhankelijkheid van intensieve chemotherapie verder verminderen.

De studie vormt volgens de onderzoekers bovendien een belangrijk ijkpunt. Nu nieuwe behandelregimes steeds vaker worden toegepast in de dagelijkse praktijk, kan met behulp van de conditionele relatieve overleving worden gevolgd of deze behandelingen ook daadwerkelijk leiden tot minder oversterfte op de lange termijn. Daarmee bieden de resultaten een belangrijke nulmeting voor toekomstige evaluaties van nieuwe behandelstrategieën.

Referentie:

  1. De Wit F, Visser O, Posthuma EF, et al. Five-year conditional relative survival up to 20 years post-diagnosis in adult patients with Hodgkin lymphoma: Persistent excess mortality in older patients—A contemporary, nationwide Dutch study. EHA 2026, PS2018.