‘De intrinsieke drive van deze aiossen werkt aanstekelijk en geeft energie’

Delen via:

In deze editie van MedNet Nefrologie start een nieuwe serie over de opleiding tot nefroloog in Nederland. Een opleider en een nefroloog in opleiding geven zo een inkijkje in hun ervaringen en het unieke van de opleiding in hun centrum. Dr. E. (Esther) Meijer, internist-nefroloog en opleider nefrologie in het Universitair Medisch Centrum Groningen (UMCG), en nefroloog in opleiding dr. A.W. (Antonio) Gomes-Neto bijten het spits af.

Waarom ben je opleider geworden?

“Vooral omdat ik het heel leuk vind om artsen in opleiding te begeleiden”, vertelt Esther enthousiast. “Mijn aandachtsgebied is autosomaal dominante polycysteuze nierziekte, ofwel de cystenieren. Naast mijn klinische werk heb ik veel onderzoek gedaan en gaandeweg verschoof mijn interesse steeds meer richting onderwijs. Daarom ben ik gestart als examinator van het oudste coschap (de semi-artsstage). En, omdat opleider Coen Stegeman binnenkort met pensioen gaat, ben ik zijn rol geleidelijk aan gaan overnemen. Sinds januari 2025 ben ik officieel opleider nefrologie.”

Hoe is de opleiding vormgegeven in het UMCG?

“De opleiding tot nefroloog kent landelijk vastgestelde eisen, met overal dezelfde basis, maar met ruimte voor lokale invulling”, vertelt Esther. “In Groningen werken alle nefrologen in opleiding (NIO’s) 4 dagen per week in de kliniek, en lopen ze 10 maanden lang stage bij niertransplantatie, dialyse en algemene nefrologie. Daarnaast nemen zij deel aan landelijke, verplichte opleidingsdagen van de Nederlandse Federatie voor Nefrologie (NFN), aan internationale congressen en volgen zij scholingen over bijvoorbeeld peritoneale en hemodialyse.”

Hoe ervaar je dit opleidingstraject?

“Tijdens het opleidingstraject begeleid ik een groep van 5 à 6 NIO’s”, vertelt Esther. “Omdat ze op verschillende momenten instromen en zich in uiteenlopende fases bevinden, wisselt de samenstelling continu. Dat vraagt flexibiliteit als opleider. Wat het vooral leuk maakt, is de motivatie van deze groep. Het zijn artsen die al jaren klinische ervaring hebben en heel bewust voor de nefrologie kiezen. Die intrinsieke drive merk je in alles. Dat werkt aanstekelijk en geeft veel energie.”

Wat maakt deze opleiding uniek?

“Wat onze opleiding uniek maakt, is dat de nefrologie in de volle breedte binnen het UMCG aanwezig is”, vertelt Antonio. “Algemene nefrologie, inclusief systeemziekten, maar ook een groot dialysecentrum en een actief niertransplantatieprogramma. Ook is de sterke betrokkenheid van de nefrologie op de intensive care, bijvoorbeeld bij continue nierfunctievervangende therapie (CVVH) erg leerzaam. In veel andere centra is dat de taak van de IC zelf, maar hier werken we nauw samen en kunnen wij ervaring opdoen met deze vorm van nierfunctievervangende therapie. Zo leren we een type behandeling kennen dat duidelijk verschilt van peritoneale dialyse of de intermitterende hemodialyse.”

Waarom heb je voor de opleiding in Groningen gekozen?

Antonio: “Voor mij is dit het laatste jaar van de opleiding tot nefroloog. Ik had al een stage gedaan in het UMCG en daarvoor ook mijn promotieonderzoek. Wat mij hier aanspreekt is vooral de breedte van de opleiding. En we doen hier veel toonaangevend nefrologisch onderzoek, bijvoorbeeld op het gebied van GLP-1-receptoragonisten. De medische staf en onderzoekers zijn laagdrempelig benaderbaar; je kunt eenvoudig binnenlopen met vragen, ondanks volle agenda’s. Dat maakt het voor mij een heel prettige en interessante leer- en werkomgeving.”

Hoe blijf je als opleider op de hoogte van recente ontwikkelingen binnen het vakgebied?

Esther: “Door het lezen van literatuur, het bijwonen van congressen en nascholingsbijeenkomsten. Formeel ben ik de opleider en vaak het eerste aanspreekpunt; ik ben ook zoveel mogelijk bij onderwijsmomenten aanwezig. In de praktijk werk ik nauw samen met twee andere collega’s (Akin Ozyilmaz en Nienke Manson) en geven we samen de opleiding vorm. Mijn rol zie ik daarbij vooral als coördinator en organisator, die het onderwijs faciliteert en bijstuurt waar nodig. Uiteindelijk levert de hele staf een belangrijke bijdrage aan het opleiden en de kennisoverdracht, omdat niemand het hele vak alleen kan overzien.”

Met welke uitdagingen word je geconfronteerd in het opleiden van nefrologen?

“Voor mij zit de grootste uitdaging in de balans tussen breed en specialistisch opleiden”, zegt Esther. “Niet elke NIO gaat straks in een academische setting werken. De basis moet dus breed toepasbaar blijven. Tegelijk wil je dat iedereen ook voldoende diepgang ontwikkelt, bijvoorbeeld op het gebied van transplantatie. Daarnaast is er het klassieke spanningsveld tussen klinische drukte en ruimte voor verdieping: je wilt dat mensen goed worden opgeleid, met voldoende tijd voor onderwijs en reflectie, maar de zorg en logistiek vragen ook veel aandacht. Doordat we nu bijvoorbeeld geen ANIOS in de kliniek hebben, moeten de NIO’s vaker bijspringen.”

En met welke uitdagingen tijdens de opleiding?

“Wij merken het spanningsveld door personeelstekort natuurlijk ook”, zegt Antonio, “maar dit regelen we als team samen, in goed overleg. Zelf vind ik de belasting van werken en leren behoorlijk hoog. Nefrologiediensten vragen veel, zeker in vergelijking met andere differentiaties in minder acute zorg. Voor het opstarten van acute dialyses of telefoontjes van Eurotransplant over mogelijke transplantaties zijn wij het aanspreekpunt. Dat maakt dat een dienst vaak echt intensief is. Je moet altijd ‘aan’ staan. Ik heb bewondering voor collega’s die ook nog jonge kinderen thuis hebben.”

Wanneer is de opleiding geslaagd?

“Als de NIO het ziet zitten om ervoor te gaan, en niet alles meer in samenspraak hoeft te doen met een specialist omdat hij of zij het vertrouwen heeft om zelfstandig te werken”, vindt Esther. “Dus: voldoende toegerust en voldoende vertrouwen. Zo probeer ik ook de opleiding vorm te geven: op de achtergrond zijn we er, maar we laten steeds meer vrij.” De droom van Antonio is te werken als transplantatienefroloog. “Dan is mijn opleidingstraject echt geslaagd. Als die plek vrijkomt, zou ik die met open armen ontvangen. Het is heel bijzonder om mensen een nieuw orgaan te kunnen geven en hen zo uit de dialyse te halen, waardoor je een deel van hun leven teruggeeft. Het is een niche, daarom oriënteer ik me nu zo breed mogelijk, maar ik hoop uiteindelijk wel in de transplantatiewereld te kunnen blijven.”

Hoe zien jullie de toekomst?

“Zorg wordt steeds schaarser”, zegt Esther. “We moeten heel bewust nadenken hoe we de zorg inzetten. Met meer comorbiditeiten en ouder wordende patiënten, moeten we naast specialist ook generalist zijn en blijven. Digitale zorg zal een grotere rol gaan spelen, met mogelijk ook digitale triage, waardoor niet elke patiënt meer fysiek gezien hoeft te worden. Ook de zorgkosten en duurzaamheid zijn belangrijke aandachtsgebieden, zeker als het gaat om de dialyse.”

“Het vakgebied ontwikkelt zich snel”, zegt Antonio. “Van nieuwe medicamenteuze behandelingen zoals GLP-1-agonisten en SGLT2-remmers tot veranderingen in het gebruik van antistolling, waaronder DOAC’s. Die continue vernieuwing maakt ons vak uitdagend, maar ook juist heel interessant en dynamisch.”

Het stokje doorgeven

Esther geeft het stokje door aan opleider drs. Ellen van Ommen, internist in het Radboudumc. Zij is benieuwd hoe zij in de opleiding omgaat met het spanningsveld tussen generalist en superspecialist. Ook is zij benieuwd hoeveel nefrologen daar worden opgeleid en hoe de arbeidsmarkt zich ontwikkelt.