De Amerikaanse medisch oncoloog Brian Wolpin kon tijdens ASCO 2026 rekenen op een overdonderende staande ovatie na zijn presentatie over de RASolute-studie1 naar de behandeling met daraxonrasib bij gemetastaseerd pancreascarcinoom. Prof. dr. J.W. (Hanneke) Wilmink, internist-oncoloog in het Amsterdam UMC, die tijdens Chicago op Schier deze presentatie mocht becommentariëren, begreep het enthousiasme erover helemaal. Het is een duidelijke doorbraak in de behandeling van deze patiënten.
In de huidige praktijk hebben behandelaars patiënten met gemetastaseerd pancreascarcinoom weinig te bieden. “Alleen chemotherapie”, zegt Wilmink, “of inclusie in een studie als we die hebben. Bij behandeling met chemotherapie is de gemiddelde overleving minder dan een jaar.”
Jaren zonder doorbraak
De afgelopen jaren zijn veel studies uitgevoerd om de progressievrije en algehele overleving te verbeteren. “Veelal ging het dan om medicamenteuze behandeling in combinatie met standaardchemotherapie”, vertelt Wilmink, “maar geen enkele studie leidde tot overlevingswinst.”
De KRAS-mutatie, de belangrijkste driver bij deze kanker, leek tot een paar jaar geleden ‘undruggable’. “Pas in recente jaren is aangetoond dat directe remming van KRAS toch mogelijk is”, zegt Wilmink, “met ook klinische winst. De eerste successen werden gezien met KRAS G12C-remmers, vooral bij longkanker. Bij pancreascarcinoom komt deze mutatie maar bij 1 tot 2% van de patiënten voor. Maar de pancreascarcinoompatiënten met deze mutatie die deelnamen aan de verschillende studies, lieten – ook na uitgebreide voorbehandeling – opmerkelijke responsen zien.”
Doorbraak met pan-RAS-remming
Tijdens de recente ASCO Annual Meeting 2026 presenteerde Brian Wolpin2 de resultaten van de RASolute-studie, waarin de pan-RAS-remmer daraxonrasib werd onderzocht. Deze therapie remt niet 1 specifieke KRAS-mutatie, maar richt zich op meerdere RAS-eiwitten tegelijk.
In deze internationale, open-label, gerandomiseerde fase III-studie werden patiënten met eerder behandeld gemetastaseerd pancreascarcinoom gerandomiseerd naar behandeling met daraxonrasib of chemotherapie. De 2 primaire eindpunten waren de algehele overleving en de progressievrije overleving in de subpopulatie van patiënten met RAS G12-mutaties. Belangrijk secundair eindpunt was de algehele overleving en de progressievrije overleving in de totale populatie – waaronder patiënten met RAS G12-, G13- of Q61-mutaties of zonder geïdentificeerde RAS-mutatie. Andere belangrijke secundaire eindpunten waren de objectieve respons, de door de patiënt gerapporteerde kwaliteit van leven en veiligheid.
Verdubbeling van overleving
De mediane algehele overleving in de RAS G12-populatie was 13,2 maanden met daraxonrasib en 6,6 maanden met chemotherapie, en de mediane algehele overleving in de totale populatie was respectievelijk 13,2 en 6,7 maanden. De hazard ratio was 0,40 in beide populaties (p < 0,001). De mediane progressievrije overleving in de RAS G12-populatie was 7,3 maanden met daraxonrasib en 3,5 maanden met chemotherapie, en die in de totale populatie respectievelijk 7,2 en 3,6 maanden. De hazard ratio’s waren respectievelijk 0,45 en 0,49 (p < 0,001 voor beide vergelijkingen).
“De resultaten laten zien dat daraxonrasib als monotherapie niet alleen alle RAS-mutaties remt, maar ook werkt bij de patiënten die deze mutaties niet hebben”, zegt Wilmink. “De laatste groep is klein, dus daarin moeten we voorzichtig zijn met conclusies trekken, maar het onderstreept wel de kracht van het middel.”
Veiligheid en kwaliteit van leven
Bijwerkingen traden op bij alle patiënten in de daraxonrasib-groep en bij 97,7% van de patiënten in de chemotherapiegroep. Bij daraxonrasib ging het vooral om huiduitslag, stomatitis en oedeem. Bij chemotherapie traden de bekende vormen van toxiciteit op, zoals diarree, neuropathie en misselijkheid.
De incidentie van bijwerkingen graad III of hoger was respectievelijk 61,8 en 69,6%. “Dat is geen statistisch significant verschil”, zegt Wilmink. “Maar de mate waarin de behandelingsgerelateerde bijwerkingen leidden tot stopzetting van de behandeling was dat wel: 1,2% van de patiënten in de daraxonrasib-groep stopte om die reden met de behandeling, tegen 11,2% van de patiënten in de chemotherapiegroep, vooral door neuropathie. Belangrijk is verder dat de behandeling met daraxonrasib patiënten een betere kwaliteit van leven gaf. Het is aan alle kanten een waardevolle toevoeging voor de onderzochte patiëntengroep.”
Wachten op markttoelating
Dat laatste is echter voor nu nog theorie. “Alle patiënten vragen er al om”, vertelt Wilmink. “Het nieuws verspreidt zich razendsnel. Dit zal waarschijnlijk de standaard tweedelijnsbehandeling worden. Het voldoet aan alle Paskwil-criteria. De verwachting is dat goedkeuring wordt aangevraagd bij de Amerikaanse Food and Drug Administration. En ik hoop dat beoordeling door de European Medicines Agency ook snel zal volgen. Daarna zal het, gelet op de prijs, voor Nederland eerst in de sluis komen. Ik verwacht niet dat er tot die tijd een compassionate use–programma zal komen.”
Ondertussen wordt wel al nagedacht over vervolgstudies. “Wat al is gestart, is een onderzoek naar de vraag of daraxonrasib ook als eerstelijnstherapie kan worden ingezet”, zegt Wilmink. “Gelet op de winst in algehele overleving, progressievrije overleving en kwaliteit van leven is dat een logische stap. Hierbij wordt gekeken naar toevoeging van daraxonrasib aan de bestaande chemotherapie, maar ook naar toepassing als monotherapie en in combinatie met andere RAS-remmers.”
De presentatie en de reactie
Op YouTube zijn diverse filmpjes te zien over de presentatie van Brian Wolpin en de overdonderend enthousiaste reactie daarop van de aanwezigen. Bijvoorbeeld in dit filmpje: https://www.youtube.com/shorts/_RcCEFP5Nh8. Hierin is te zien en te horen hoe Wolpin nauwelijks de kans krijgt om zijn laatste zin – over de statistisch significant betere algehele overleving bij behandeling met daraxonrasib – uit te spreken voordat het applaus losbarst. Op https://www.youtube.com/shorts/DjLMhZEIixc is te zien hoe indrukwekkend en langdurend dat applaus was.
Een interview van 20 minuten met Wolpin over de RASolute-studie en de baanbrekende resultaten ervan is hier te zien.
Referenties:
- O’Reilly EM, Wainberg ZA, Hendifar AE, et al. Daraxonrasib or chemotherapy in previously treated metastatic pancreatic cancer. N Engl J Med. 2026 May 31. Online ahead of print.
- Wolpin BM, Wainberg ZA, Hendifar AE, et al. Daraxonrasib, a RAS(ON) multi-selective inhibitor vs chemotherapy in previously treated metastatic pancreatic adenocarcinoma (mPDAC): primary and final analysis from the phase 3 RASolute 302 study. 2026 ASCO Annual Meeting, abstract #LBA5. J Clin Oncol. 2026;44:(suppl 17; abstr LBA5).