< Een behandeling op maat voor patiënten met bloedstollingsziekten | MedNet

Een behandeling op maat voor patiënten met bloedstollingsziekten

Delen via:

Marjon Cnossen, kinderarts-hematoloog in het Erasmus MC-Sophia Kinderziekenhuis, doet onderzoek naar een meer gepersonaliseerde behandeling voor patiënten met erfelijke bloedstollingsziekten zoals hemofilie. Ze vertelt over de OPTI-CLOT-trial en het SYMPHONY-consortium. “We willen beter begrijpen waardoor de verschillen in bloedingsneiging tussen mensen met dezelfde diagnose ontstaan.”

In Nederland zijn naar schatting 180.000 mensen met een erfelijke bloedstollingsziekte. Symptomen en complicaties variëren van mild tot ernstig. De huidige suppletiebehandeling bij ernstige aangedane patiënten met stollingsfactorconcentraat kan veel beter, stelt Cnossen. “Bij een bloedstollingsstoornis is er sprake van een verlaagde bloedstollingsfactor die we in bepaalde gevallen aanvullen. Wat hierbij opvalt: de hoeveelheid factor die nog wel aanwezig is, zegt niet alles over de bloedingsneiging. Ik heb patiënten met weinig factor gezien die fors bloeden, maar ook patiënten met net zo weinig factor die amper bloeden.”

Persoonlijke farmacokinetiek

Het SYMPHONY-consortium, met als subtitel Orchestrating personalized treatment in patients with bleeding disorders, wil vaststellen hoe die interindividuele verschillen in bloedingsneiging te verklaren zijn en wil onder andere ook het doseren van stollingsfactorconcentraat op basis van de persoonlijke farmacokinetiek (PK) implementeren om te komen tot een betere behandeling op maat. “In 2013 ontvingen we een subsidie van ZonMw voor de gerandomiseerde OPTI-CLOT-trial, waarvan onlangs het afrondende artikel is verschenen in The Lancet Haematology.1 Uit de studie blijkt dat we met een gepersonaliseerde dosering factor VIII concentraat rondom een operatie inderdaad veel preciezer kunnen doseren dan met de traditionele dosering gebaseerd op het lichaamsgewicht van de patiënt.”

Aan de unieke gerandomiseerde OPTI-CLOT-trial, uitgevoerd door Iris van Moort onder leiding van Cnossen en co-onderzoeker prof. dr. Ron Mathôt, namen 66 patiënten uit alle Nederlandse hemofiliebehandelcentra deel. Zij werden gerandomiseerd in een behandelarm waarin gedoseerd werd op basis van lichaamsgewicht of een behandelarm met een zogeheten farmacokinetische dosering. Cnossen: “Hierbij wordt de dosis gebaseerd op hoe snel het lichaam van een individuele patiënt de stollingsfactor verwerkt. Patiënten krijgen voor de operatie eenmalig een proefdosis factor VIII, op basis waarvan een zogeheten farmacokinetisch profiel wordt opgesteld. Dat profiel is voor iedereen verschillend, dus de bijbehorende dosis ook.”

Met de PK-gestuurde dosering bleek het beter te lukken om de waarden van het stollingseiwit binnen de gewenste boven- en ondergrens te houden. En dat heeft een aantal voordelen: patiënten die te weinig of te veel factor VIII toegediend krijgen, hebben namelijk een verhoogd risico op bloedingen of bloedstolsels. Het PK-gestuurd doseren zorgt echter niet voor minder gebruik van stollingsfactorconcentraat en dus ook niet voor minder kosten, in tegenstelling tot wat de onderzoekers vooraf dachten. “Inmiddels is het opstellen van een farmacokinetisch profiel in het Erasmus MC onderdeel van de standaardzorg voor hemofilie A-patiënten”, vertelt Cnossen. “En ook in de internationale richtlijnen wordt de aanbeveling opgenomen om dit profiel te gebruiken voor dosering van factor VIII rondom een operatie. Inmiddels worden er studies uitgevoerd om deze doseringstechniek bij andere bloedingsziekten toe te passen.”

Bloedingsneiging meten is lastig

OPTI-CLOT, waar het allemaal mee begon, is ondertussen ingebed in het SYMPHONY-consortium, waarvoor Cnossen en collega’s in 2019 vanuit de Nationale Wetenschapsagenda (NWA) een subsidie van 4,1 miljoen euro ontvingen. Samen met Mathôt, hoogleraar klinische farmacologie en ziekenhuisapotheker in het Amsterdam UMC, begeleidt Cnossen een groot aantal PhD-studenten die werken in duo’s van een klinische en een klinische farmacologische onderzoeker binnen een van de workpackages. Binnen SYMPHONY richt men zich op het beter begrijpen van variatie in bloedingsneiging tussen individuen. “We meten nu hoeveel stollingsfactor iemand nog heeft, maar dat zegt dus niet alles. Eigenlijk willen we de daadwerkelijke bloedingsneiging bepalen, maar dat is erg lastig. De testen die op dit moment voorhanden zijn, zijn niet goed genoeg. Eigenlijk kun je pas op oudere leeftijd iets zeggen over iemands bloedingsneiging.” Cnossen is kinderarts-hematoloog en bij kinderen is het bepalen van de bloedingsneiging erg ingewikkeld. “Zij hebben nog maar weinig hemostatische uitdagingen meegemaakt, zoals een operatie, menstruatie of bevalling. En we willen de bloedingsneiging natuurlijk niet achteraf vaststellen, maar er juist op anticiperen.”

Kortom, SYMPHONY – bestaande uit verschillende workpackages – moet deze vraagstukken gaan beantwoorden. WP1 en WP2 gaan over management en kennisdisseminatie, in WP3 valt het onderzoek naar nieuwe diagnostische testen, in WP4 kijken de onderzoekers naar de rol van bloedplaatjes bij bloedstollingsstoornissen en in WP 5 t/m WP9 gaat het over zorginnovaties. WP5 draait om waardegedreven zorg, WP 6 bevat de OPTI-CLOT-studies en het doel van WP7 is een persoonlijke gezondheidsomgeving op te zetten. “Hierin ontwikkelen we een mobiele app waarop een patiënt al zijn of haar gezondheidsinformatie kan inzien”, aldus Cnossen. “Ook willen we een webportaal construeren waar (kinder)hematologen doseeradvies kunnen krijgen, dat we later willen uitbreiden met een educatietool voor patiënten.”

WP8 gaat over kosten, WP9 over ethiek. Cnossen: “Nu gentherapie eraan komt, is de vraag of patiënten dat wel willen. Dit tast toch je identiteit op een bepaalde manier aan. Hoe gaan wij en onze patiënten hiermee om? Voor wie is een dergelijke behandeling geschikt en voor wie niet, en hoe moeten we patiënten voorbereiden op een behandeling met gentherapie?” In WP10, WP11 en WP12 willen de onderzoekers nagaan of andere factoren een positief of negatief effect op de bloedingsneiging hebben. WP10 gaat over de relatie tussen proteoom en bloedingsfenotype, WP11 over mutaties in het genoom en WP12 over de mogelijke rol van de endotheelcel bij bloedingen.

Welke behandeling voor welke patiënt?

Zoals gezegd zijn medicijnen voor hemofilie en de aanverwante bloedstollingsstoornissen duur. “Ons doel is de kwaliteit van zorg van patiënten met erfelijke bloedstollingsziekten verbeteren en tegelijkertijd de kosten drukken – uiteraard zonder die kwaliteit negatief te beïnvloeden”, aldus Cnossen. “Bovendien komen er een aantal nieuwe behandelingen aan, subcutane en mogelijk orale geneesmiddelen, maar ook gentherapie. Behandelingen die nog duurder zijn dan de huidige stollingsfactor die we intraveneus inbrengen. Dat is een van de redenen waarom we die grote subsidie hebben gekregen. Wie gaan we welke behandeling geven en wat is daarbij bepalend? Ook als behandelaar vind ik dat een ingewikkelde, maar tegelijkertijd bijzonder intrigerende vraag. Hiervoor hebben we een algoritme nodig waaruit blijkt wie we wat gaan geven en waarom. Binnen SYMPHONY werken alle denkbare disciplines samen om dat voor elkaar te krijgen.”

ZUMA-5: hoog responspercentage axicabtagene ciloleucel bij gerecidiveerd/refractair indolent NHL

jan 2022 | Lymfoom

Lees meer over ZUMA-5: hoog responspercentage axicabtagene ciloleucel bij gerecidiveerd/refractair indolent NHL

Combinatie geeft betere resultaten bij aplastische anemie

jan 2022 | Benigne hematologie

Lees meer over Combinatie geeft betere resultaten bij aplastische anemie

ALK-remmers effectief bij ALK-positieve histiocytose

jan 2022

Lees meer over ALK-remmers effectief bij ALK-positieve histiocytose

Lymfoom bij borstprotheses erg zeldzaam

jan 2022 | Borst, Chirurgie, Lymfoom

Lees meer over Lymfoom bij borstprotheses erg zeldzaam

B-celaantal voorspelt respons op coronavaccinatie bij met rituximab behandelde patiënten

jan 2022 | Leukemie, Lymfoom, Multipele Sclerose, RA, Vaccinatie

Lees meer over B-celaantal voorspelt respons op coronavaccinatie bij met rituximab behandelde patiënten

Slechtere prognose bij ALL door downsyndroom en IKZF1-deletie

jan 2022 | Leukemie

Lees meer over Slechtere prognose bij ALL door downsyndroom en IKZF1-deletie

Gewone symptomen van zeldzame ziekten

20 apr 2022 om 20:30

Lees meer over Gewone symptomen van zeldzame ziekten

Behandeling van eosinofiele aandoeningen EGPA en HES

23 mrt 2022 om 20:30 | Astma

Lees meer over Behandeling van eosinofiele aandoeningen EGPA en HES

Eosinofiel gedreven aandoeningen en de behandeling

23 mrt 2022 om 20:30

Lees meer over Eosinofiel gedreven aandoeningen en de behandeling

Live webcast Long covid: wat weten we, wat kunt u verwachten, wat kunt u doen?

10 nov 2021 om 20:30

Lees meer over Live webcast Long covid: wat weten we, wat kunt u verwachten, wat kunt u doen?

Levensbedreigende trombocytopenieën

22 sep 2021 om 20:30 | Benigne hematologie

Lees meer over Levensbedreigende trombocytopenieën

State of the (C)AR T Learning

28 mei 2021 | Lymfoom

Lees meer over State of the (C)AR T Learning

Kanker en trombose, hoe kiest u het juiste antistollingsmiddel?   

8 feb 2021

Lees meer over Kanker en trombose, hoe kiest u het juiste antistollingsmiddel?   

Stollingsafwijkingen bij COVID-19; behandeling op de IC

30 nov 2020 om 20:30 | Benigne hematologie, Virale infecties

Lees meer over Stollingsafwijkingen bij COVID-19; behandeling op de IC

Hematologie in beeld

3 nov 2020

Lees meer over Hematologie in beeld

ASH in ORANJE 2021

dinsdag 15 feb 2022 van 18:00 tot 22:00 | Leukemie, Lymfoom, MDS, MM, MPN, Stamceltransplantatie

Lees meer over ASH in ORANJE 2021

Patiënten met bètathalassemie-major bereiken transfusie-onafhankelijkheid na gentherapie

Lees meer
Lees meer over Patiënten met bètathalassemie-major bereiken transfusie-onafhankelijkheid na gentherapie

Toevoeging blinatumomab aan behandelprotocol zuigelingen met KMT2A-herschikte ALL

Lees meer
Lees meer over Toevoeging blinatumomab aan behandelprotocol zuigelingen met KMT2A-herschikte ALL

Tisagenlecleucel als tweedelijnsbehandeling bij refractair of recidiverend agressief B-cel NHL

Lees meer
Lees meer over Tisagenlecleucel als tweedelijnsbehandeling bij refractair of recidiverend agressief B-cel NHL

siRNA fitusiran effectief en veilig bij hemofilie A of B zonder remmers

Lees meer
Lees meer over siRNA fitusiran effectief en veilig bij hemofilie A of B zonder remmers

POLARIX: pola-R-CHP versus R-CHOP bij nieuw gediagnosticeerd DLBCL

Lees meer
Lees meer over POLARIX: pola-R-CHP versus R-CHOP bij nieuw gediagnosticeerd DLBCL

Deel hematologische patiënten loopt mogelijk nog steeds hoog risico op COVID-19 na vaccinatie

Lees meer
Lees meer over Deel hematologische patiënten loopt mogelijk nog steeds hoog risico op COVID-19 na vaccinatie

Bijgewerkte gegevens BRUIN-studie naar pirtobrutinib bij CLL/SLL en MCL

Lees meer
Lees meer over Bijgewerkte gegevens BRUIN-studie naar pirtobrutinib bij CLL/SLL en MCL

Tripeltherapie zeer actief bij oudere patiënten met FLT3-gemuteerde AML

Lees meer
Lees meer over Tripeltherapie zeer actief bij oudere patiënten met FLT3-gemuteerde AML

ZUMA-7: blijvende voordelen van CAR-T-therapie bij DLBCL

Lees meer
Lees meer over ZUMA-7: blijvende voordelen van CAR-T-therapie bij DLBCL

AML Hulpgids voor patiënten

mrt 2021 | Leukemie

Lees meer over AML Hulpgids voor patiënten

De behandeling van AML, bekeken vanuit de verpleegkundig specialist

okt 2020

Lees meer over De behandeling van AML, bekeken vanuit de verpleegkundig specialist

AML-Podcastserie

jul 2020

Lees meer over AML-Podcastserie

Stamceltransplantatie bij AML

apr 2020 | Transplantatie

Lees meer over Stamceltransplantatie bij AML

AML-behandeling in de perifere setting

apr 2020

Lees meer over AML-behandeling in de perifere setting

Diagnose en testen bij FLT3+ AML

jan 2020 | Leukemie

Lees meer over Diagnose en testen bij FLT3+ AML