De opleiding tot MDL-arts duurt jaren en lijkt aanvankelijk oneindig. Maar dan is het eindelijk zo ver. Je bent klaar. Daadwerkelijk MDL-arts. Geen opleider meer die meekijkt, geen portfolio dat bijgehouden moet worden. Maar wat doet het eerste jaar als ‘echte MDL-arts’ met je? Ik sprak met 2 jonge MDL-artsen over hun persoonlijke ervaringen. Dr. Sem Aronson rondde zijn opleiding af in Amsterdam UMC en werkt sinds november 2025 als MDL-arts in het OLVG in Amsterdam. Drs. Patricia van Tongeren deed haar opleiding in het LUMC en startte in diezelfde maand in het Canisius Wilhelmina Ziekenhuis (CWZ) in Nijmegen.
De sprong
Wie verwacht dat de overgang van aios naar MDL-arts voelt als een vrije val, komt bedrogen uit. “Het viel eigenlijk best mee,” zegt Sem. “Ik zag er aanvankelijk wel wat tegenop, maar het verliep verrassend natuurlijk.” De laatste 8 weken van zijn opleiding deed hij een supervisiestage in het Amsterdam UMC. “Dat was best moeilijk, en voelde een beetje als een sprong in het diepe. Maar doordat ik dat heb gedaan, kom ik nu beslagen ten ijs.” Sem vertelt dat hij bewust voor zo’n langere supervisiestage heeft gekozen omdat hij in de opleiding enigszins miste om het aanspreekpunt te zijn en eindverantwoordelijkheid te hebben. “Tijdens deze stage kwam ik erachter dat ik dit eigenlijk wel kan, dat gaf mij het zelfvertrouwen dat ik nodig had.”
Patricia herkent dat gevoel. “Eigenlijk voelt het niet heel erg anders dan als aios. Je doet hetzelfde, maar de supervisie is er niet meer — en dat was vaak ook al zo in het laatste jaar. En als ik nu wil overleggen dan zijn er voldoende collega’s beschikbaar.” Ook zij liep een supervisiestage aan het einde van haar opleiding, inclusief een laatste weekenddienst die ze volledig zelfstandig draaide. “Die heeft me enorm geholpen. De achtervang die er was, was niet nodig.”
De boodschap van beiden is helder: wacht niet af tot iemand je die verantwoordelijkheid geeft. Pak hem, zo vroeg als mogelijk.
Tempo en pragmatisme
Toch was niet alles direct vertrouwd terrein. Want hoewel de inhoudelijke overgang soepel verliep, vergde de omschakeling naar het ritme van een perifeer ziekenhuis gewenning. Na een paar jaar in een academisch centrum kwam Sem terecht in een druk perifeer ziekenhuis met volle poli’s en drukke scopieprogramma’s. “Dat was wennen. Niet de inhoud, maar het tempo. De snelheid, het pragmatisme. De opleiding bereidde mij uitstekend voor op de diepgang – ik heb diverse interessante verdiepingsstages gedaan – maar minder op het volume van een gemiddeld perifeer ziekenhuis.”
Patricia merkte dat ook op de poli. “Het tempo is echt anders dan in de academie. De poli loopt wel eens uit, belletjes volgen soms pas later.” Maar ze benoemt ook iets wat haar positief verraste: “Het fijne is dat je beleid en de praktische uitvoerbaarheid nu zelf in handen hebt. Dat maakt het werk juist ook weer sneller.” Haar ziekenhuis bouwde de poli- en scopieprogramma’s in het begin bewust op, met extra ruimte om in te komen. “Die aanpak heeft mij heel erg geholpen, omdat er toch ook veel extra taken zijn waar je als nieuwe MDL-arts nog niet aan gewend bent – zoals triage, dagelijks vragen beantwoorden van verpleegkundig specialisten en de poli, e-consulten, en het postvak van afwezige collega’s waarnemen.”
Een warm bad
Gelukkig vertellen Sem en Patricia allebei dat ze een hele prettige start hadden als MDL-arts door het warme en collegiale ontvangst van hun zittende collega’s. Er is veel onderling overleg en geen druk om direct neventaken op te pakken. “Ze willen graag dat je fijn landt. Het eerste jaar is acclimatiseren,” vertelt Sem. Bij de eerste diensten kon hij zo nodig iemand bellen – maar dat bleek niet nodig. “Toch maakt dat vangnet een wereld van verschil.”
Patricia ervaart dat in het CWZ niet anders. “De groep is heel fijn. Als er wat is, kun je altijd bellen.” Bij een complexe patiënt met leverfalen werd vanuit de groep spontaan hulp aangeboden. “En voor mijn eerste bloedingsscopie – varices op de ic – was er een achterwacht. Meerdere collega’s hadden aangegeven bereikbaar te zijn.” De scopie verliep goed. “Ik moest even slikken vooraf. Maar het ging eigenlijk heel goed.”
Ook voor Sem verliep zijn eerste spoedscopie goed: een voedselimpactie die hij zelf kon verwijderen. “Dat gaf heel veel voldoening, ook omdat ik de patiënt nadien nog tevreden terugzag op de poli”.
De identiteitsswitch
Op welk moment voel je jezelf voor het eerst écht MDL-arts? Patricia beschrijft dat het vrij geleidelijk en natuurlijk ging. “Toch had ik in het begin af en toe het gevoel van: doe ik maar wat? Maar al snel realiseerde ik me: ik kan dit gewoon!” Bij Sem ging de knop best snel om. “Ik begeleidde direct aios, was meteen polisupervisor en endoscopiesupervisor. Dan verandert er iets.”
Met die nieuwe rol komt ook een nieuwe manier van werken. Sem was gewend zijn poli tot in de puntjes voor te bereiden. “Nu kan dat niet meer met 60 tot 70 patiënten per week op de poli – de werkwijze is gewoon anders. De notities zijn korter en de overwegingen sneller.” In het begin maakte hem dat onzeker; inmiddels is hij eraan gewend. Patricia ervaart een andere verschuiving: “Het is fijn om brieven direct te kunnen verzenden, zonder tussenkomst van een supervisor.”
Werk en privé
Met beiden spreek ik ook over de werk-privébalans en de mentale belasting van diensten – die als MDL-arts een stuk frequenter zijn dan als aios. Patricia is open over wat haar soms bezighoudt: “Als ik in de nacht moet besluiten of ik wel of geen scopie doe, is dat soms lastig om daarna in slaap te vallen. Als aios nam je die keuze samen, het is fijn om even te kunnen sparren. Nu sta je er alleen voor. Daar hoop ik nog een modus in te vinden.” Een herkenbaar gevoel, ook voor Sem. “Het kan soms wat knagen, want de verantwoordelijkheid is sterker. Ik check vaker even terug.” Maar hij nuanceert ook: “Dat doe ik ook om van te leren. Ik ben nog lang niet uitgeleerd.”
Wat je jezelf had willen vertellen
Als Sem 1 tip mag geven aan aios in het laatste jaar van de opleiding, is het dit: “begin alvast met de volgende stap. Neem de eindverantwoordelijkheid op de poli, bij scopie, in de dienst – zo ver als je dat gefaciliteerd krijgt. Daarmee wordt de stap naar MDL-arts kleiner.” En dan, kalm: “Gewoon doen. Je bent er goed voor voorbereid.”
Patricia sluit zich daarbij aan. “De supervisiestage heeft mij enorm geholpen bij het leren nemen van verantwoordelijkheid. Dat is precies de voorbereiding die je nodig hebt.”