De Dutch Iron Study Group toonde aan dat hepcidineconcentraties kunnen helpen om de strategie voor ijzertherapie te bepalen bij patiënten met actieve IBD. Bij hogere hepcidineniveaus biedt intraveneuze ijzertherapie voordeel, terwijl orale vormen de voorkeur hebben bij lagere niveaus. Is hepcidine niet beschikbaar, dan zijn op ferritine gebaseerde indices een praktisch alternatief.
Anemie door ijzertekort (IDA) komt vaak voor bij inflammatoire darmziekten (IBD) en heeft een negatieve invloed op de kwaliteit van leven. Hepcidine reguleert de ijzerstofwisseling en kan de respons op ijzertherapie voorspellen, maar het nut ervan bij IBD was tot nu toe onduidelijk. Koppelman en collega’s onderzochten of de hepcidineconcentratie op baseline de respons op orale en intraveneuze (i.v.) ijzertherapie voorspelt bij patiënten met actieve IBD en dus een gepersonaliseerde behandeling kan begeleiden.
De onderzoekers includeerden 90 volwassenen met actieve IBD en ijzertekort (met of zonder anemie) uit 2 gerandomiseerde onderzoeken waarin de deelnemers i.v. ijzer, oraal ijzerfumaraat (FF) of oraal ijzermaltol (FM) ontvingen. De respons was gedefinieerd als een hemoglobinestijging van ≥ 1,2 mmol/l of normalisatie van IDA, of een ferritineconcentratie > 100 μg/l en transferrineverzadiging > 20% na 12 weken.
De baseline hepcidineconcentratie bleek de respons op ijzertherapie goed te voorspellen met een area under the curve (AUC) van 0,86 (95%-BI 0,71-1,00) voor FF en 0,63 (95%-BI 0,30-0,96) voor i.v. ijzer. Een hepcidineconcentratie > 2,68 μg/ml identificeerde non-responders op FF met een sensitiviteit van 89% en een specificiteit van 77%. Elke verdubbeling van baseline hepcidine (OR 0,71; 95%-BI 0,56-0,89) of ferritine (OR 0,38; 95%-BI 0,21-0,69) verminderde de kans op respons. Daarnaast steeg de kans op respons bij hogere ratio’s van transferrine/log10(ferritine) (OR 2,95; 95%-BI 1,38-6,30) en oplosbare transferrinereceptor/log10(ferritine) (OR 1,29; 95%-BI 1,05-1,59).
Bron: