Hoogtepunten EAU 2026

Delen via:

Van 13 t/m 16 maart vond in Londen de 41ste editie plaats van het jaarlijkse EAU Congres. Toonaangevende experts en jonge urologen kwamen bijeen om nieuw onderzoek te delen, innovaties te verkennen en van elkaar te leren. Hier volgt een selectie van de highlights. Lees het volledige dossier op mednet.nl/oncologie.

Enfortumab vedotin + pembrolizumab bij MIBC: KEYNOTE-B15

Enfortumab vedotin (EV) plus pembrolizumab is de eerste combinatie van een antilichaam-geneesmiddelconjugaat (ADC) met een immuuncheckpointremmer met een gunstiger eventvrije overleving (EFS), algehele overleving (OS) en pathologisch complete respons (pCR) dan neoadjuvante chemotherapie op basis van cisplatine, bij spierinvasieve blaaskanker (MIBC).

KEYNOTE-B15 was een fase III-studie bij MIBC-patiënten die kwalificeerden voor cisplatine en een radicale cystectomie, en bekkenlymfadenectomie ondergingen. De 808 deelnemers werden gerandomiseerd naar ofwel neoadjuvant EV plus pembrolizumab gevolgd door chirurgie en adjuvant EV plus pembrolizumab (n = 405); ofwel standaard neoadjuvant cisplatine-gemcitabine gevolgd door chirurgie en observatie (n = 403). De gemiddelde follow-up na randomisatie was 33,6 maanden. Het primaire eindpunt was de EFS.

De 3 belangrijkste eindpunten (soms niet bereikt: NR) vielen alle 3 significant positiever uit in de experimentele arm:

  • Mediane EFS in maanden: NR (NR-NR) versus 48,5 (43,3-NR); hazard ratio 0,53 (95%-BI 0,41-0,70; eenzijdige p < 0,0001). Percentage EFS na 24 maanden: 79,4% versus 66,2%.
  • Mediane totale overleving (OS) in maanden: NR (NR-NR) versus NR (NR-NR); hazard ratio 0,65 (95%-BI 0,48-0,89; eenzijdige p = 0,0029). Percentage OS na 24 maanden: 86,9% versus 81,3%.
  • Pathologisch complete respons (pCR): 226 patiënten (55,8%; 95%-BI 50,8-60,7) versus 131 (32,5%; 95%-BI 28,0-37,3). Geschat verschil: 23,4% (95%-BI 16,7-29,8; eenzijdige p < 0,0001). Deze verbetering vertaalde zich in een overlevingsvoordeel.

De chirurgische uitkomsten en bijwerkingen tijdens de chirurgische fase waren vergelijkbaar tussen de armen. Een vergelijkbaar percentage deelnemers onderging een cystectomie en had daarna negatieve snijranden. Het veiligheidsprofiel van neoadjuvant en adjuvant EV plus pembrolizumab was consistent met eerdere ervaringen. Volgens de auteurs is het hiermee een nieuwe behandeloptie bij MIBC, ongeacht of patiënten in aanmerking komen voor cisplatine.

Bron:

Galsky M, et al. EAU26, GC26-009.

Screenen op prostaatkanker in de populatie: resultaten na 30 jaar

Van 20.000 oudere Zweedse mannen heeft de helft zich de afgelopen 30 jaar in studieverband laten screenen op prostaatkanker, de andere helft niet. Het resultaat was een aanzienlijke en langdurige verlaging van de mortaliteit door prostaatkanker. Er waren ook veel (permanent) vals-positieve diagnoses.

De resultaten na 30 jaar van de Gothenburg 1-studie werden gepresenteerd door dr. Jonas Hugosson uit Göteborg. In 1994 werden 20.000 mannen van 50-64 jaar 1:1 gerandomiseerd naar de screeningsgroep (SG) of controlegroep (CG), vertelde hij. Mannen in de SG werden tot hun 70ste elke 2 jaar uitgenodigd om het prostaatspecifiek antigeen (PSA) te bepalen. Bij een PSA ≥ 3 ng/ml werd doorverwezen voor biopten. In de controlegroep werd alleen opportunistisch gescreend.

Dr. Hugosson vertelde dat van de 10.000 mannen die daartoe waren uitgenodigd, 7.653 (77%) zich minstens 1 keer lieten screenen. Daar kwam bij 2.673 mannen minstens 1 keer een verhoogde PSA-waarde uit; 95% accepteerde een systematische biopsie. De tumoren die met screening werden gevonden, waren voor 80% International Society of Urological Pathology (ISUP) stadium 1; bij 46% werd (aanvankelijk) volstaan met actieve monitoring.

Na 30 jaar follow-up was bij 1.711 mannen in de SG en bij 1.373 in de CG de diagnose prostaatkanker gesteld. Het relatieve risico was na 15, 20, 25 en 30 jaar follow-up respectievelijk 1,60; 1,54; 1,35 en 1,30. Het absolute verschil in mortaliteit door prostaatkanker werd tussen jaar 15 en 30 elke 5 jaar hoger (zie tabel 1).

Tabel 1. Resultaten rond mortaliteit van the Gothenburg 1-studie.

Dr. Hugosson concludeerde dat screening op PSA en het afnemen van biopten de mortaliteit door prostaatkanker aanzienlijk en langdurig verlaagt. “The number needed to invite” om 1 overlijden te voorkomen, was 161. Een zo laag aantal is bij kankerscreening nooit eerder gezien. “The number needed to diagnose” is 6; vergelijkbaar met screening op borstkanker bij vrouwen, zij het minder snel bereikt. Dr. Hugosson zag ook een nadeel: het hoge percentage overdiagnoses. “Screeningsprogramma’s moeten zich daarom focussen op risicostratificatie en het selectiever uitvoeren van biopsies, zonder het uitzicht op genezing te verliezen.”

Bron:

Hugosson J, et al. EAU26, GC26-002.

Tranexaminezuur verlaagt bloedingsrisico bij urologische ingrepen

De resultaten van de internationale gerandomiseerde en placebogecontroleerde POISE-3-trial ondersteunen profylactisch gebruik van tranexaminezuur (TXA) bij urologische chirurgie. TXA vermindert het absolute risico op een ernstige bloeding met 3,4%, wat overeenkomt met een relatieve reductie van 37%. Er was geen duidelijk signaal van een toename in het tromboserisico.

Prof. dr. Kari Tikkinen (Helsinki, Finland) presenteerde de resultaten van de zogeheten POISE-3-trial. De 1.124 deelnemers waren 45 jaar of ouder en ondergingen chirurgie met een verhoogd bloedings- en cardiovasculair risico. Ze werden 1:1 gerandomiseerd naar TXA (1 g intraveneuze bolus aan het begin en einde van de operatie) of placebo. Er waren samengestelde primaire uitkomstmaten voor zowel effectiviteit (bloeding) als veiligheid (trombose).

De 1.124 patiënten waren gemiddeld 70 jaar oud, waarvan 880 (78,3%) mannen, 658 (58,5%) hadden actieve kanker en 284 (25,2%) gebruikten antitrombotica binnen 24 uur voor de operatie. De ingreep was laparoscopisch/robotgeassisteerd bij 489, open bij 360, transurethraal bij 244 en percutaan bij 31. De meest uitgevoerde procedures waren een robotgeassisteerde radicale prostatectomie (n = 156) en een TURP (n = 138).

Bloeding trad op bij 45 (8,1%) patiënten in de TXA-groep en bij 62 (10,9%) in de placebogroep (HR 0,73; 95%-BI 0,50-1,07; p = 0,11). Ernstige bloedingen traden op bij respectievelijk 34 (6,1%) en 54 (9,5%) patiënten (RR 0,63; 95%-BI 0,41-0,97; p = 0,03). Trombose trad op bij 67 (12,1%) patiënten in de TXA-groep en bij 62 (10,9%) in de placebogroep (HR 1,12; 95%-BI 0,79-1,58; p = 0,52). “Ik wil me hard maken voor meer gebruik van TXA”, besloot prof. dr. Tikkinen. “Het is goedkoop, eenvoudig toe te dienen en helpt bloedingen en transfusies verminderen.”

Bron:

Tikkinen KAO, et al. EAU26, GC26-001.

Pembrolizumab + belzutifan verhoogt ziektevrije overleving bij ccRCC

LITESPARK-022 is de eerste positieve fase III-trial van adjuvant pembrolizumab in combinatie met belzutifan bij niercelcarcinoom (RCC). Het was geassocieerd met een significant betere ziektevrije overleving (DFS) bij heldercellig RCC (ccRCC), ongeacht de aanwezigheid van sarcomatoïde kenmerken.1

Adjuvant pembrolizumab verbeterde de DFS en totale overleving (OS) in de placebogecontroleerde KEYNOTE-564-trial.2 In de LITESPARK-022-trial is gekeken of dit effect verder verhoogd kan worden door de hypoxie-induceerbare factor 2α (HIF-2α)-remmer belzutifan toe te voegen bij ccRCC-patiënten met een verhoogde recidiefkans na nefrectomie. Prof. dr. Thomas Powles (Londen, Groot-Brittannië) presenteerde de resultaten.1 Hij zei dat de studiepopulatie sterke gelijkenis vertoonde met die van de KEYNOTE-564. De 1.841 deelnemers kregen pembrolizumab 400 mg om de 6 weken (≤ 9 doses) plus eenmaal daags belzutifan 120 mg of placebo. Het primaire eindpunt was de DFS. Belzutifan resulteerde in een statistisch significante en klinisch belangwekkende verbetering van de DFS (HR 0,72; 95%-BI 0,59-0,87; p = 0,0003). Het veiligheidsprofiel van de combinatie was consistent met de verwachtingen voor elk afzonderlijk geneesmiddel.3

Prof. dr. Powles presenteerde in meer detail de uitkomsten van tussentijdse exploratieve analyses van de effectiviteit, na een mediane follow-up van 28,4 maanden. Dit waren de belangrijkste resultaten (in de intention-to-treat-populatie):

  • Het gunstige effect van de combinatie pembrolizumab plus belzutifan was onafhankelijk van sarcomatoïde groei. Bij aanwezigheid daarvan was de HR voor events 0,55 (95%-BI 0,34-0,88); bij afwezigheid 0,72 (95%-BI 0,58-0,90).
  • Verkennende analyses van de metastasevrije overleving (DMFS) en PFS na 2 weken gaven een gunstiger beeld in de belzutifan-groep: HR 0,71 (95%-BI 0,59-0,87).
  • Van de deelnemers met een recidief ontving het merendeel (> 80%) vervolgbehandeling. Meestal (> 60%) was dat systemische therapie.
  • Tijd tot progressie op een behandeling in de volgende lijn of overlijden (PFS2: een indicator voor de toekomstige OS) was in de belzutifan-groep gunstiger: HR 0,68 (95%-BI 0,48-0,94).

Prof. dr. Powles concludeerde: “De resultaten ondersteunen standaardgebruik van adjuvant pembrolizumab plus belzutifan in deze setting.”

Bronnen:

  1. Powles T, et al. EAU26, GC26-007.
  2. Choueiri TK, et al. N Engl J Med. 2021;385:683-94.
  3. Choueiri TK, et al. J Clin Oncol. 2026;44:LBA418.

Blauwlicht-TUR-BT en optimale MMC verlaagt recidiefkans NMIBC

Transurethrale resectie van een blaastumor (TUR-BT) met blauw licht, gevolgd door adjuvante geoptimaliseerde chemotherapie met mitomycine-C (MMC) is een relatief effectieve manier om de recidiefkans te verlagen bij hoogrisicopatiënten met laaggradig papillair urotheelcarcinoom (pTa). Dit blijkt uit resultaten van de FinnBladder-9-studie.

Patiënten met laaggradig papillair niet-spierinvasief blaascarcinoom (pTa) met een hoog risico op recidief werden gerandomiseerd naar 1 van 4 groepen: A) TUR-BT met wit licht zonder adjuvante therapie; B) TUR-BT met blauw licht zonder adjuvante therapie; C) TUR-BT met wit licht en 6-wekelijkse geoptimaliseerde MMC; D) TUR-BT met blauw licht en 6-wekelijkse geoptimaliseerde MMC. De randomisatie vond plaats vóór de TUR-BT en werd gestratificeerd op basis van ziekenhuis en recidiefgeschiedenis. Het primaire eindpunt was recidief.

In 10 jaar (2012-2022) werden 269 patiënten gerandomiseerd. De mediane leeftijd was 72 jaar; 56% had primaire tumoren, 43% multipele tumoren en 15% tumoren van ≥ 3 cm. De mediane follow-up bedroeg 5,2 jaar. Het recidiefpercentage in de studie als geheel was 35%. Groep D had significant minder recidieven dan groep A: HR 0,43 (95%-BI 0,22-0,81, p = 0,010). Er werden geen significante verschillen in recidiefkans en totale overleving tussen de andere armen vastgesteld. Het risico op progressie was erg laag (1,6%), zonder verschillen tussen de studiearmen.

Bron:

Boström PJ, et al. EAU26, LB009.

FDG-PET/CT waardevol bij stadiëring subtype invasieve blaaskanker

FDG-PET/CT (18F-fluorodeoxyglucose positron emissie tomografie/computertomografie) kan, naast conventioneel urotheelcelcarcinoom (UC), ook bij blaaskanker met histologische subtypen (HS’en) de primaire tumor visualiseren en aanvullende informatie geven over de stadiëring van de tumor. Dit blijkt uit Amsterdams onderzoek.

Het stadium van invasieve blaaskanker (IBC) wordt doorgaans bepaald met een CT-urografie of MRI. Als hieraan PET-CT wordt toegevoegd, wijzigt dat de stadiëring bij ongeveer een kwart van de patiënten, vertelde Renee Lijnen van het Amsterdam UMC. Bij ongeveer 1 op de 5 patiënten verandert dan ook de behandeling. Dit betreft echter conventioneel UC. Tot 25% van de blaaskankers kent hiervan afwijkende HS’en, geassocieerd met minder gunstige uitkomsten.

De optimale manier om HS’en van invasieve blaaskanker te stadiëren is nog onbekend. De studie van Lijnen en collega’s evalueert de diagnostische prestaties en klinische waarde van FDG-PET/CT bij de stadiëring van IBC met zeldzame HS-cellen.

Ze includeerden 112 patiënten met histologisch bevestigde IBC met ≥ 75% HS-cellen. De mediane leeftijd was 67 jaar; 95% had spierinvasieve ziekte. De HS’en betroffen neuro-endocriene tumoren (40%), plaveiselcelcarcinomen (34%), adenocarcinomen (11%), sarcomatoïde carcinomen (11%) en overige (4%). Van de HS’en was 82-95% zichtbaar op FDG-PET/CT. Slechts 4% was FDG-negatief. FDG-PET/CT leidde tot een wijziging – meestal verhoging – van de klinische stadiëring bij 20% van de patiënten.

Deze resultaten suggereren dat de meeste HS’en van IBC voldoende metabolische activiteit behouden voor FDG-PET-beeldvorming, dat daarmee aanvullend kan worden ingezet om zeldzame HS’en te stadiëren.

Bron:

Lijnen R, et al. EAU26, A0872.

Hoogtepunten EAU 2026

apr 2026 | Uro-oncologie

Lees meer over Hoogtepunten EAU 2026

Herziening richtlijn Late effecten na hodgkinlymfoom en DLBCL

apr 2026 | Borstkanker, Longoncologie, Lymfoom

Lees meer over Herziening richtlijn Late effecten na hodgkinlymfoom en DLBCL

MANEUVER-studie: pimicotinib effectief bij tenosynoviale reusceltumoren

apr 2026 | Bot en wekedelentumoren

Lees meer over MANEUVER-studie: pimicotinib effectief bij tenosynoviale reusceltumoren

Nieuwe hoogleraar Theranostiek: “Wees voorbereid op toename van vraag naar radioligandtherapie”

apr 2026 | Uro-oncologie

Lees meer over Nieuwe hoogleraar Theranostiek: “Wees voorbereid op toename van vraag naar radioligandtherapie”

Invloed van tijdstip immuuntherapie op overleving bij niet-kleincellig longcarcinoom

apr 2026 | Immuuntherapie, Longoncologie

Lees meer over Invloed van tijdstip immuuntherapie op overleving bij niet-kleincellig longcarcinoom

DERM+ betrouwbaar en precies als diagnostisch hulpmiddel

apr 2026 | Dermato-oncologie

Lees meer over DERM+ betrouwbaar en precies als diagnostisch hulpmiddel

Cardiovasculair Risico bij Prostaatkanker

25 sep 2025 | Uro-oncologie

Lees meer over Cardiovasculair Risico bij Prostaatkanker

Multidisciplinaire behandeling van N1M0 prostaatkanker

17 mrt 2025 om 20:00 | Chirurgie, Radiotherapie, Uro-oncologie

Lees meer over Multidisciplinaire behandeling van N1M0 prostaatkanker

Wat is de rol van AI en eHealth bij IBD?

19 feb 2025 | IBD

Lees meer over Wat is de rol van AI en eHealth bij IBD?

Recent advances in the use of CAR T-cell therapies in relapsed/refractory diffuse large B-cell lymphoma and follicular lymphoma

1 okt 2024 om 12:00 | Lymfoom

Lees meer over Recent advances in the use of CAR T-cell therapies in relapsed/refractory diffuse large B-cell lymphoma and follicular lymphoma

Opioïden in de 2e lijn: Sleutels tot effectieve bestrijding van maligne pijn

10 sep 2024 om 20:00

Lees meer over Opioïden in de 2e lijn: Sleutels tot effectieve bestrijding van maligne pijn

Pakketbeslissingen en (on-)zekere kosteneffectiviteit: Willingness to Pay voor geneesmiddelen

1 jul 2024

Lees meer over Pakketbeslissingen en (on-)zekere kosteneffectiviteit: Willingness to Pay voor geneesmiddelen

Challenges in advanced Cutaneous T-cell Lymphoma (CTCL) – diagnosis and management

10 jun 2024 om 16:30 | Lymfoom

Lees meer over Challenges in advanced Cutaneous T-cell Lymphoma (CTCL) – diagnosis and management

Keynote webinar: Spotlight on antibody–drug conjugates in cancer

19 feb 2024 om 17:30 | Borstkanker

Lees meer over Keynote webinar: Spotlight on antibody–drug conjugates in cancer

Niet-melanoom huidkanker in de regio

31 aug 2023 | Dermato-oncologie, Radiotherapie

Lees meer over Niet-melanoom huidkanker in de regio
Er zijn geen e-learnings gevonden.

Chicago op Schier 2026

zondag 31 mei 2026 t/m woensdag 3 jun 2026

Lees meer over Chicago op Schier 2026

Combinatie avelumab en axitinib beloftevol als eerstelijnsbehandeling niercelcarcinoom

jun 2017 | Immuuntherapie, Uro-oncologie

Lees meer over Combinatie avelumab en axitinib beloftevol als eerstelijnsbehandeling niercelcarcinoom

Activiteit van pembrolizumab bij maagkanker

jun 2017 | Immuuntherapie, Maag-darm-leveroncologie

Lees meer over Activiteit van pembrolizumab bij maagkanker

CDK4-6-remmer abemaciclib verbetert uitkomst gemetastaseerde borstkanker

jun 2017 | Borstkanker

Lees meer over CDK4-6-remmer abemaciclib verbetert uitkomst gemetastaseerde borstkanker

Combinatie van checkpointremmers veelbelovend bij melanoom met hersenmetastasen

jun 2017 | Dermato-oncologie, Immuuntherapie

Lees meer over Combinatie van checkpointremmers veelbelovend bij melanoom met hersenmetastasen

Durvalumab voor gevorderde blaaskanker

jun 2017 | Immuuntherapie, Uro-oncologie

Lees meer over Durvalumab voor gevorderde blaaskanker

Langdurige overleving met nivolumab plus ipilimumab bij oesofagus- en maagcarcinoom

jun 2017 | Immuuntherapie, Maag-darm-leveroncologie

Lees meer over Langdurige overleving met nivolumab plus ipilimumab bij oesofagus- en maagcarcinoom

Immuunceltypering kan overleving voorspellen

mei 2017 | Immuuntherapie, Longoncologie

Lees meer over Immuunceltypering kan overleving voorspellen

Resultaten ATLANTIC-studie naar durvalumab bij NSCLC

mei 2017 | Immuuntherapie, Longoncologie

Lees meer over Resultaten ATLANTIC-studie naar durvalumab bij NSCLC

CZS-activiteit ensartinib bij ALK+ NSCLC

mei 2017 | Longoncologie

Lees meer over CZS-activiteit ensartinib bij ALK+ NSCLC

Podcast: EGFR ex20ins gemuteerd NSCLC in de dagelijkse klinische praktijk - Sushil Badrising

nov 2024 | Longoncologie

Lees meer over Podcast: EGFR ex20ins gemuteerd NSCLC in de dagelijkse klinische praktijk - Sushil Badrising

Podcast: EGFR ex20ins gemuteerd NSCLC in de dagelijkse klinische praktijk - Jan von der Thüsen

nov 2024 | Longoncologie

Lees meer over Podcast: EGFR ex20ins gemuteerd NSCLC in de dagelijkse klinische praktijk - Jan von der Thüsen

Podcast: EGFR ex20ins gemuteerd NSCLC in de dagelijkse klinische praktijk

feb 2024 | Longoncologie

Lees meer over Podcast: EGFR ex20ins gemuteerd NSCLC in de dagelijkse klinische praktijk

Podcast: Progress in PARP inhibitors - An exciting option for treating metastatic prostate cancer?

dec 2023 | Uro-oncologie

Lees meer over Podcast: Progress in PARP inhibitors - An exciting option for treating metastatic prostate cancer?

Slokdarm- en maagkanker

jun 2021 | Chirurgie, Maag-darm-leveroncologie

Lees meer over Slokdarm- en maagkanker

Impact van COVID-19 op bevolkingsonderzoek darmkanker in Nederland

feb 2021 | Maag-darm-leveroncologie

Lees meer over Impact van COVID-19 op bevolkingsonderzoek darmkanker in Nederland

MedNet Oncologie 2026-01

mrt 2026

Lees meer over MedNet Oncologie 2026-01

MedNet Oncologie 2025-06

dec 2025

Lees meer over MedNet Oncologie 2025-06

MedNet Oncologie 2025-05

nov 2025

Lees meer over MedNet Oncologie 2025-05

MedNet Oncologie 2025-04

sep 2025

Lees meer over MedNet Oncologie 2025-04

MedNet Oncologie 2025-03

jul 2025

Lees meer over MedNet Oncologie 2025-03

MedNet Oncologie special Longkanker

mei 2025

Lees meer over MedNet Oncologie special Longkanker

MedNet Oncologie 2025-02

mei 2025

Lees meer over MedNet Oncologie 2025-02

MedNet Oncologie 2025-01

feb 2025

Lees meer over MedNet Oncologie 2025-01

MedNet Oncologie 2024-06

dec 2024

Lees meer over MedNet Oncologie 2024-06

Zet de patiënt centraal bij behandelbeslissingen over het combineren androgeendeprivatietherapie

feb 2026 | Uro-oncologie

Lees meer over Zet de patiënt centraal bij behandelbeslissingen over het combineren androgeendeprivatietherapie

Moeten alle prostaatkankers worden behandeld?

sep 2023

Lees meer over Moeten alle prostaatkankers worden behandeld?

Whitepaper: 24 Veelgestelde vragen en antwoorden over long COVID

feb 2022

Lees meer over Whitepaper: 24 Veelgestelde vragen en antwoorden over long COVID