Toediening van immunochemotherapie vóór 15:00 uur resulteerde bij patiënten met niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) in een betere progressievrije en totale overleving in vergelijking met toediening later op de dag. Vroeg op de dag-behandeling was tevens geassocieerd met betere antitumor CD8+ T-celkenmerken.
In de gerandomiseerde fase III-studie LungTIME-C01 werden 210 patiënten met stadium IIIC-IV NSCLC zonder drivermutaties 1:1 gerandomiseerd naar vroege (voor 15:00 uur) of late (na 15:00 uur) toediening van de eerste 4 cycli van behandeling met een anti-PD-1-middel. Het primaire eindpunt was progressievrije overleving (PFS); secundaire eindpunten omvatten de totale overleving (OS) en het objectieve responspercentage (ORR).
Na een mediane follow-up van 28,7 maanden was de mediane PFS 11,3 maanden (95%-BI 9,2-13,4) in de vroege groep en 5,7 maanden (95% BI 5,2-6,2) in de late groep, wat overeenkomt met een HR van 0,40 (95%-BI 0,29-0,55; p < 0,001). De mediane OS was 28,0 maanden (95%-BI niet schatbaar) in de vroege groep en 16,8 maanden (95%-BI 13,7-19,9) in de late groep, wat overeenkomt met een HR van 0,42 (95%-BI 0,29-0,60; p < 0,001).
Bijwerkingen kwamen overeen met het vastgestelde veiligheidsprofiel, zonder nieuwe veiligheidssignalen. Er werden geen significante verschillen in immuungerelateerde bijwerkingen waargenomen tussen de 2 groepen.
Gedurende de eerste 4 cycli werd een toename gezien in het percentage circulerende CD8+ T-cellen in de vroeg behandelde groep, terwijl dit afnam in de late groep (p < 0,001). Bovendien was de verhouding tussen geactiveerde (CD38+ HLA-DR+) en uitgeputte (TIM-3+PD-1+) CD8+ T-cellen hoger in de groep die vroeg op de dag werd behandeld vergeleken met de late groep (p < 0,001).
Bron: