De overleving van patiënten met uitgezaaide nierkanker is in Nederland de afgelopen jaren verbeterd, onder andere door nieuwe behandelingen zoals immuuntherapie. Maar, dit geldt niet voor alle leeftijdscategorieën. Ook zijn er regionale verschillen in de behandeling van nierkanker. Dit en meer blijkt uit het promotieonderzoek van H. (Hilin) Yildirim, waarvoor zij real-world data gebruikte uit de Nederlandse Kankerregistratie.1
Positief nieuws is dat de driejaars relatieve overleving van jonge patiënten met uitgezaaide ziekte tussen 2011 en 2022 significant is gestegen van 26 naar 41% en bij zeventigers van 19 naar 25%. Bij 80-plussers is er nagenoeg geen verandering (12% in 2011-2014, 16% in 2015-2018 en 15% in 2019-2022), ondanks nieuwe systemische middelen. De achterblijvende overleving van oudere patiënten hangt volgens Yildirim mogelijk samen met het feit dat deze groep minder vaak een actieve behandeling krijgt. Daardoor profiteren zij ook minder van de vooruitgang in behandelopties, zoals immuuntherapie.
Patiëntspecifieke zorg
“Het is de vraag of het wenselijk is dat oudere patiënten minder vaak actief worden behandeld”, zegt Yildirim. “Onze levensverwachting neemt toe en veel ouderen blijven langer fit.” Het viel haar op dat er geen duidelijk beleid is voor 80-plussers; in de richtlijnen wordt deze groep nauwelijks benoemd. “Ik realiseer me goed dat dit een complexe groep is: 80-plussers verschillen onderling sterk, wat het lastig maakt om te bepalen wie je wel of niet behandelt en wat dan de beste behandeling is.” Uit haar onderzoek blijkt dat er beperkt inzicht is in de comorbiditeiten en de fitheid van deze patiënten. Daarom pleit ze voor meer patiëntspecifieke zorg, waarbij per patiënt wordt afgewogen welke behandeling het meest passend is. “Niet de kalenderleeftijd moet leidend zijn, maar factoren als comorbiditeiten, algehele fitheid en de voorkeuren van de patiënt.”
Landelijke datasets
Real-world data kunnen waardevolle inzichten opleveren voor de verdere verfijning van oncologische behandelingen, vervolgt Yildirim. Door gegevens uit de dagelijkse klinische praktijk te analyseren, wordt het mogelijk beter te voorspellen welke patiënten daadwerkelijk baat hebben bij een specifieke behandeling, op basis van patiënt‑ en tumorkenmerken. “Zo kunnen we gerichter behandelen en beter besluiten of we patiënten blootstellen aan onnodige risico’s. Immuuntherapie is namelijk niet voor iedereen de beste oplossing. Mijn collega van ProBCI (blaaskanker) werkt al met een grote dataset en heeft hiermee soortgelijke onderzoeken uitgevoerd. Wij werken op dit moment hard aan een set met data uit de dagelijkse praktijk voor nierkanker in de landelijke registratiestudie PRO-RCC (Prospective cohort – Renal Cell Carcinoma).” Het uiteindelijke doel van PRO-RCC is de nierkankerzorg te verbeteren.Onderkant formulier
PRO-RCC
Sinds de oprichting in 2020 worden nu al in ruim 30 deelnemende ziekenhuizen via de Nederlandse Kanker Registratie klinische gegevens van patiënten met nierkanker verzameld in PRO-RCC. Ook wordt patiëntgerapporteerde informatie verzameld. Met de eerste data uit het PRO-RCC-cohort is een aantal onderzoeken verricht. Zo werd het gebruik van immuuntherapie bij uitgezaaide nierkanker geëvalueerd. Bij de systemisch behandelde patiënten is het gebruik van doelgerichte therapie met tyrosinekinaseremmers afgenomen van 94% in 2018 tot 21% in 2022. Tegelijkertijd steeg het gebruik van immuuntherapie van 6 naar 79%.
Regionale verschillen
Een ander opvallend inzicht uit een van de studies van Yildirim is dat er regionale verschillen zijn in de behandeling van mensen met kleine, gelokaliseerde niertumoren. “Vóór ons onderzoek was de landelijke volumenorm minimaal 10 partiële en minimaal 10 radicale nefrectomieën per ziekenhuis per jaar”, licht Yildirim toe. “We zagen dat ziekenhuizen met een hoog operatievolume zich vaker aan de richtlijnen hielden, vooral bij de keuze voor een partiële in plaats van een radicale nefrectomie bij T1-tumoren. Ook zagen we dat patiënten met kleine niertumoren (T1a, ≤4 cm) niet overal gelijke toegang hebben tot focale therapie: er werden grote geografische verschillen gezien in het aantal patiënten dat behandeld werd met focale therapie. Afhankelijk van het ziekenhuisvolume wordt bij kleine tumoren soms voor andere typen niersparende behandelingen gekozen.” De resultaten van dit onderzoek zijn gebruikt als onderbouwing van het verhogen van de norm naar minimaal 20 niersparende operaties per ziekenhuis per jaar. De volumenormen zoals afgesproken in het Integraal Zorgakkoord voor onder meer nierkanker sluiten hier volgens Yildirim heel mooi bij aan: complexe behandelingen worden alleen nog uitgevoerd in ziekenhuizen die deze ingrepen vaak doen.
Upfront cytoreductieve nefrectomie
Yildirim onderzocht ook welke behandeling het best passend is en op welk moment.2 Uit deze analyse blijkt dat patiënten met uitgezaaide nierkanker die upfront cytoreductieve nefrectomie (CN) kregen, gevolgd door immunotherapie, een betere overleving hebben in vergelijking met patiënten zonder CN. Dit effect werd niet gezien bij patiënten die tyrosinekinaseremmers krijgen. Belangrijk om hierbij te vermelden is dat patiënten die een upfront CN ondergingen, doorgaans een lagere ziektelast hadden: minder uitzaaiingen, een betere algemene gezondheid en een gunstigere risicoclassificatie. Deze bevindingen suggereren dat upfront CN vooral kan helpen bij patiënten met een gunstige prognose, en dan met name als er bij diagnose nog geen dringende systemische behandeling nodig is. Het kan de tumorgroei vertragen en mogelijk de overleving verbeteren. “Huidige onderzoeken richten zich vooral op een uitgestelde operatie na immunotherapie”, legt ze uit. “Op basis van onze bevindingen zou toekomstig onderzoek ook moeten kijken naar de rol van upfront CN, vooral bij zorgvuldig geselecteerde patiënten die nog geen directe systemische behandeling nodig hebben.”
Betere zorg
“Met onze onderzoeken hebben we een aantal zaken inzichtelijk gemaakt en enkele verbeterpunten geïdentificeerd”, zegt Yildirim, “maar er is er nog ontzettend veel werk te doen. PRO-RCC biedt daarvoor een solide basis om verder op te bouwen. Niet alles kan immers met een gerandomiseerd gecontroleerd onderzoek worden aangetoond; soms is dat te kostbaar of praktisch onethisch. Daarom is het belangrijk om real-world data te omarmen en zo bij te dragen aan betere zorg voor patiënten met nierkanker.”
Referenties:
- Proefschrift H. Yildirim (2026): Renal cancer management beyond clinical trials real-world evidence on treatment and outcomes.
- Yildirim H, Richters A, Bins AD, et al. Immunotherapy in metastatic renal cell carcinoma: Insights from a Dutch nationwide cohort. Eur Urol Open Sci. 2025;72:42-45. doi: 10.1016/j.euros.2025.01.008.