Ouders met vaccinatietwijfel zijn vaker lager opgeleid en jonger, en hebben een religieuze of antroposofische levensovertuiging. Dat concluderen onderzoekers uit Nijmegen en Leiden in Vaccine. Hun kinderen waren vaker niet volgens het aanbevolen schema gevaccineerd. De onderzoekers adviseren vooral deze groepen te ondersteunen bij de besluitvorming over vaccinatie en daarbij aandacht te besteden aan waarden die belangrijk zijn bij de beslissing.
Het doel van deze studie was om de prevalentie van vaccinatietwijfel te onderzoeken bij ouders van pasgeboren kinderen, evenals de kenmerken die daarmee geassocieerd zijn. Daarnaast richtten de onderzoekers zich specifiek op waarden die voor ouders belangrijk zijn in het besluitvormingsproces. Ouders van kinderen < 3 maanden vulden een vragenlijst in die bestond uit 48 items over sociodemografische kenmerken (o.a. leeftijd, gender, opleidingsniveau, religie, migratieachtergrond), vaccinatietwijfel (gemeten met de vaccine hesitancy assessment tool), eerder wel/niet vaccineren (van bijvoorbeeld een ouder kind), vaccinatie-intentie (positief, gemiddeld of negatief) en waarden (gemeten met de parental vaccine values-vragenlijst).
Er werden 533 ouders geïncludeerd, van wie 27% vaccinatietwijfel rapporteerde. Een lager opleidingsniveau (aOR 2,13), een gemiddelde vaccinatie-intentie (aOR 6,23) en een religieuze of antroposofische levensbeschouwing (aOR 1,76) waren positief geassocieerd met vaccinatietwijfel. Leeftijd (aOR 0,92) was negatief geassocieerd met vaccinatietwijfel. Ouders die vaccinatietwijfel rapporteerden scoorden hoger op de waarde ‘vaccinatierisico’ (p = 0,003) en lager op de waarden ‘welwillendheid’ (p < 0,001) en ‘ziektepreventie’ (p < 0,001). Bovendien was het relatieve risico voor kinderen om op de leeftijd van 6 maanden niet volgens schema gevaccineerd te zijn, 2,5 bij ouders die vaccinatietwijfel rapporteerden in vergelijking met ouders die dat niet deden.
Bron: