Mannen melden zich steeds vaker bij de huisarts met de vraag of een lage testosteronwaarde ten grondslag ligt aan hun klachten. Die toename hangt waarschijnlijk samen met de groeiende aandacht voor gezondheid en testosteron op sociale media en in mannenbladen. Dr. D.L. (Diederik) Smit, internist-endocrinoloog bij de Android Health Clinic, ziet in de praktijk dat de meeste van deze mannen niet in aanmerking komen voor testosterontherapie. Toch weerhoudt dat sommigen er niet van om zelf een behandeling te starten.
De klachten waarmee deze mannen zich melden zijn zelden specifiek voor een testosterontekort. Vermoeidheid, prikkelbaarheid, concentratieproblemen en een verminderd libido komen minstens zo vaak voor bij stress, slaaptekort, relationele problemen of langdurige overbelasting. Toch leggen veel mannen zelf de link met testosteron, vaak na een online zoektocht. Daar wordt testosteron gepresenteerd als dé sleutel tot energie, vitaliteit en mannelijkheid.
Stress
Volgens Smit zijn de klachten bij een meerderheid van deze mannen waarschijnlijk vooral toe te schrijven aan stress. “Het gaat vaak om mensen die veel hooi op hun vork nemen, zonder dat er sprake is van een burn-out. Dat soort druk komt veel voor en veroorzaakt precies dit soort symptomen. Na een zoektocht op internet belanden ze vervolgens in de testosteronhype, met influencers en tijdschriftartikelen die wijzen op ‘lage waarden’ als oorzaak.”
Vervolgens vragen deze mannen hun huisarts om hun testosteron te laten bepalen. De meeste huisartsen zullen dat niet doen, omdat de richtlijn1 adviseert testosteron alleen te meten bij duidelijke erectiestoornissen. “En dat is vaak niet de belangrijkste klacht waarmee deze mannen zich melden,” zegt Smit.
Onenigheid
Wanneer de huisarts wel besluit de testosteronwaarde te bepalen, kan er alsnog onenigheid ontstaan over de interpretatie van de uitslag, weet Smit vanuit zijn ervaring met nascholingen over dit onderwerp. “Als het testosteron echt te laag is, en dit in een 2e meting wordt bevestigd, volgt verwijzing naar een internist of uroloog en kan testosterontherapie worden gestart. Maar veel vaker blijkt de testosteronwaarde niet te laag, maar aan de onderkant van het normale bereik te liggen, ongeveer tussen de 9 en 13 nmol/l.”
In die situatie oordeelt de huisarts dat er geen sprake is van een afwijking, terwijl de patiënt toch kan denken dat zijn klachten door deze ‘lage’ waarde worden veroorzaakt. “Dan ontstaat er een vacuüm,” aldus Smit. “De huisarts wil geen verdere actie ondernemen, terwijl de patiënt klachten heeft en zegt: ‘hier wil ik iets mee’.”
Zelfmedicatie
Juist in dat vacuüm schuilt het risico dat mannen zelf hun testosteron gaan verhogen door middelen online te bestellen. Een complicerende factor is dat veel informatie afkomstig is uit de Verenigde Staten, waar commerciële klinieken een veel ruimere indicatiestelling hanteren. “Daar krijgen mannen met laagnormale of zelfs normale waarden vaak alsnog testosteron voorgeschreven,” vertelt Smit.
Ook de gebruikte doseringen verschillen sterk. “In Europa ligt een gebruikelijke onderhoudsdosering bij injecties rond de 100 milligram per week. In de Verenigde Staten worden gemakkelijk doseringen van 200 tot 250 mg per week gegeven. Maar iedere man die zijn testosteron verdubbelt – of dat nu van te laag naar normaal is of van normaal naar ruim boven de normaalwaarde – ervaart meer energie en een hoger libido. Dan is de conclusie al snel: ‘zie je wel, het lag aan mijn testosteron’. Terwijl er in feite geen behandeling van de onderliggende klacht heeft plaatsgevonden, maar een lapmiddel is toegepast.”
Op internet en sociale media wordt bovendien vaak gesteld dat een daling van de testosteronspiegel met de leeftijd moet worden aangevuld. Ook daar plaatst Smit kanttekeningen bij. “Het is überhaupt de vraag of testosteron wezenlijk daalt met de leeftijd. En als dat al gebeurt, gaat het meestal om een paar procent per jaar. Het is zeer de vraag of dat klinisch relevant is.”
Een onzichtbare groep gebruikers
De testosteronhype uit de Verenigde Staten heeft volgens Smit geleid tot een grote groep mannen die het heft in eigen handen neemt. “Uit onderzoek uit 2023 weten we dat jaarlijks ongeveer een half miljoen Nederlanders anabole steroïden gebruikt, waaronder testosteron. Deze groep is grotendeels onzichtbaar voor artsen, omdat zij opereren in het illegale circuit.” Deze mannen komen soms wel bij de huisarts, maar zijn niet open over hun plannen. “Ze zeggen niet: ‘bedankt voor de uitslag, ik ga vanavond testosteron bestellen’. Ze zeggen gewoon ‘tot ziens’ en gaan vervolgens hun eigen weg.”
Langetermijnrisico’s
Dat zou minder problematisch zijn als testosteron alleen positieve effecten had, zoals meer energie en een hoger libido. Maar langdurig gebruik van hoge, niet-fysiologische-testosteronspiegels kent duidelijke risico’s. “Op de lange termijn neemt de kans op hart- en vaatziekten toe, naast andere complicaties,” waarschuwt Smit. Daarnaast ontstaat afhankelijkheid. “De eigen testosteronproductie stopt zodra iemand begint met exogeen testosteron. Als iemand dat 2 of 3 jaar gebruikt en vervolgens weer stopt, keert de eigen productie vaak niet meer terug op het oorspronkelijke niveau.” Daar komt bij dat het psychologisch lastig kan zijn om terug te keren naar normale waarden. “Bij mensen die jarenlang met zeer hoge testosteronspiegels hebben geleefd, is het de vraag of zij zich bij dergelijke fysiologische waarden nog wel goed voelen.”
Dat betekent niet dat regulier voorgeschreven testosteron per definitie gevaarlijk is. Zo liet de TRAVERSE-studie zien dat testosterontherapie cardiovasculair neutraal was vergeleken met placebo. “Maar die studie betrof mannen die testosterongel gebruikten in relatief lage doseringen,” benadrukt Smit. “De resultaten zijn niet representatief voor mannen die hoge doseringen gebruiken.”
Zelfdoktoren voorkomen
Om zelfdokteren te voorkomen, pleit Smit voor meer openheid in het consult. “Het kan helpen om expliciet te vragen of iemand overweegt zelf met testosteron te beginnen. Dat voelt misschien ongemakkelijk, maar als iemand toch vastbesloten is om testosteron te gebruiken, heeft enige begeleiding sterk de voorkeur. Dan kun je uitleggen welke doseringen verantwoord zijn, welke risico’s eraan kleven en welke controles noodzakelijk zijn. Dat is beter dan iemand wegsturen en denken: ‘dit is mijn probleem niet meer’.”
Wanneer patiënten testosteron willen gebruiken, kunnen zij worden gewezen op zelfstandige behandelcentra met expertise op dit gebied. “Wij kunnen mensen soms op andere gedachten brengen, of een alternatief aanbieden die de testosteronproductie tijdelijk stimuleert en omkeerbaar is.” Als er geen medische indicatie is, kan ook daar geen testosteron worden voorgeschreven. “Maar we kunnen wel begeleiden en adviseren. Bijvoorbeeld om met 125 mg per week te beginnen in plaats van 250, en door bloedwaarden, nier- en leverfunctie te monitoren. Dat maakt het gebruik niet verantwoord, maar wel minder onverantwoord en verkleint de kans op langetermijnschade.”
Huisartsen kunnen niet rechtstreeks verwijzen naar zelfstandige behandelcentra, omdat er geen DBC is, maar kunnen patiënten wel informeren over het bestaan van dergelijke klinieken. “Het is goed als mensen weten dat er gespecialiseerde zorg is voor testosterongebruik buiten de reguliere kanalen. Gebruik buiten die kanalen is nooit ideaal, maar het kan wel veiliger plaatsvinden.”
Te terughoudend bij het testen op testosteron?
Smit begrijpt dat de richtlijnen terughoudend zijn met het testen op een testosterontekort. “De kans op hypogonadisme is klein. Van de 100 mannen die denken dat ze een tekort hebben, blijkt in mijn ervaring slechts 1 à 2% daadwerkelijk een tekort te hebben.” Toch pleit hij voor nuance. “Bij klachten die sterk wijzen op hypogonadisme – zoals somberheid, vermoeidheid en libidoverlies – en een realistisch, samenhangend verhaal, zou ik niet zeggen: ‘ik test niet omdat het niet in de standaard staat’. Dan moet er wel goede uitleg volgen over wat normale en afwijkende waarden zijn, om verkeerde verwachtingen en onnodige onrust te voorkomen.”
Referentie:
- NHG-Werkgroep Seksuele klachten. NHG-Standaard Seksuele klachten (eerste herziening). Huisarts Wet. 2015;58:586-97.