Gordelroos (herpes zoster) ontstaat door reactivatie van het varicellazostervirus (VZV), hetzelfde virus dat waterpokken veroorzaakt en na een doorgemaakte infectie levenslang latent aanwezig blijft in zenuwweefsel. Ter preventie is vaccinatie beschikbaar, onder meer met het levend verzwakte Zostavax® (inmiddels grotendeels uitgefaseerd) en het recombinante, niet-levende Shingrix®. De laatste jaren stapelt het bewijs zich op dat deze vaccinatie niet alleen herpes zoster voorkomt, maar mogelijk ook het risico op dementie verlaagt. Wat begon als een toevallige observatie in cohortonderzoek, is inmiddels onderbouwd met een aantal sterk opgezette studies. Toch is voorzichtigheid geboden: geen van de beschikbare vaccins is geregistreerd voor preventie van dementie en bewijs uit prospectief gerandomiseerde studies ontbreekt vooralsnog.
De aanleiding is de zogeheten virale hypothese van dementie: neurotrope herpesvirussen, waaronder het VZV, worden al langer in verband gebracht met neurodegeneratieve processen.1 Vaccinatie zou dat risico kunnen beperken doordat reactivatie van het virus wordt voorkomen, maar mogelijk ook via bredere, aspecifieke immuunmodulerende effecten die vaccins – met name levend verzwakte vaccins – kunnen hebben op het afweersysteem als geheel.
Pathofysiologie
Pathofysiologisch spelen 3 mechanismen mogelijk een rol. VZV blijft na infectie latent in zenuwganglia die anatomisch verbonden zijn met de hersenen. Bij reactivatie kan het virus lokale ontstekingsreacties in het brein uitlokken die lijken op processen zoals die zich voordoen bij de ziekte bij Alzheimer. Daarnaast kan VZV-reactivatie bloedvatontsteking in de hersenen veroorzaken, met kleine herseninfarcten en verminderde doorbloeding tot gevolg – een bekende oorzaak van vasculaire dementie. Ten derde speelt mogelijk het amyloïd-eiwit een rol: dit eiwit zou virussen kunnen binden als afweermechanisme, waardoor chronische virale prikkeling zou kunnen bijdragen aan de schadelijke amyloïdophopingen die kenmerkend zijn voor Alzheimer.
De mogelijke pathofysiologische mechanismen zijn samengevat in figuur 1. De brede immuunstimulerende werking van levend verzwakte vaccins zou hier aanvullend beschermend kunnen werken, maar hard bewijs bij mensen ontbreekt nog – het gaat vooralsnog vooral om epidemiologische verbanden.1,2

Figuur 1. Drie mogelijke pathofysiologische mechanismen die een rol kunnen spelen bij het verband tussen VZV-reactivatie en dementie. Na primaire infectie blijft het varicellazostervirus (VZV) latent in sensibele ganglia. Reactivatie kan (1) neuro-inflammatie veroorzaken, (2) vasculitis en cerebrale ischemie geven, en (3) interageren met amyloïd-β, wat kan bijdragen aan amyloïdophoping. VZV-vaccins zouden hypothetisch bescherming kunnen bieden door reductie van deze effecten.
Studies
Het overtuigendste epidemiologische bewijs komt niet uit klassieke cohortstudies, waarin de invloed van de ‘healthy vaccinee bias’ (mensen die zich laten vaccineren leven vaak toch al gezonder) moeilijk is uit te sluiten, maar uit zogeheten quasi-experimentele studies. De bekendste, gepubliceerd in ‘Nature’, maakte gebruik van een geboortedatumgrens in het vaccinatieprogramma van Wales: wie na 1 september 1933 geboren was, kwam in aanmerking voor het levend verzwakte vaccin Zostavax®, wie ervoor geboren was niet. Van de groep die net wel in aanmerking kwam, werd 47,2% gevaccineerd, tegen 0,01% van de groep die net te oud was – een vrijwel perfect ‘natuurlijk experiment’ dat confounding grotendeels uitsluit.
Over een follow-upperiode van 7 jaar was het risico op een nieuwe dementiediagnose in de gevaccineerde groep 3,5 procentpunt lager (95%-BI 0,6-7,1), oftewel een relatieve daling van 20% (95%-BI 6,5-33,4). Het effect was uitgesprokener bij vrouwen dan bij mannen.2 Een vergelijkbaar quasi-experimenteel ontwerp in Australië, gebaseerd op een leeftijdsgrens in plaats van een geboortedatum, liet een vergelijkbare bescherming zien.3
Omdat Zostavax® wereldwijd goeddeels is vervangen door het recombinante, niet-levende vaccin Shingrix®, was de vraag of dat vaccin hetzelfde effect heeft. Een Amerikaanse studie die beide vaccins direct met elkaar vergeleek, vond dat Shingrix®-gebruikers 17% langer dementievrij bleven dan Zostavax®-gebruikers, omgerekend 164 dagen (95%-BI 124-202).4 Los daarvan lieten grote Amerikaanse verzekeringsdatabestanden – waaronder een ‘machine learning’-gebaseerde cohortstudie en recente Medicare-analyse bij 65-plussers – zien dat personen met 2 of meer doses Shingrix® een aanzienlijk lager risico op de diagnose dementie hadden dan mensen zonder vaccinatie.5,6,7
Aanvullend onderzoek suggereert dat het beschermende effect niet beperkt is tot 1 dementiesubtype, maar dat vaccinatie ook samenhangt met minder nieuwe diagnoses van milde cognitieve stoornissen en dat er minder dementiegerelateerde sterfte was bij mensen die de diagnose al hadden.8
Discussie
Toch blijven er kanttekeningen. De grootste en methodologisch sterkste studies betreffen Zostavax®, een vaccin dat in de Verenigde Staten al niet meer wordt gebruikt en ook in Nederland nauwelijks nog wordt voorgeschreven. De studies naar Shingrix® zijn overwegend observationeel, deels industriegefinancierd, en de ‘healthy vaccinee bias’ is ook na uitgebreide statistische correctie nooit volledig uit te sluiten. Bovendien is dementie een langzaam en heterogeen proces, waardoor een follow-up van 6-7 jaar weinig zegt over de jaren daarna. Gerandomiseerd onderzoek naar de optimale leeftijd, de frequentie van toediening en het onderliggende werkingsmechanisme ontbreekt vooralsnog.
Zowel het RIVM als de auteurs van de onderliggende studies benadrukken dat verder onderzoek nodig is voordat van een bewezen preventieve werking tegen dementie kan worden gesproken.9 Het Nederlandse vaccinatiebeleid verandert ondertussen wel, maar niet vanwege dementie. Begin 2026 besloot het ministerie van VWS om de gordelroosvaccinatie kosteloos aan te bieden aan 60-jarigen, in lijn met eerder advies van de Gezondheidsraad. Een exacte startdatum is nog niet bekend. Vergoeding van Shingrix® voor mensen met een verhoogd risico op een ernstig beloop — onder wie patiënten met een hematologische maligniteit of solide tumor, na een orgaan- of stamceltransplantatie, met hiv of na behandeling met een immunosuppressieve biological of JAK-remmer — bestond al langer.10 Een eventuele gunstige werking op het dementierisico speelt in die besluitvorming vooralsnog geen rol.
Conclusie
Een groeiende, methodologisch steeds overtuigender epidemiologische bewijslast wijst op een samenhang tussen gordelroosvaccinatie en een lager dementierisico, maar zolang prospectief gerandomiseerd onderzoek ontbreekt, blijft dit een veelbelovende hypothese en nog geen basis om vaccinatiebeleid op te baseren.
Gordelroos blijft de hoofdindicatie
Behandeling en preventie
Gordelroos wordt vaak het eerst gezien door de dermatoloog, zeker bij atypische presentaties, uitgebreide of gedissemineerde beelden, of complicaties zoals betrokkenheid van de ogen. Dat maakt het spreekuur een logisch moment om, zeker bij oudere of immuungecompromitteerde patiënten, vaccinatie ter sprake te brengen. Shingrix is het voorkeursvaccin, omdat het levend verzwakte Zostavax gecontra-indiceerd is bij immuunsuppressie en bovendien minder effectief en minder langdurig beschermend is.
Dementievragen
De mogelijke samenhang met een lager dementierisico is voor dermatologen vooral relevant omdat patiënten er zelf mee komen, gevoed door berichtgeving in de media. Het is dan goed te kunnen uitleggen dat dit een niet geregistreerde indicatie/nevenbevinding betreft uit epidemiologisch onderzoek. Het vaccinatieadvies blijft ongewijzigd: vaccineren ter voorkoming van gordelroos en postherpetische neuralgie volgens de geldende risicogroep- en leeftijdscriteria, ongeacht wat de dementiestudies verder nog zullen laten zien.
Praktisch
Voor de eigen praktijkvoering verandert er dus weinig: de indicatiestelling, contra-indicaties (waaronder zwangerschap, voor Zostavax ook immuunsuppressie) en het vaccinatieschema (2 doses Shingrix met 2 tot 6 maanden ertussen) blijven ongewijzigd. Wel is het nuttig deze ontwikkeling te kennen, puur om patiëntvragen goed te kunnen pareren.
Referenties
- Wainberg M, Luquez T, Koelle DM, et al. The viral hypothesis: how herpesviruses may contribute to Alzheimer’s disease. Mol Psychiatry. 2021;26:5476-80.
- Eyting M, Xie M, Michalik F, et al. A natural experiment on the effect of herpes zoster vaccination on dementia. Nature. 2025;641:438-46.
- Pomirchy M, Bommer C, Pradella F, et al. Herpes zoster vaccination and dementia occurrence. JAMA. 2025;333:2083-92.
- Taquet M, Dercon Q, Todd JA, Harrison PJ. The recombinant shingles vaccine is associated with lower risk of dementia. Nat Med. 2024;30:2777-81.
- Tang E, Ray I, Arnold BF, Acharya NR. Recombinant zoster vaccine and the risk of dementia. Vaccine. 2024;46:126673.
- Schwab P, Widenmaier R, Tahrat H, et al. Recombinant zoster vaccine and reduced risk of dementia: matched‐cohort study using large‐scale electronic health records and machine learning methodology. Alzheimers Dement. 2025;20(Suppl 7):e088064.
- Dos Reis S, Tran P, Mohanty K, et al. Reduced risk of dementia with recombinant zoster vaccine in US adults age 65 or older. Alzheimers Dement 2026;22:e71407.
- Xie M, Eyting M, Bommer C, et al. The effect of shingles vaccination at different stages of the dementia disease course. Cell. 2025;188:7049-64.
- Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM). Gordelroos – informatie voor professionals. rivm.nl/gordelroos/gordelroos-professionals, geraadpleegd juli 2026.
- Zorginstituut Nederland. Advies – wel uitbreiden vergoedingsvoorwaarden gordelroos-vaccin (Shingrix®) voor specifieke medische risicogroep. 2024.