De leeropdracht Cardiovasculaire preventie met focus op sekse-specifieke factoren maakt duidelijk dat hoogleraar dr. J.E. (Jeanine) Roeters van Lennep een brede kijk heeft op de cardiovasculaire zorg. Ze heeft een holistische blik op vrouwengezondheid en maakt zich sterk voor uiteenlopende samenwerkingsverbanden om hier invulling aan te geven. Ook huisartsen spelen daarbij een belangrijke een rol.
Toen Roeters van Lennep concludeerde dat ze met haar studie vergelijkende literatuurwetenschappen niet zoveel maatschappelijke impact kon maken, koos ze alsnog voor geneeskunde. Een studentenbaan leerde haar dat vrouwen bij een eerste hartkatheterisatie ziekere kransslagaders hadden dan mannen omdat ze later werden verwezen. Ook kregen vrouwen minder vaak dotterbehandelingen en bypassoperaties. Daarmee was haar toekomstplan duidelijk. Deze werd afgelopen 9 januari verzegeld met haar benoeming tot hoogleraar. Daarbij sprak zij haar rede Preventie die past: de opmars van sekse- en gendersensitieve cardiovasculaire geneeskunde uit.1
‘Doet het niet’
Roeters van Lennep negeerde degenen die jaren eerder riepen ‘doe het niet’, toen ze liet weten zich juist op dit onderwerp te gaan richten. “Ze waarschuwden mij dat het een niche was waarin ik geen carrière kon maken. Voor vrouwspecifieke studies zou ik nooit funding krijgen. Die reactie begreep ik wel, want het was inderdaad een uitdaging om hierin onderzoek te doen. Kijk bijvoorbeeld naar het effect van zwangerschap bij vrouwen met een familiair bepaald hoog cholesterol. Moet dan echt worden gestopt met statines? Dat is lastig te onderzoeken. Als ze stoppen, wordt niet in hun dossier genoteerd voor hoe lang, daarvoor moet je hen interviewen. En je kunt geen gerandomiseerde klinische trial doen waarin je de helft laat stoppen met medicijnen en de andere helft niet. Dat komt niet door de medisch-ethische commissie, en dan is funding ook meteen een probleem. Ook ‘er wordt zo weinig onderzoek naar gedaan, is het wel een relevant onderwerp?’, kan dan de reactie zijn. Dat versterkt elkaar.”
Kleine stapjes
Roeters van Lennep begint daarom met kleine stapjes aan haar missie. “Bijvoorbeeld met een onderzoek naar hoeveel mannen versus vrouwen met hoog cholesterol volgens de richtlijn worden behandeld. En veel samenwerken, ook met huisartsen, want zij vervullen in mijn werk een belangrijke rol. Het feit dat in de silo’s tussen huisarts en ziekenhuis veel informatie verloren gaat, is schadelijk voor de patiënt. We zagen dat vrouwen die tijdens hun zwangerschap een hoge bloeddruk hadden, na de bevalling een verhoogd risico liepen om opnieuw hoge bloeddruk te ontwikkelen, en daardoor meer kans hadden op hart- en vaatziekten. Het was gek dat er geen gebruik werd gemaakt van die kennis, dus hebben we een poli opgericht waar vrouwen zich konden laten onderzoeken. Dat liep storm. Huisartsen verwezen heel vaak, nadrukkelijk op verzoek van de patiënt.”
Een deel van de huisartsen zag aanvankelijk de waarde niet. En een deel was van mening dat zij deze nazorg ook kon bieden. “Vervolgens is hierdoor een prachtige multidisciplinaire samenwerking ontstaan, met een duidelijke rol voor de huisarts. Natuurlijk is het dan nog steeds belangrijk dat die naar de tweedelijn verwijst bij een complicatie die duidt op een onderliggend probleem. De kern is dat de zorg voor deze vrouwen het meest optimaal is wanneer die een geheel vormt met daarin een rol voor de huisarts.” Huisartsen hadden vooraf geen idee van die rol. Het was huisarts – en nu hoogleraar huisartsgeneeskunde – Hedwig Vos die zich hard maakte voor de totstandkoming van een multidisciplinaire richtlijn waarin deze rol is verankerd. “Je hebt deze ambassadeurs nodig om de zorg voor vrouwen op de lange termijn met een levensloopvisie te optimaliseren”, zegt Roeters van Lennep.
Dit bewijst dat ondanks de eerdere waarschuwing die Roeters van Lennep kreeg, wel degelijk bredere belangstelling bestaat voor sekse- en gendersensitieve zorg. “Zeker, maar je moet echt de mensen zoeken die bereid zijn het pad op te gaan waar eerder niemand kwam”, zegt Roeters van Lennep. “Zelf geloof ik in de waarde daarvan, in de samenwerking met huisartsen, kinderartsen, gynaecologen, cardiologen en onderzoekers. Voor die laatsten is de verbinding met de kliniek heel belangrijk.”
Samenwerking
Die samenwerking is er bijvoorbeeld bij de poli in het Erasmus MC voor vrouwen met veelvoorkomende dyslipidemieën en het expertcentrum voor vrouwen met zeldzame dyslipidemieën. De vrouwen die hier komen willen voorkomen dat ze ziek worden, zei Roeters van Lennep in haar oratie. Ze noemde daarbij de Chinese wijsheid dat een slechte arts pas in actie komt als iemand al ziek is, en een goede ervoor zorgt dat de mens geen patiënt wordt. “Een bewust scherpe uitspraak om te benadrukken dat universitaire centra er ook zijn voor mensen die niet ziek lijken maar dat wel worden als ze niet op tijd worden gediagnosticeerd en behandeld. De gemiddelde leeftijd van overlijden van een vrouw met homozygote familiaire hypercholesterolemie, de meest ernstige vorm van erfelijk hoog cholesterol, is 36 jaar. Omdat ze niet ziek oogt, zie je niet dat ze ziek is. Er wordt weleens gezegd: ‘Jij ziet op die poli geen patiënten’. En dat klopt, die zie ik ook liever niet, want anders heb ik mijn werk niet goed gedaan.” Dit kan leiden tot de ethische discussie over het starten van de behandeling. “Als we weten dat het risico op hart- en vaatziekten aanwezig is, is leefstijl natuurlijk de eerste interventie. Maar als daarmee nog steeds sprake blijft van een verhoogd risico op hart- en vaatziekten, zou ik niet weten waarom je geen cholesterolverlagende medicijnen zou voorschrijven.”
Social media
“Statines zijn goedkoop, veilig en effectief in het verlagen van hart- en vaatziekten”, stelt Roeters van Lennep. Helaas geeft desinformatie op social media vaak een ander beeld. Ze hanteert het controversiële standpunt dat aandacht in Libelle of op TikTok meer oplevert dan een wetenschappelijke publicatie. “Daarmee word je door de wetenschap niet serieus genomen en dat begrijp ik ook”, zegt de hoogleraar. “Maar zolang je ervoor zorgt dat je publicaties in de toonaangevende wetenschappelijke tijdschriften op orde zijn, wordt wel meer en meer geaccepteerd dat je ook die andere wegen bewandelt om mensen te bereiken. En terecht, want met alleen wetenschappelijke publicaties blijft je maatschappelijke impact beperkt.” Roeters van Lennep noemt als voorbeeld een TikTok-filmpje over ‘wat is cholesterol’ dat zij maakte. “Dat is al 70.000 keer bekeken.”
Dit is zeker ook een boodschap voor de huisarts, benadrukt Roeters van Lennep. “De huisarts is vaak het eerste aanspreekpunt voor de patiënt en heeft invloed. Het is goed als huisartsen zich bewust zijn van het social mediagebruik. Vooral vrouwen zoeken veel informatie op internet over hun gezondheid. De huisarts heeft dus een rol om te communiceren welke informatie wel en niet betrouwbaar is. Dit kan in de spreekkamer, maar ook bijvoorbeeld op de praktijkwebsite.”
Impact
In 2013 kwam Roeters van Lennep met de Women’s Health Course om vrouwengezondheid vanuit verschillende disciplines te benaderen. Vorig jaar volgde het Women’s Research and Innovation center, om bij te dragen aan holistische, transdisciplinaire vrouwengezondheid. “We worden hierdoor steeds vaker benaderd voor samenwerking in onderzoek en innovatie”, vertelt ze. “Door partijen die vrouwen vertegenwoordigen, maar ook verzekeringsmaatschappijen en ministeries. Het geeft aan dat het onderwerp speelt. Hier moet echt verbetering in komen, en dat moet zich niet beperken tot wat binnen de scope van de gynaecologie valt.”
Dat zij daarin een rol voor zichzelf ziet is duidelijk. En daarbij merkt zij op: “Vrouwelijke wetenschappers krijgen nog niet dezelfde behandeling als mannen. Ze hebben vaak minder carrièrekansen, alleen omdat ze vrouw zijn. Daarom maak ik mij er hard voor dat wetenschappers die talent hebben en gedreven zijn allemaal een kans krijgen. Daar hoop ik met de positie die ik nu heb aan bij te kunnen dragen.”
Referentie: