Whitepaper: Verbetering van antibioticagebruik bij acneïforme dermatosen

Auteurs: L. Derickx, A. Verbon, V. Sigurdsson

Welke mogelijkheden zijn er voor verbetering van antibioticagebruik bij acneïforme dermatosen?

Tot wel 50% van de antibiotica wordt onjuist voorgeschreven, bijvoorbeeld door een verkeerde indicatie, dosering of duur.1 Vooral binnen de dermatologie is langdurig gebruik van orale antibiotica gebruikelijk. Een kritische blik hierop is dan ook belangrijk, zeker gezien tegen het licht van antibioticaresistentie dat wereldwijd een groeiend probleem is en zelfs een van de grootste bedreigingen voor de volksgezondheid vormt. Onderzoek uit het UMC Utrecht door arts antibiotic stewardship L. Derickx, internist-infectioloog A. Verbon en dermatoloog V. Sigurdsson helpt beter inzicht te krijgen in het antibioticagebruik bij acne-achtige huidaandoeningen.

Antibioticaresistentie vormt een gevaar bij langdurige/overmatige behandeling

Bij verschillende dermatologische aandoeningen, zoals matige tot ernstige inflammatoire acne, rosacea en hidradenitis suppurativa (HS) zijn orale antibiotica (tot 12-16 weken) een effectieve eerstelijnsbehandeling.2-4 Overmatig en langdurig gebruik bevordert echter antibioticaresistentie, een onvermijdelijk gevolg van bacteriële evolutie dat door antibioticagebruik wordt versneld. De Amerikaanse Centers for Disease Control and Prevention (CDC) adviseren daarom kritisch gebruik van antibiotica bij dermatosen.5 Dermatologen schrijven relatief vaak langdurige orale kuren voor: circa een derde van alle poliklinische antibiotica vanuit specialistische zorg wordt door dermatologen voorgeschreven.6 Resistentie ondermijnt de effectiviteit van therapieën voor huidziekten en ontstaat ook bij topicaal gebruik, zelfs buiten het behandelde gebied.7-9 Bij behandeling met doxycycline worden resistente bacteriën tot 336 dagen na start aangetroffen.10 Breedspectrumantibiotica beïnvloeden bovendien het huidmicrobioom.5 Resistentie tegen middelen als clindamycine, mupirocine en doxycycline is zorgelijk vanwege hun belang bij ernstige infecties. Om het antibioticagebruik bij acneïforme dermatosen te analyseren en verbeterkansen te identificeren, is onder poliklinische dermatologische patiënten in het UMC Utrecht hier onderzoek naar uitgevoerd.

Studie-opzet

In deze retrospectieve studie zijn 425 poliklinische patiënten met acneïforme dermatosen en folliculitis medio 2021 geselecteerd. Van 1 juli 2021 tot 1 september 2022 is onderzocht of zij orale of topische antibiotica kregen (tetracyclines, macroliden, clindamycine, rifampicine of metronidazol) met een minimale follow-up van 9 maanden. Daarnaast is bij 50 nieuwe patiënten zonder antibiotische behandeling de alternatieve therapie in kaart gebracht.

Resultaten

Tabel 1 geeft de baseline patiëntkenmerken met acneïforme dermatosen weer. Hieruit blijkt onder meer dat acne de meest voorkomende diagnose was, gevolgd door rosacea.

Antibioticavoorschriften

Tabel 2 geeft een overzicht van de antibioticavoorschriften per ziektebeeld. 37 patiënten kregen zowel een topisch als oraal middel; van de topisch behandelde patiënten kregen 24 patiënten een combinatiepreparaat (treclinac of duac). Nieuwe patiënten (50%, n = 182) kregen significant vaker antibiotica dan bestaande patiënten (37%, n = 243; p = 0,0057). Bij de 50 nieuwe patiënten zonder antibiotica werden andere therapieën toegepast: isotretinoïne (30%), ivermectine (18%), keratolytica (14%), topicale retinoïden (12%) en calcineurineremmers (10%). Enkelen kregen antiseptica, infliximab, prednisolon of kenacortinjecties; drie werden buiten de polikliniek alsnog met antibiotica behandeld en drie ontvingen geen therapie.

Behandelduur

Doxycycline was het meest voorgeschreven antibioticum (75%). De gemiddelde behandelduur met orale antibiotica was 2-3 maanden, met enkele langere kuren (tabel 3).

Langdurig gebruik

Langdurig gebruik van orale antibiotica (> 3-4 maanden) komt het vaakst voor bij HS en rosacea (tabel 4). Van de acnepatiënten krijgt bijna 10% een kuur langer dan 3 maanden, vaak met een verlenging tot ruim 4 maanden.

Discussie

Uit dit onderzoek bleek dat ruim 40% van de patiënten met acneïforme dermatosen antibiotica, topicaal en oraal in gelijke mate kregen. Nieuwe patiënten kregen, conform richtlijn, significant vaker antibiotica. Orale antibiotica werden meestal voorgeschreven volgens de richtlijn (3-4 maanden), maar bij HS, rosacea en acne werd deze duur geregeld overschreden. Eerdere behandelingen en behandelduur van topicaal antibiotica konden niet worden meegenomen.

Orale antibiotica vormen de eerstelijnsbehandeling bij matige tot ernstige acneïforme dermatosen. Kwantitatieve gegevens over behandelduur zijn schaars en variëren per land en richtlijn. Een Ierse studie vond gemiddeld 3,6 maanden per kuur en 1,8 kuren per patiënt bij acne.11 De precieze werking van antibiotica bij deze aandoeningen is niet volledig duidelijk, maar vermoed wordt dat het een ontstekingsremmend effect betreft. Cutibacterium acnes speelt een sleutelrol bij acne-inflammatie.12 Resistentie tegen C. acnes correleert met hardnekkiger laesies en therapiefalen en treft circa 50% van de patiënten.7,8 Eén op de vier C. acnes-stammen is resistent tegen tetracyclines, macroliden of clindamycine.13

Aanbevelingen voor de dagelijkse praktijk

Op basis van deze bevindingen en wat diverse richtlijnen aanbevelen, kan een aantal adviezen omtrent antibioticagebruik bij acneïforme dermatosen voor de dagelijkse praktijk worden geformuleerd (tabel 5).

Tabel 5. Adviezen

  • Overweeg niet-antibiotische alternatieven om antibiotica te sparen en/of antibiotische behandelduur te verkorten
    • Internationale richtlijnen raden gelijktijdig gebruik van orale en topische antibiotica af; overweeg alternatieve behandelingen
      • Acne: benzoylperoxide, topische retinoïden, orale anticonceptiva en isotretinoïne (kan huidmicrobioom normaliseren)14
      • Rosacea: triggervermijding, vaatlaser, lokale niet-antibiotica en isotretinoïne opties bij onvoldoende effect van antibiotica15
      • HS: leefstijladviezen, antiseptica, keratolytica, intralesionale steroïden, chirurgie of biologicals5
    • Keuze is mede afhankelijk van bijwerkingen, behandelbaarheid en vergoeding
  • Gebruik altijd benzoylperoxide of retinoïden en beperk het gebruik van topicale antibiotica bij acne
    • Topicale antibiotica dienen gecombineerd te worden met retinoïden of benzoylperoxide, bij voorkeur als combinatiepreparaat om resistentie te beperken15
    • Retinoïden hebben comedolytische en ontstekingsremmende werking; combinatietherapie is effectiever dan monotherapie
    • Benzoylperoxide is bactericide, voorkomt resistentie en verhoogt mogelijk de penetratie van antibiotica16
    • Ook bij orale antibiotica wordt toevoeging van topicaal retinoïden of benzoylperoxide aanbevolen15
  • Dermatologische voorschriften verdienen aandacht bij antibiotica stewardship
    • Bij acneïforme dermatosen is inzicht en monitoring van voorschrijfgedrag essentieel om gebruik te optimaliseren via bewustwording en benchmarking17
    • Weinig onderzoek naar de omvang en juistheid van topicaal antibioticagebruik18,19
    • Multicenterstudies zijn nodig om gebruik van orale en topische antibiotica én reductie-interventies beter in kaart te brengen

Referenties

  1. SWAB. Antimicrobial Stewardship.
  2. FMS. Richtlijn acne vulgaris.
  3. FMS. Richtlijn rosacea.
  4. NHG. Richtlijn hidradenitis suppurativa.
  5. MacGibeny MA, et al. JAMA dermatology. 2022;158(9):989.
  6. Stichting Farmaceutische Kengetallen.
  7. Eady EA, et al. Br J Dermatol. 1989;121(1):51-7.
  8. Leyden JJ, et al. J Am Acad Dermatol. 1983;8(1):41-5.
  9. Mills O, et al. Acta Derm Venereol. 2002 Jul;82(4):260-5.
  10. Jo JH, et al. Sci Transl Med. 2021;13(625).
  11. Campbell V, et al. J Am Acad Dermatol. 2020;83(6):AB97.
  12. Lheure C, et al. PLoS One. 2016;11(11).
  13. George S, et al. Part I Antimicrobial resistance: Bacterial pathogens of dermatologic significance and implications of rising resistance. J Am Acad Dermatol. 2022;86(6):1189-204.
  14. McCoy WH, et al. J Invest Dermatol. 2019;139(3):732-5.
  15. Walsh TR, et al. Lancet Infect Dis. 2016;16(3):e23-33.
  16. Del Rosso JQ, et al. J Clin Aesthet Dermatol. 2019;12(6):30.
  17. van der Velden AW, et al. Antibiot. 2020;9(10):670.
  18. Lapolla WJ, et al. Dermatol Surg. 2011;37(10):1427-33.
  19. Williamson D, et al. N Z Med J. 2015;128:103-9.

 

Dit whitepaper wordt u aangeboden door:

06/2025 NL-OTH-2500001