Consistente cardiorenale uitkomsten met finerenon

Delen via:
EASD 2022

Finerenon vermindert het risico op cardiorenale uitkomsten bij patiënten met DM2 met chronische nierziekten ongeacht HbA1c, gebruik van insuline, GLP-1-receptoragonisten of SGLT2-remmers, diabetische retinopathie (DR) of obesitas. Tijdens het symposium ‘Novel approach to treatment of multi-organ impact with finerenone’ gaven diverse sprekers een overzicht van de meest recente studieresultaten.1

Insuline en HbA1c

Uit een analyse van FIDELIO-DKD blijkt dat finerenon significant het risico verminderde op de samengestelde nieruitkomsten onafhankelijk van het HbA1c en insulinegebruik bij aanvang (p = 0,41 en 0,56). Dit was ook zo bij de risico’s op cardiovasculaire samengestelde uitkomsten (p = 0,70 en 0,33).2 

GLP1-receptoragonisten

Finerenon verminderde significant de primaire nieruitkomsten (tijd tot nierfalen, eGFR-afname ≥ 40% of nierdood) en belangrijke secundaire CV-uitkomsten (CV-overlijden, niet-fataal myocardinfarct, niet-fatale beroerte of ziekenhuisopname voor hartfalen, hHF) versus placebo, zonder verschil in het wel/niet gebruiken van een GLP-1-receptoragonist bij aanvang (p = 0,15 en 0,51 resp.). De UACR verminderde met finerenon ongeacht gebruik van een GLP1-receptoragonist bij aanvang.3

SGLT2-remmers

De HR voor de samengestelde cardiovasculaire uitkomsten waren 0,87 (95%-BI 0,79-0,96) zonder en 0,67 (0,42-1,07) met SGLT2-remmer en voor de samengestelde nieruitkomsten 0,80 (0,69-0,92) zonder en 0,42 (0,16-1,08) met SGLT2-remmer. Finerenon verminderde de UACR met 37% bij patiënten met SGLT2-remmer en met 31% bij patiënten zonder SGLT2-remmer.4 

Retinopathie

DR verhoogt het risico op cardiovasculair overlijden, niet-fataal myocardinfarct, niet-fatale beroerte en hHF. In FIDELITY had 40% van de deelnemers DR. Met finerenon daalde het risico op de samengestelde cardiovasculaire uitkomsten bij patiënten met en zonder DR met 14% (resp. HR 0,86; 95%-BI 0,76-0,91 en HR 0,86; 0,74-1,00).

De risicoreductie op samengestelde renale uitkomsten was met DR 25% (HR 0,75; 95%-BI 0,61-0,91) en zonder DR 21% (HR 0,79; 0,65-0,97). In de ReFineDR-studie waren er met finerenon minder zichtbedreigende gebeurtenissen en waren minder interventies nodig om DR te behandelen.5

Obesitas

In een subanalyse van FIDELITY bleek obesitas – verhoogde taille-heupverhouding (WHR) van ≥ 0,85 bij vrouwen en ≥ 0,9 bij mannen – het effect van finerenon op de cardiovasculaire uitkomsten niet te beïnvloeden. Ook was het effect van finerenon op nieruitkomsten consistent, ongeacht de WHR-categorie (aanzienlijk toegenomen (HR 0,76; 95%-BI 0,65-0,87) of niet-substantieel verhoogd (HR 0,88; 0,54-1,43; p = 0,53)).

Bronnen:
1. Mineralcorticoid receptor overactivation: Novel approach to treatment of mult-organ impact with finerenone’. EASD 2022, 22 september.

2. Rossing P, Burgess E, Agarwal R, et al. Finerenone in patients with chronic kidney disease and type 2 diabetes according to baseline HbA1c and insulin use: an analysis from the FIDELIO-DKD Study. Diabetes Care. 2022 Apr 1;45(4):888-897. 

3. Rossing P, Agarwal R, Anker S, et al. Efficacy and safety of finerenone in patients with chronic kidney disease and type 2 diabetes by GLP-1RA treatment: A subgroup analysis from the FIDELIO-DKD trial. Diabetes Obes Metab. 2022 Jan;24(1):125-134.

4. Rossing P, Anker S Filippatos G, et al. Finerenone in patients with chronic kidney disease and type 2 diabetes by sodium-glucose cotransporter 2 inhibitor treatment: the FIDELITY Analysis. DOI:

5. Rossing P, Anker S, Garweg J, et al. Effect of finerenone on occurrence of vision-threatening events in patients with DR. Diabetes 2022;71(Supplement_1):826-P.

6. Bilings LK, Anker S, Bakris G, et al. Cardiorenal and safety outcomes with finerenone in patients with obesity, CKD and type 2 diabetes. EASD 2022, oral presentation 618.