CRB1-gerelateerde retinale dystrofieën: de relatie tussen genotype en fenotype

Delen via:
EURETINA 2026

CRB1-gerelateerde retinale dystrofieën vormen een spectrum van aandoeningen, met als belangrijkste maculadystrofie, staaf-kegeldystrofie, retinitis pigmentosa en congenitale amaurose van Leber (ernstige retinadystrofie met vroege aanvang). Het CRB1-gen komt in drie isoformen voor: A, B en C. Een nieuwe studie vond meerdere correlaties tussen genotype en fenotype;hetgeen onder andere nuttig is bij het ontwerpen van klinische trials.1

Ana Rodriguez-Martinez, kinderoogarts en onderzoeker in Londen, bestudeerde in een retrospectieve studie de correlaties tussen het genotype en fenotype bij patiënten met biallelische varianten in het CRB1-gen. Ze selecteerde hiervoor gegevens van 389 patiënten uit 49 internationale cohorten. Aangezien er een grote variatie bestond in de gehanteerde diagnostische criteria voor de indeling in fenotypes, maakten Rodriguez-Martinez en een collega volgens gestandaardiseerde criteria een onderverdeling in de belangrijkste vier fenotypen.

Rodriguez-Martinez vond bijna 200 varianten die waarschijnlijk pathogeen waren.2 Verder bleek dat de ernst van het ziektebeeld afhing van de getroffen isoform en het eiwitdomein. Varianten die de CRB1-B-isovorm spaarden, hingen samen met de mildere fenotypen: maculadystrofie en staaf-kegeldystrofie. Varianten die zorgden voor veranderingen in het transmembraan- of intracellulaire domein van het eiwit hingen samen het meest ernstige fenotype, congenitale amaurose van Leber

Rodriguez-Martinez deelde ook de resultaten van een observationele studie gedurende 24 maanden bij 23 patiënten met CRB1-gerelateerde retinale dystrofieën. Doel was onder meer om nuttige uitkomstmaten te achterhalen voor klinische trials. Deze studie toonde aan dat de visus en de structuur van de retina na twee jaar min of meer hetzelfde waren. Daarentegen hadden de patiënten afnames in contrastgevoeligheid, maculafunctie zoals gemeten met microperimetrie en tritan-kleurenzicht.

Rodriguez-Martinez concludeerde dat het bij toekomstige klinische trials nuttig is om patiënten in te delen naar fenotype. Ook pleitte ze voor het gebruik van aanvullende functionele uitkomstmaten naast alleen de visus.

Bronnen:

  1. Rodriguez-Martinez AC. CRB1-retinopathies: from genotype toward trial endpoints. EURETINA 2026.
  2. Rodriguez-Martinez AC, Méjécase C, Tailor-Hamblin VK, et al. Genotype-Phenotype Correlations in CRB1-Retinopathies: Insights from Isoforms and Protein Domains Linked to Disease Severity. Ophthalmol Sci. 2025;6:101010. doi: 10.1016/j.xops.2025.101010.