Dupilumab geeft geen verhoogd risico op cutaan T-cellymfoom

Delen via:
EADV 2026

Dupilumab gaat niet samen met een hoger risico op cutaan T-cellymfoom (CTCL) of andere lymfoïde maligniteiten.1 Dat geldt voor patiënten met constitutioneel eczeem en voor patiënten met andere type 2-ontstekingsziekten.

“Het risico van de onderliggende ziekte of vroege mycosis fungoides die voor constitutioneel eczeem (CE) wordt aangezien, lijkt de meest waarschijnlijke verklaring voor het ontstaan of verergeren van CTCL na het starten van dupilumab”, zegt dermatoloog en onderzoeker Khalaf Kridin van het Galilee Medical Center (Israël). Die casereports leidden in 2024 tot een retrospectief onderzoek dat zelfs een ruim viermaal hogere kans op CTCL vond bij CE-patiënten die dupilumab gebruikten (OR 4,1003, 95%-BI 2,055-8,192).2

Betere match

Maar dat onderzoek vergeleek gebruikers van dupilumab ook met patiënten met milde CE. Ook matchte het alleen op leeftijd en zijn oddsratio’s gemeld in plaats van hazardratio’s. In dit onderzoek zijn 7.840 CE-patiënten vanuit dezelfde database 1:1 vergeleken met patiënten die dupilumab of een andere systemische behandeling kregen. Er is gematcht op basis van demografie, comorbiditeit en eerdere behandeling. In een tweede groep zijn 16.926 paren met een niet-dermatologische type 2-ontstekingsziekte vergeleken. Bij die ziekten is verwarring met CTCL namelijk onwaarschijnlijk.

Bij CE was het risico op CTCL met dupilumab niet significant verhoogd ten opzichte van andere systemische therapie (HR 1,04; 95%-BI 0,62-1,73). Bij de andere type 2-ontstekingsziekten was het beeld vergelijkbaar (CTCL: HR 0,36; 95%-BI 0,14-1,03). CE gaf, ongeacht de behandeling, wel een sterk verhoogd CTCL-risico ten opzichte van controles (HR 9,46). Bij andere type 2-ontstekingsziekten was dat risico veel kleiner (HR 1,38).

Geruststelling

Kridin: “U kunt gerust dupilumab blijven voorschrijven als effectief en veilig middel. Wees wel alert bij CE die begint op volwassen leeftijd, en ernstig of therapieresistent is, en bij erytrodermie zonder atopische voorgeschiedenis. En reageert een patiënt niet op dupilumab of krijgt hij een paradoxale opvlamming, sluit dan eerst CTCL uit.”

Bronnen:

  1. Kridin K. Risk of cutaneous T-cell lymphoma and lymphoid malignancies with dupilumab: a propensity-matched cohort study across atopic dermatitis and other type-2 inflammatory diseases. EADV 2026, oral presentation FC01.1H.
  2. Hasan I, Parsons L, Duran S, et al. Dupilumab therapy for atopic dermatitis is associated with increased risk of cutaneous T cell lymphoma: a retrospective cohort study. J Am Acad Dermatol. 2024;91:255-58.