Bij chronische migraine (CM) én medicatieovergebruikshoofdpijn (MOH) kan eptinezumab het aantal migrainedagen helpen verminderen tijdens het onttrekken van pijnstillers en triptanen. Dat blijkt uit de dubbelblinde fase IV-studie RESOLUTION. Daarnaast tonen subgroepanalyses aan dat dit effect in verschillende Europese landen aanwezig is, waarbij Nederland een bijzondere positie inneemt.
De internationale fase IV-studie RESOLUTION is een dubbelblind, gerandomiseerd, placebogecontroleerd onderzoek van 12 weken. Volwassenen tussen de 18 en 75 jaar met CM en MOH werden 1:1 gerandomiseerd in een behandelconditie, waarbij ze intraveneus 100 mg eptinezumab kregen toegediend, en een placebogroep. In beide condities kregen de deelnemers voorafgaand aan de toediening voorlichting over MOH en over het afbouwen van acute medicatie. De onderzoekers voerden subgroepanalyses uit voor verschillende, voornamelijk Europese landen. Specifiek is gekeken naar de verandering tussen week 1 en 12 in het maandelijkse aantal migrainedagen (MMD) en de verandering tussen week 1 en 12 in het maandelijkse aantal dagen waarop patiënten acute medicatie gebruikten (MAMD).
De dataset bevatte in totaal 602 deelnemers. In de totale steekproef nam het MMD statistisch significant meer af in de behandel- dan in de placeboconditie (-7,4 versus -4,5; p < 0,0001). Hetzelfde gold voor het MAMD (-11,2 versus -7,8; p < 0,0001). Subgroepanalyses werden uitgevoerd voor onder andere Denemarken, Frankrijk, Italië, Nederland en Spanje. In alle landen waren de patronen grotendeels vergelijkbaar met de totale populatie wat betreft MMD- en MAMD-dalingen. Deelnemers uit Nederland hadden in beide condities de grootste afname in het gebruik van acute medicatie, waaruit blijkt dat voorlichting kan bijdragen aan vermindering van medicatieovergebruik. Tegelijkertijd verschilden beide condities in Nederland het meeste wat betreft de daling in het MMD: die was fors groter in de behandel- dan in de placeboconditie. Dat betekent dat eptinezumab extra voordeel biedt ten opzichte van alleen voorlichting in het verminderen van het MMD.
Bron: