Er bestaat indirect bewijs voor een rol van oxytocine in de pathofysiologie van migraine, maar directe ondersteuning via humane studies ontbreekt. Bewijs komt in ieder geval niet uit een nieuwe klinische trial, waarin de oxytocinereceptorantagonist atosiban gemiddeld evenveel migraineaanvallen opwekte als een placebo.1
Verschillende indirecte bewijsstukken suggereren dat oxytocine een rol speelt in de pathofysiologie van migraine. Zo hebben vrouwen met migraine vaker een aanval aan het einde van hun menstruatiecyclus, wanneer de oestrogeen-, progesteron- en oxytocinespiegels laag zijn. Oxytocinereceptoren komen tot expressie in weefsels die een rol spelen bij migraine: de trigeminuszenuw en vasculair glad spierweefsel. Bovendien toont steeds meer onderzoek aan dat het hormoon interacteert met CGRP-paden. Direct bewijs ontbreekt echter en daar wilden Mira Fitzek en haar collega’s verandering in brengen.
Ze deden een gerandomiseerde, placebogecontroleerde, dubbelblinde cross-overstudie met 3 groepen: vrouwen met episodische migraine zonder aura (n = 20), mannen met episodische migraine zonder aura (n = 20) en gezonde vrouwen (n = 20). Alle vrouwen slikten hormonale anticonceptie om stabiele oestrogeen- en progesteronspiegels te garanderen.
De deelnemers kregen eerst een injectie met de oxytocinereceptorantagonist atosiban of met een placebo. Bij een tweede bezoek aan de kliniek, minimaal 1 week later, kregen ze de andere stof toegediend. Na beide injecties hielden de proefpersonen een hoofdpijndagboek bij. De primaire uitkomstmaat was het verschil tussen atosiban en placebo in het aantal migraineachtige aanvallen tot 12 uur na de injectie.
Anders dan verwacht was het aantal migraineachtige aanvallen in geen van de 3 onderzochte groepen groter na toediening van atosiban dan na de placebo. Fitzek gaf als mogelijke verklaring dat oxytocine geen directe invloed heeft op het ontstaan van een migraineaanval, maar een modulerende rol speelt. Daarnaast kan het nulresultaat voortkomen uit een te kleine steekproef of uit farmacokinetische eigenschappen van atosiban, namelijk een kortdurende werking en beperkte passage van de bloedhersenbarrière.
Bron: