Een meting van de lichtreflex van de pupillen is een belangrijk onderdeel van het repertoire van de neuroloog bij patiënten met veranderingen in bewustzijn na acuut hersenletsel. Ook een latere fase van deze pupilreactie, namelijk als de lamp weer uit is, biedt belangrijke informatie, zo blijkt uit nieuw onderzoek.
Deense onderzoekers waren geïnteresseerd in een late fase van de pupilreactie, die optreedt nadat het licht weer uit gaat. Hun hypothese was dat deze late ‘light off response’ of LOR, informatie oplevert over de cognitieve reserve van de patiënt, die niet naar voren komt bij standaard pupilonderzoek. Meer specifiek bepaalden ze de late LOR-latentietijd: de tijd die de pupil nodig had om de helft van de oorspronkelijke diameter te bereiken, minimaal 3 seconden nadat het licht uitging.
De deelnemers aan het prospectieve longitudinale onderzoek waren 250 patiënten met een verminderd bewustzijn door traumatisch of niet-traumatisch hersenletsel. De patiënten lagen op een intensivecareafdeling en ondergingen dagelijks neurologisch onderzoek, waaronder geautomatiseerde pupillometrie. Dit duurde maximaal 20 dagen. Gedurende deze periode bepaalden de onderzoekers de mate van bewustzijn op basis van de FOUR (Full Outline of UnResponsiveness)-score. Ze voerden statistische analyses uit met als voorspeller late LOR-latentietijd en als uitkomstvariabele de FOUR-score op verschillende dagen, waarbij is gecontroleerd voor onder andere de FOUR-score bij een nulmeting en wel of geen toepassing van sedatie.
De late LOR-latentietijd hing niet samen met de mate van bewustzijn op dezelfde dag, maar voorspelde in patiënten zonder sedatie wél een herstel in het bewustzijn 7 dagen later. Daarentegen voorspelden standaard pupilmetingen, waaronder de neurologische pupilindex en de latentietijd van de pupilreflex, geen latere verbetering van het bewustzijn. De onderzoekers concluderen dat een intacte late LOR-latentietijd samenhangt met betere vooruitzichten qua herstel van het bewustzijn bij patiënten zonder sedatie.
Bron: