Bij patiënten met vroegstadium RET-positief niet-kleincellig longcarcinoom (NSCLC) vermindert adjuvant selpercatinib het risico op progressie, recidief of overlijden. Dat blijkt uit de primaire resultaten van de fase III LIBRETTO-432-studie.1
RET-fusies komen voor bij 1-2% van de patiënten met NSCLC. Patiënten met gevorderd of gemetastaseerd RET-positief NSCLC konden al worden behandeld met selpercatinib op basis van de LIBRETTO-431-studie. De LIBRETTO-432-studie onderzocht het effect van deze doelgerichte therapie bij patiënten met vroegstadium RET-positief NSCLC (stadium IB-IIIA).
De onderzoekers randomiseerden 151 patiënten na een curatief bedoelde primaire behandeling (chirurgie of radiotherapie, met of zonder systemische adjuvante therapie) naar maximaal 3 jaar adjuvant selpercatinib of een placebo. De gepresenteerde analyse richtte zich op de patiënten met stadium II-IIIA ziekte (n = 109).
Na een mediane follow-up van respectievelijk 24 en 27 maanden was de mediane eventvrije overleving (EFS) nog niet bereikt in de selpercatinib-groep, terwijl deze in de placebogroep 31,8 maanden bedroeg (HR 0,172). Na twee jaar bedroeg de geschatte EFS 91,5% in de selpercatinib-groep tegenover 61,1% in de placebogroep.
Het veiligheidsprofiel was consistent met eerdere onderzoeken. De meest voorkomende ernstige bijwerkingen waren verhogingen van leverenzymen. De bijwerkingen waren veelal beheersbaar met behulp van dosisaanpassingen of tijdelijke onderbreking van de behandeling.
Volgens de onderzoekers laten de resultaten zien dat adjuvant selpercatinib bij patiënten met vroegstadium RET-positief NSCLC een nieuwe standaardbehandeling vormt. Daarnaast onderstrepen de bevindingen het belang van moleculaire diagnostiek bij patiënten met longcarcinoom.
Bron: