In de late fase van de ziekte van Parkinson kunnen, ondanks optimale instelling op orale antiparkinsongeneesmiddelen, toch invaliderende onvoorspelbare motorische complicaties optreden. Een relatief nieuwe behandeloptie voor deze patiënten is continue subcutane foslevodopa/foscarbidopa-toediening. Recent onderzoek zoomt in op de effectiviteit en veiligheid van deze behandeling in een realworld-setting.
Het gaat om een prospectief observationeel onderzoek naar patiënten in een gevorderde fase van de ziekte van Parkinson. Zij werden gedurende 6 maanden behandeld met subcutane foslevodopa/foscarbidopa, waarbij er metingen plaatsvonden vlak voor de start en na 1, 3 en 6 maanden. De onderzoekers stelden de mate van motorische complicaties vast aan de hand van de UPDRS III, IV en beweegdagboeken, en de mate van dyskinesie aan de hand van de UDysRS. Ook gebruikten ze diverse gevalideerde schalen voor een evaluatie van niet-motorische symptomen, en berekenden ze de totale levodopa-equivalente dagdosis (LEDD).
De 45 patiënten die deelnamen waren gemiddeld 62,3 jaar bij de start van de behandeling, hadden een ziekteduur van 13,0 jaar en een gemiddelde LEDD van rond de 1200 mg/dag. 1 op de 5 patiënten stopte met de behandeling, met als belangrijkste reden huidreacties. De 36 patiënten die de behandeling voortzetten, hadden na 6 maanden significante afnamen in hun scores op de UPDRS IV en UDysRS, en in het dagelijkse aantal uren ‘on’-tijd met dyskinesie. Het dagelijkse aantal uren ‘on’-tijd zonder dyskinesie nam juist significant toe. Opvallend was dat de UPDRS III-score significant toenam en dat de ‘off’-tijd niet significant afnam. Verder verbeterden sommige niet-motorische symptomen, waaronder slaap, en nam de totale LEDD toe.
De onderzoekers concluderen dat subcutane foslevodopa/foscarbidopa-toediening bij deze relatief korte behandelduur een verbetering geeft in motorische complicaties en enkele niet-motorische symptomen, maar dat de behandeling niet voor alle patiënten geschikt is en dat onderzoeken met een langere follow-upduur nodig zijn om inzicht te krijgen in de effecten op de langere termijn.
Bron: