De Emma Neuroscience Group en het Alzheimercentrum van Amsterdam UMC – in samenwerking met de KNVB – onderzochten het effect van koppen op de hersenen. Deze HEADLINE-studie voegt belangrijke kennis toe aan eerdere onderzoeken op dit gebied. Voor het eerst is in een realistische setting – een oefenwedstrijd in categorie A van het amateurvoetbal – het directe effect van koppen op de hersenen inzichtelijk gemaakt. De resultaten zijn nu gepubliceerd in JAMA Neurology1. Jort Vijverberg en Marloes Hoppen aan het woord.
Naar het effect van koppen tijdens voetbal is vaker onderzoek gedaan. Bekende voorbeelden zijn de Schotse FIELD-studie uit 2019 en het Columbia University onderzoek uit 2024/25. “Die eerdere onderzoeken vormen de aanleiding voor ons onderzoek”, zegt M.I. (Marloes) Hoppen, neurowetenschapper en onderzoeksleider van de HEADLINE-studie. “Eerder is vooral populatieonderzoek gedaan naar neurodegeneratieve aandoeningen bij oud-profvoetballers. Zulke populatiestudies worden gedaan aan het einde van het leven. Ze laten dan onder deze populatie een groter risico op het ontstaan van dementie zien dan onder de algemene populatie, maar het is lastig om te bepalen in hoeverre veelvuldig koppen hiervan de directe oorzaak is. Daarvoor zou je die profvoetballers eigenlijk jarenlang moeten volgen. Dat is vrijwel onmogelijk. Wat we wel kunnen doen – en wat dus de basis vormde voor onze studie – is de acute gevolgen van koppen in kaart brengen.”
Dr. E.G.B. (Jort) Vijverberg, neuroloog en directeur van Alzheimercentrum Amsterdam, vult aan: “Deze studie sluit aan bij onderzoek dat wij bij Alzheimercentrum Amsterdam al langer doen. We weten dat er een relatie is tussen repetitief hoofdimpact en dementie. Ook weten we dat dit risico groter is naarmate de klappen zich vaker voordoen en harder zijn, maar dat ook 1 hersenschudding al een verhoogd risico geeft. Maar waar die relatie bij boksers duidelijk is, is bij voetballers toch nog meer sprake van een grijs gebied. Vandaar onze studie in samenwerking met de KNVB.”
Studieopzet
Gekozen is voor de categorie A amateurvoetbal. “Een bewuste keuze vanwege de representativiteit van deze groep”, legt Hoppen uit. “Het niveau van A amateurvoetbal is hoger dan dat van de B-categorie, dus er zal ook meer in gekopt worden. De spelers zijn 18 jaar of ouder, de gemiddelde leeftijd is iets onder de 25 jaar.”
Wat een belangrijke rol speelde om het onderzoek mogelijk te maken, is dat zich veel ontwikkeling heeft voltrokken in de diagnostiek van hersenschuddingen en dementie. “Er zijn biomarkers gevonden die informatie geven over de processen die in de hersenen gaande zijn”, vertelt Hoppen. “Daarvan maken we gebruik door bij de teams die we in ons onderzoek betrokken hebben vooraf en na de wedstrijd bloed af te nemen om die biomarkers voor en na te kunnen vergelijken. Tijdens wedstrijden werden de spelers gefilmd om het aantal en type kopballen in kaart te kunnen brengen per speler, om de dosis-responsrelatie te kunnen onderzoeken. De instructie was: speel gewoon een oefenwedstrijd, en kop niet tijdens de warming-up. Bij spelers die hiervoor toestemming gaven, hebben we een extra meetmoment toegevoegd door 24 tot 48 uur later nogmaals bloed af te nemen.”
Onderzoeksuitkomst
De belangrijkste uitkomst uit het onderzoek is dat na koppen inderdaad sprake is van een toename van de biomarkers. “Hierbij zien we ook een dosisrelatie”, zegt Hoppen, “hoe meer een speler kopte, hoe groter die toename is. Bij ‘high impact’-momenten, dus ballen die voor het koppen van een afstand van meer dan 20 meter komen, is die toename zelfs al na 1 keer meetbaar.”
Het is een duidelijke bevestiging van de al bestaande zorgen over de gevaren van het koppen. “Er is weliswaar sprake van normalisatie op het extra meetmoment, maar dit betekent niet dat de hersenen dan ook hersteld zijn”, verklaart Hoppen. “Het zou ook kunnen dat we kijken naar een soort stofwolken die weer neerdalen, maar waarbij de schade nog steeds aanwezig is. Het is goed dat we onze hypothese – dat de impact van koppen effect heeft op de hersenen en dat minder koppen het risico op de gevolgen hiervan verkleint – bevestigd zien. Natuurlijk spreken wij als onderzoekers niet namens de KNVB, maar we weten wel dat die al langer bezig is met beleidsontwikkeling op dit gebied. In september 2025 heeft de voetbalbond nieuwe richtlijnen gepubliceerd. En de resultaten uit ons onderzoek geven nieuwe handvatten voor hun beleid.”
Meer grip krijgen
Hard bewijs voor een causaal verband tussen koppen en dementie is hiermee nog niet geleverd. “Er kan ook sprake zijn van normale dementie”, erkent Vijverberg. “Dat kunnen we echter alleen vaststellen bij donatie na overlijden. In ons Alzheimercentrum zullen we dan ook blijven meten wat er in de hersenen gebeurt. Niet alleen bij sporters, maar ook bij andere beroepen waarin repetitief hoofdimpact een rol kan spelen, zoals de politie. Wie 20 tot 30 jaar na die impact geheugenklachten krijgt, kan aan ons onderzoek deelnemen. We doen bloedonderzoek, maken hersenscans, gebruiken vragenlijsten en doen als het zinvol is ook een ruggenprik voor hersenvocht. Alles wat nodig is om meer grip te krijgen op wat er in de hersenen gebeurt. Onderzoek waaruit we pas op lange termijn evidence-based gevolgen kunnen trekken, maar we werken er dus wel aan om de brug tussen acuut gevolg en gevolg aan het einde van het leven te overbruggen.”
Zoals Hoppen al aangaf, is patiënten volgen over een groot aantal levensjaren hierbij geen optie. “Maar een tussenweg wel”, legt Vijverberg uit. “Onderzoek direct aan het einde van een carrière bijvoorbeeld. Er zijn wel wat creatieve mogelijkheden. Al speelt de bezuiniging van het huidige kabinet op wetenschappelijk onderzoek natuurlijk ook ons parten.”
Overtuigd
Hard bewijs voor causaal verband of niet, Vijverberg zegt wel overtuigd te zijn van de evidentie voor de relatie tussen koppen en dementie. “Dat de repetitieve hoofdimpact tot dementie leidt staat voor mij wel vast”, zegt hij. “Wel blijf ik mij bij deze uitspraak nog steeds bewust van de balans van risicofactoren. Dus hoe het risico van koppen zich verhoudt tot zaken als roken en alcoholgebruik moet echt nog verder worden onderzocht. En aan de andere kant ben ik ook blij dat kinderen op het sportveld staan, want bewegen draagt bij aan hun gezondheid.”
Ziet hij ook een relatie tussen koppen en andere ziekten? “Parkinson niet zozeer”, zegt hij. “Bij boksen vermoeden we de relatie wel, al is de impact van de repetitieve hoofdimpact daarbij anders. Het is daar beschadiging van de hersenstam die een rol speelt. Verder zijn er enkele studies die wijzen op een relatie tussen koppen en ALS, maar ook bij die ziekte spelen andere factoren een rol.”
Vervolgstudies
Hoppen en Vijverberg durven geen uitspraak te doen over de vraag of de resultaten van de HEADLINE-studie 1-op-1 te vertalen zijn naar vrouwen. “Er zijn studies die laten zien dat vrouwen meer klachten hebben na een hersenschudding en daarvan langer moeten herstellen”, zegt Hoppen. “Gesuggereerd wordt dat dit te maken kan hebben met minder goed ontwikkelde nekspieren, wat ook iets zou kunnen zeggen over het effect van koppen op hun hersenen.”
Vijverberg nuanceert: “De hersenen van vrouwen zijn wel anders dan die van mannen door hun hormonaal systeem. Vrouwen hebben ook een hoger risico op dementie dan mannen. Veel aanwijzingen dat het effect van koppen bij vrouwen anders kan zijn dan bij mannen dus.” Maar de KNVB heeft de ambitie de samenwerking te vervolgen. “En onderzoek naar het effect van koppen bij vrouwen is een van de eerste dingen waarvoor we het toegezegde geld voor vervolgonderzoek willen gebruiken”, zegt Hoppen.
Voor onderzoek bij kinderen in het voetbal bestaan ook plannen, maar die zijn nog minder concreet. “De grootste zorg ligt toch bij de professionals, besluit Hoppen, “want bij hen is sprake van blootstelling gedurende de hele carrière.”
Referentie:
- Hoppen M, Königs M, Teunissen C, et.al. Amateur soccer heading and acute elevations in blood-based p-Tau217 and S100B. JAMA Neurology published online May 18 2026. Doi: 10.1001/jamaneurol.2026.1224.