Bestaande medicijnen die al worden gebruikt voor andere aandoeningen kunnen mogelijk een nieuwe rol spelen in de behandeling van artrose. Dat blijkt uit het promotieonderzoek van Michelle Heijman, die onlangs promoveerde aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
De huidige behandelingen kunnen klachten bij artrose verlichten, maar ze remmen het ziekteproces niet. Er is daarom behoefte aan nieuwe behandelopties maar het ontwikkelen van nieuwe medicijnen is een langdurig en kostbaar traject. Heijman onderzocht daarom of hergebruik van medicijnen voor andere aandoeningen een waardevolle aanvulling kan zijn op de behandeling van artrose. Uit dit onderzoek bleek dat er al ruim vijftig middelen onderzocht zijn.
Colchicine, een medicijn tegen jicht, is hier een voorbeeld van. De bevindingen suggereren dat langdurig gebruik samenhangt met een verminderd risico op de noodzaak van een nieuwe knie of heup. Ook werd gevonden dat langdurig, consequent en recent gebruik leidt tot een lager risico op het krijgen van een diagnose knie- of heupartrose.
Of dergelijke behandelingen uiteindelijk in de praktijk toegepast kunnen worden, hangt onder meer af van snelle goedkeuring door autoriteiten, de kosten voor de maatschappij, vergoeding vanuit de basisverzekering en controle op de werking, veiligheid en dosering bij individuele patiënten.
Bron: