Deense onderzoekers beschrijven in The Lancet Obstetrics, Gynaecology, & Women’s Health de relatie tussen migraine en pre-eclampsie en observeerden daarbij een gedeeld genetisch risico.
Olafur Davidsson en collega’s combineerden gegevens uit het Deense medische geboorteregister en het nationale patiëntenregister, aangevuld met vragenlijst- en genetische gegevens. Alle vrouwen die ten minste 1 zwangerschap ≥ 20 weken hadden doorgemaakt, waren geboren in Denemarken en ≥ 15 jaar waren bij hun eerste bevalling in de periode 1997-2020, kwamen in aanmerking.
Er werden 258.946 vrouwen opgenomen in het populatiecohort; 229.485 in de analyse van het risico op pre-eclampsie tijdens de eerste zwangerschap, 138.072 in de analyse van het risico op recidief pre-eclampsie en 239.051 in de analyse van het risico op migraine. Daarnaast werden 20.710 vrouwen opgenomen in het vragenlijstcohort en meegenomen in de analyse van de associatie tussen pre-eclampsie en migraine. Het genetische cohort bestond uit 70.784 vrouwen, van wie er 47.237 werden meegenomen in de analyse van de polygene risicoscore.
Migraine was geassocieerd met een verhoogd risico op pre-eclampsie bij een eerste zwangerschap (n = 229.485; OR 1,32) en met recidief pre-eclampsie (n = 5057; OR 1,32). Omgekeerd was pre-eclampsie geassocieerd met het starten van een behandeling met antimigrainemedicatie (n = 239.051; HR 1,29). De resultaten van het vragenlijstonderzoek bevestigden deze bevindingen. Ook vonden de onderzoekers significante associaties tussen het risico op pre-eclampsie en polygene risicoscores voor migraine (OR 1,12) en voor ernstige, terugkerende hoofdpijn (1,09).
Toekomstig onderzoek zou gericht moeten zijn op het ontrafelen van de gedeelde biologische mechanismen, aldus de auteurs.
Bron: