CLL-behandeling verschuift: meer focus op strategie en latere lijnen

Delen via:

De behandeling van chronische lymfatische leukemie (CLL) ontwikkelt zich in hoog tempo. Nieuwe doelgerichte middelen dringen chemo-immunotherapie naar de achtergrond. Hoe lang en in welke volgorde de verschillende doelgerichte middelen gegeven moeten worden, staat nog ter discussie. Tegelijkertijd ontstaat een nieuwe uitdaging: wat te doen met patiënten die alle beschikbare opties al hebben gehad?

“De eerstelijnsbehandeling van CLL is inmiddels best goed”, zegt dr. M.D. (Mark-David) Levin, internist-hematoloog in het Albert Schweitzer Ziekenhuis in Dordrecht. “Maar uiteindelijk krijgen veel patiënten toch een recidief, en dan hebben we minder goede behandelingen. En als je daarna wéér een recidief krijgt, dan wordt het nóg minder goed. Uiteindelijk kun je tegen een muur aanlopen.”

Nieuwe eerstelijnsstudies

Hoewel de eerstelijnsbehandeling dus vrij goed is, zoekt men toch naar verbetering. Inmiddels is de HOVON-507 van start gegaan, waarin een combinatie van pirtobrutinib en venetoclax in de eerste lijn wordt vergeleken met obinutuzumab en venetoclax, om in kaart te brengen of de combinatie van pirtobrutinib en venetoclax nog beter is. Ook start binnenkort een internationale eerstelijnsstudie waarin acalabrutinib-venetoclax wordt vergeleken met zanubrutinib-sonrotoclax (BGB-11417-304). Nederland participeert in deze studie via een HOVON-associated studie.

“Acalabrutinib met venetoclax is internationaal al een soort standaardbehandeling”, weet Levin. “Die is door de EMA goedgekeurd, maar in Nederland nog niet vergoed.” Daartegenover staat de combinatie van zanubrutinib met sonrotoclax, een nieuwe BCL2-remmer. “Voor die combinatie zijn we als Nederland ook al aangesloten geweest bij een eerdere studie, waarin die werd vergeleken met obinutuzumab-venetoclax”, zegt Levin. Die eerdere studie is inmiddels afgerond. De resultaten worden pas over ongeveer anderhalf jaar verwacht.
“Met name die sonrotoclax is interessant”, vindt Levin. “We hebben in die groep eigenlijk maar 1 middel, venetoclax. Uit de fase I-studies lijkt sonrotoclax beter, maar dat is nog nooit aangetoond.” De nieuwe studie moet duidelijk maken of die belofte wordt waargemaakt. Zo ja, dan zou dat implicaties kunnen hebben voor de eerstelijnsbehandeling.

Studies in latere lijnen

Naast deze eerstelijnsstudie starten er nog 2 HOVON-associated studies, gericht op patiënten die al meerdere behandelingen hebben gehad. “Er is de afgelopen 10-15 jaar heel veel vooruitgang geboekt. Maar daardoor krijgen we nu ook een nieuwe groep patiënten: mensen die alle beschikbare behandelingen al hebben gehad.”
In deze studies staat een nieuwe klasse middelen centraal: BTK-degraders. Deze doelgerichte middelen breken het BTK-eiwit af en schakelen zo een belangrijk groeisignaal in B-cellen uit. Ze worden vergeleken met bestaande behandelopties. In de ene studie is dat pirtobrutinib (BGB-16673-304), in de andere een mix van behandelingen zoals chemo-immunotherapie of idelalisib (BGB-16673-302).
“Bij deze patiënten sta je eigenlijk een beetje met je rug tegen de muur”, zegt Levin. “Dus het is heel fijn dat dit soort studies er zijn.” Opvallend is dat de controlearm in Nederland soms al een verbetering betekent. “Pirtobrutinib is hier nog niet vergoed. Dus zelfs de controlearm kan voor patiënten beter zijn dan wat we nu standaard kunnen geven.”

Immuuntherapie slimmer inzetten

De enige lopende ‘echte’ HOVON-studie naar CLL is momenteel de HOVON-165. Deze richt zich op patiënten met recidief CLL en onderzoekt de combinatie van epcoritamab met venetoclax.

Epcoritamab is een bispecifieke antistof die het immuunsysteem activeert. Maar juist dat immuunsysteem is bij CLL vaak verstoord. “Dus als je CLL-patiënten een behandeling geeft die afhankelijk is van het immuunsysteem, werkt die vaak minder goed.” De studie probeert dat probleem te ondervangen met een tweetrapsstrategie. “Als je eerst de ziekte heel ver terugdringt met venetoclax, dan verbetert de afweer. Dan zou zo’n immuuntherapie beter kunnen werken.”
Een vergelijkbare benadering wordt onderzocht in de aankomende HOVON-180-studie (ODYSSEUS), waarin epcoritamab wordt gecombineerd met pirtobrutinib. “Daarmee kijken we of je via een andere route misschien nog meer activatie van het immuunsysteem krijgt”, aldus Levin. Beide studies moeten uiteindelijk leiden tot een fase III-vergelijking met de huidige standaardbehandeling in de recidiefsetting: venetoclax-rituximab.

HOVON-159: gericht op behandelvolgorde

Een andere lopende studie is de HOVON-159, die zich richt op patiënten die eerder behandeld zijn binnen de HOVON-139 of -140 met venetoclax en een anti-CD20-antistof. “In die studie geven we acalabrutinib met venetoclax”, licht Levin toe. “We willen een heel uniform behandelde patiëntengroep hebben om te kijken wat die combinatie dan doet.” De studie heeft als doel ongeveer 60 patiënten te includeren en is inmiddels vergevorderd. “Er zitten nu meer dan 50 patiënten in, dus dat loopt goed.”
Volgens Levin raakt deze studie aan een fundamenteel probleem in de CLL-zorg: het gebrek aan kennis over optimale behandelvolgordes. “We geloven nu vaak dat je beter een andere klasse kunt geven dan herhalen wat iemand net gehad heeft”, zegt hij. “Maar eigenlijk weten we dat niet zo goed.”

Real-world data: welke volgorde werkt het best?

Om daar meer inzicht in te krijgen, wordt parallel gewerkt aan een observationeel onderzoek via IKNL. “We zijn bezig om te kijken hoe behandelingen de afgelopen 10-15 jaar zijn gegeven, en welke behandelvolgorde welk effect heeft gehad.” Dat is methodologisch uitdagend, erkent Levin, maar de aantallen zijn groot. “Er zijn jaarlijks duizenden CLL-patiënten en die leven vaak lang. Dus je hebt best veel data, maar je moet inderdaad wel goed groeperen.”

Tijdelijk versus continu behandelen

Niet alleen in latere lijnen, maar ook in de eerste lijn verschuift de aandacht van nieuwe middelen naar behandelstrategie. De lopende CLL17-studie (HOVON-500) vergelijkt continue behandeling met ibrutinib met tijdgebonden combinaties. “Het idee was: is het beter om een jaar lang een combinatie te geven, of jarenlang een tablet?” zegt Levin.
Deze non-inferioriteitsstudie heeft 3 armen: een continue behandeling met ibrutinib monotherapie en 2 tijdgebonden behandelstrategieën van 1 jaar – enerzijds ibrutinib in combinatie met venetoclax, anderzijds obinutuzumab met venetoclax. In een interim-analyse na 3 jaar werd geen verschil gezien in progressievrije of algehele overleving tussen de behandelarmen, zo deelden de onderzoekers op het jaarcongres van de American Society of Hematology (ASH). “Dat zou pleiten voor liever een jaar behandelen dan continu”, aldus Levin. Hij benadrukt wel dat het definitieve oordeel nog moet volgen. “Het primaire eindpunt ligt na 5 jaar, dus het is nog de vraag of dat zo blijft.”

Kwaliteit van leven

Naast effectiviteit krijgt ook kwaliteit van leven steeds meer aandacht. In de GAIA-/CLL13-studie (HOVON140) werd onder andere gekeken naar dit aspect bij verschillende behandelstrategieën.

Levin: “Wat je ziet, is dat bij chemo-immunotherapie of bij de combinatie van 3 doelgerichte middelen de kwaliteit van leven uiteindelijk wel verbetert – maar dat duurt langer dan bij 2 doelgerichte middelen.” Dat maakt de keuze complexer. “De afweging wordt: wil je de ziekte zo lang mogelijk onder controle houden, of wil je zo snel mogelijk weer een beetje normaal leven hebben?” Het gesprek met de patiënt staat hierbij centraal.

Discussie over chemo-immunotherapie

Ondanks alle nieuwe ontwikkelingen is de rol van ‘ouderwetse’ chemo-immunotherapie nog onderwerp van discussie. “Er zijn dokters die dat nog steeds een goed alternatief voor alle patiënten vinden”, zegt Levin. “Ook omdat je dan een lijn behandeling achter de hand houdt.” Zelf staat hij daar anders in. “Ik hoop dat we chemo-immunotherapie alleen nog geven aan patiënten waarvan we zeker weten dat ze er niet slechter van worden. Bijvoorbeeld patiënten met een gemuteerde IGVH-status, waarbij we natuurlijk ook wel de toxiciteit van RFC – rituximab, fludarabine en cyclofosfamide – in aanmerking moeten nemen. En dat we voor de rest gewoon de nieuwere behandelingen gebruiken.”

Toegang tot middelen

Een terugkerend knelpunt is de beschikbaarheid van nieuwe geneesmiddelen in Nederland. “De meeste landen om ons heen hebben een veel sneller vergoedingssysteem”, zegt Levin. Dat heeft directe gevolgen voor de praktijk. Middelen die internationaal al standaard zijn, zijn hier soms nog niet beschikbaar.
Bij middelen die wél vergoed worden, pleit Levin ervoor om kosten niet alsnog leidend te maken in individuele behandelkeuzes. “Die afwegingen worden landelijk gemaakt, waarbij uitgebreid naar kosteneffectiviteit wordt gekeken. Als een middel uiteindelijk beschikbaar komt, is daar al een kosteneffectiviteitsoverweging aan voorafgegaan. Wij kennen de landelijke prijsonderhandelingen niet, en daarom is het mijns inziens een vreemde gedachte dat je als behandelaar denkt het beter te weten dan degenen die bij dat uitvoerige proces betrokken waren.”

Nieuwe klasse voor behandeling van MM-patiënten vanaf tweede lijn

apr 2026

Lees meer over Nieuwe klasse voor behandeling van MM-patiënten vanaf tweede lijn

CLL-behandeling verschuift: meer focus op strategie en latere lijnen

apr 2026 | Leukemie

Lees meer over CLL-behandeling verschuift: meer focus op strategie en latere lijnen

Meer hart- en vaatziekten na diagnose hematologische maligniteit

apr 2026 | Hartfalen, Leukemie, Lymfoom, MDS, MM, Myocardinfarct

Lees meer over Meer hart- en vaatziekten na diagnose hematologische maligniteit

ATG-gebaseerde behandeling bij oudere en jongere volwassenen met aplastische anemie

apr 2026 | Benigne hematologie

Lees meer over ATG-gebaseerde behandeling bij oudere en jongere volwassenen met aplastische anemie

Lisocabtagene maraleucel bij gerecidiveerd of refractair marginale zone lymfoom

apr 2026 | Lymfoom

Lees meer over Lisocabtagene maraleucel bij gerecidiveerd of refractair marginale zone lymfoom

Herziening richtlijn Late effecten na hodgkinlymfoom en DLBCL

apr 2026 | Borstkanker, Longoncologie, Lymfoom

Lees meer over Herziening richtlijn Late effecten na hodgkinlymfoom en DLBCL

Gevorderd CTCL: van richtlijn naar realiteit

15 jan 2026 om 19:30 | Lymfoom

Lees meer over Gevorderd CTCL: van richtlijn naar realiteit

De (r)evolutie van target therapie in AML

2 dec 2025 om 20:00 | Leukemie

Lees meer over De (r)evolutie van target therapie in AML

AML-richtlijn video-educatie

17 nov 2025 | Leukemie

Lees meer over AML-richtlijn video-educatie

Vaccinatie van de Hematologische Patiënt: Van Richtlijn naar Praktijk

9 okt 2025 om 20:00 | Vaccinatie

Lees meer over Vaccinatie van de Hematologische Patiënt: Van Richtlijn naar Praktijk

FLT3-gemuteerde AML

1 jul 2025 | Leukemie

Lees meer over FLT3-gemuteerde AML

CMV – oh jee wat moet ik ermee?

1 mei 2025 | Niertransplantatie, Virale infecties

Lees meer over CMV – oh jee wat moet ik ermee?

AIHA: Diagnostiek en Management van Auto-Immuun Hemolyse

10 apr 2025

Lees meer over AIHA: Diagnostiek en Management van Auto-Immuun Hemolyse

Video-educatie CLL-richtlijn

1 apr 2025 | Leukemie

Lees meer over Video-educatie CLL-richtlijn

Hersenbloedingen in nieuw perspectief:
het belang van TIME=BRAIN en het couperen van antistolling

2 dec 2024 om 20:00 | Neuro-vasculair

Lees meer over Hersenbloedingen in nieuw perspectief:
het belang van TIME=BRAIN en het couperen van antistolling

E-learning flow cytometry immunophenotyping in cutaneous T-cell lymphoma

Lymfoom

Lees meer over E-learning flow cytometry immunophenotyping in cutaneous T-cell lymphoma

Hematoloog in ORANJE 2026

vrijdag 12 jun 2026 van 18:00 tot 21:45

Lees meer over Hematoloog in ORANJE 2026

Hematoloog op Schiermonnikoog 2026

zondag 13 dec 2026 t/m woensdag 16 dec 2026 | Benigne hematologie, Leukemie, Lymfoom, MDS, MM, MPN

Lees meer over Hematoloog op Schiermonnikoog 2026

Nog veel unmet needs op het gebied van hemofilie

okt 2024 | Benigne hematologie

Lees meer over Nog veel unmet needs op het gebied van hemofilie

Gewrichtsschade voorkomen bij mensen met hemofilie cruciaal

okt 2024 | Benigne hematologie

Lees meer over Gewrichtsschade voorkomen bij mensen met hemofilie cruciaal

Vrouwen en bloedingsziekten behoeven bijzondere aandacht

okt 2024 | Benigne hematologie

Lees meer over Vrouwen en bloedingsziekten behoeven bijzondere aandacht

Mentale gezondheid bij hemofilie moet niet onderschat worden

okt 2024 | Benigne hematologie

Lees meer over Mentale gezondheid bij hemofilie moet niet onderschat worden

Seksualiteit onmisbaar onderdeel van de zorg rond hemofilie

okt 2024 | Benigne hematologie

Lees meer over Seksualiteit onmisbaar onderdeel van de zorg rond hemofilie

Fysiotherapie en beweging belangrijk voor alle hemofiliepatiënten

okt 2024 | Benigne hematologie

Lees meer over Fysiotherapie en beweging belangrijk voor alle hemofiliepatiënten

Seksueel functioneren vormt onderdeel van QoL, óók bij hemofilie

okt 2024 | Benigne hematologie

Lees meer over Seksueel functioneren vormt onderdeel van QoL, óók bij hemofilie

Optimale balans in zorg en dagelijks leven met hemofilie A binnen bereik

okt 2024 | Benigne hematologie

Lees meer over Optimale balans in zorg en dagelijks leven met hemofilie A binnen bereik

In de spotlights: de ziekte van Glanzmann

okt 2024 | Benigne hematologie

Lees meer over In de spotlights: de ziekte van Glanzmann

cTTP Podcast: Herken acute TTP, denk verder dan het klassieke beeld

apr 2026

Lees meer over cTTP Podcast: Herken acute TTP, denk verder dan het klassieke beeld

Podcast CMV-infectie: Microbiologie

nov 2024 | Niertransplantatie, Transplantatie, Virale infecties

Lees meer over Podcast CMV-infectie: Microbiologie

Podcast CMV-infectie: Klinische farmacologie

nov 2024 | Niertransplantatie, Transplantatie, Virale infecties

Lees meer over Podcast CMV-infectie: Klinische farmacologie

Podcast CMV-infectie: Solide orgaantransplantatie

nov 2024 | Niertransplantatie, Stamceltransplantatie, Virale infecties

Lees meer over Podcast CMV-infectie: Solide orgaantransplantatie

Podcast CMV-infectie: Hematologie

nov 2024 | Niertransplantatie, Stamceltransplantatie, Virale infecties

Lees meer over Podcast CMV-infectie: Hematologie

Multidisciplinaire podcastserie: CMV-infectie;
Diagnostiek en management na transplantatie

jun 2024 | Niertransplantatie, Stamceltransplantatie, Virale infecties

Lees meer over Multidisciplinaire podcastserie: CMV-infectie;
Diagnostiek en management na transplantatie

Behandeling AML, de verpleegkundig specialist

okt 2020

Lees meer over Behandeling AML, de verpleegkundig specialist

Podcast Hematology App

jul 2020

Lees meer over Podcast Hematology App

Stamceltransplantatie bij AML

apr 2020 | Transplantatie

Lees meer over Stamceltransplantatie bij AML

MedNet Hematologie 2026-01

mrt 2026

Lees meer over MedNet Hematologie 2026-01

MedNet Hematologie 2025-06

dec 2025

Lees meer over MedNet Hematologie 2025-06

MedNet Hematologie 2025-05

nov 2025

Lees meer over MedNet Hematologie 2025-05

MedNet Hematologie special CAR T

nov 2025

Lees meer over MedNet Hematologie special CAR T

MedNet Hematologie 2025-04

sep 2025

Lees meer over MedNet Hematologie 2025-04

MedNet Hematologie 2025-03

jul 2025

Lees meer over MedNet Hematologie 2025-03

MedNet Hematologie 2025-02

mei 2025

Lees meer over MedNet Hematologie 2025-02

MedNet Hematologie 2025-01

feb 2025

Lees meer over MedNet Hematologie 2025-01

MedNet Hematologie 2024-06

dec 2024

Lees meer over MedNet Hematologie 2024-06

Cell-of-Origin subtype voorspelt effectiviteit van polatuzumab vedotin bij DLBCL

mrt 2026 | Lymfoom

Lees meer over Cell-of-Origin subtype voorspelt effectiviteit van polatuzumab vedotin bij DLBCL

Bispecifieke antilichamen vóór CAR T-celtherapie lijkt gunstigere behandelvolgorde bij DLBCL

mrt 2026 | Lymfoom

Lees meer over Bispecifieke antilichamen vóór CAR T-celtherapie lijkt gunstigere behandelvolgorde bij DLBCL

Pola-R-CHP behoudt kwaliteit van leven bij eerstelijnsbehandeling van DLBCL

mrt 2026 | Lymfoom

Lees meer over Pola-R-CHP behoudt kwaliteit van leven bij eerstelijnsbehandeling van DLBCL

Het DLBCL-dossier: de laatste stand van zaken

feb 2026

Lees meer over Het DLBCL-dossier: de laatste stand van zaken

STARGLO bevestigt langdurig voordeel glofitamab plus GemOx bij R/R DLBCL

jan 2026 | Lymfoom

Lees meer over STARGLO bevestigt langdurig voordeel glofitamab plus GemOx bij R/R DLBCL

Nieuw kostenmodel brengt economische impact van DLBCL in Nederland in kaart

jan 2026 | Lymfoom

Lees meer over Nieuw kostenmodel brengt economische impact van DLBCL in Nederland in kaart

Nieuw transcriptioneel profiel verfijnt DLBCL-classificatie

jan 2026 | Lymfoom

Lees meer over Nieuw transcriptioneel profiel verfijnt DLBCL-classificatie

Nieuwe fase in de behandeling van folliculair lymfoom

dec 2025 | Lymfoom

Lees meer over Nieuwe fase in de behandeling van folliculair lymfoom

BTK-remmer pirtobrutinib in R/R mantelcellymfoom

okt 2022

Lees meer over BTK-remmer pirtobrutinib in R/R mantelcellymfoom