Uit onderzoek van Beaufort en collega’s blijkt dat het wel degelijk uitmaakt welke methode wordt gebruikt voor het afnemen van surveillancebiopsieën bij patiënten met barrettoesofagus. Voor grotere biopten kan het best de enkele bioptmethode met de ‘turn-and-suction’-techniek worden toegepast.
Er bestaan verschillende technieken voor het nemen van biopten voor de surveillance van barrettoesofagus, maar welke technieken de beste histopathologische kwaliteit opleveren, was tot dusverre onbekend. Onderzoekers uit de regio Utrecht vergeleken de resultaten van de methode waarbij 1 versus 2 biopten worden genomen per passage van de forceps en van de ‘advance-and-close’ versus de ‘turn-and-suction’-techniek. De studie bestond uit 2 delen, beide met de grootte van het biopt als primaire uitkomstmaat. De eerste deelstudie was een multicenter trial waarin 107 patiënten met barrettoesofagus (1.024 biopsieën) werden gerandomiseerd naar 4 groepen: dubbel + advance-and-close (n = 26), dubbel + turn-and-suction (n = 27), enkel + advance-and-close (n = 27) of enkel + turn-and-suction (n = 27).
Uit de analyses bleek dat de enkele methode biopten opleverde die 25% groter waren dan de dubbele methode (3,34 mm2; 95%-BI 3,10-3,57 vs. 2,68 mm2; 95%-BI 2,45-2,92; p < 0,001). Ook met de ‘turn-and-suction’-techniek waren de biopten gemiddeld groter dan met de ‘advance-and-close’-techniek (3,08 mm2; 95%-BI 2,85-3,31 vs. 2,95 mm2; 95%-BI 2,72-3,19; p = 0,44). Biopten waren het grootst in de groep enkel + turn-and-suction: 3,54 mm2 (95%-BI 3,22-3,86).
De tweede deelstudie was een implementatiestudie met metingen vóór (46 patiënten; 288 biopsieën) en na (44 patiënten; 256 biopsieën) implementatie van de optimale biopsiemethode: enkel + turn-and-suction. Na het toepassen van deze strategie bleek de grootte van de biopten met 18% te zijn toegenomen, van 3,31 mm2 (95%-BI 2,95-3,68) naar 3,90 mm2 (3,50-4,29; p = 0,03).
Bron: