Recent is de NHG-Standaard Obesitas volledig herzien.1 Drs. M.H.J. (Marc) Huls, kaderhuisarts diabetes, mede-auteur van deze NHG-Standaard en van de Multidisciplinaire Richtlijn ‘Overgewicht en obesitas bij volwassenen’,2 is blij met de herziening. “De nieuwe standaard biedt concrete handvatten om echt het verschil te maken voor patiënten met obesitas, om stappen te zetten naar toekomstbestendige eerstelijnszorg en naar meer plezier in ons vak.”
De belangrijkste wijzigingen op een rij:
-
De rol van de huisarts bij kinderen met obesitas is duidelijker beschreven. De huisarts heeft een signalerende rol om vervolgens te verwijzen naar passende zorg binnen het sociaal domein (meestal de jeugdgezondheidszorg) of naar de kinderarts.
-
Er is meer aandacht voor de verschillende oorzaken van obesitas en de diagnostiek.
-
Voor de diagnostiek wordt de online tool Checkoorzakenovergewicht.nl geadviseerd
-
Het Gewichtsgerelateerd Gezondheidsrisico (GGR), dat bepaald wordt op basis van BMI en buikomvang/comorbiditeit, is toegevoegd als criterium om het beleid te bepalen.
-
Bij een selecte groep volwassenen met obesitas is er plaats voor medicatie wanneer zij een jaar lang een gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) gevolgd hebben. Het voorschrijven van gewichtsreducerende medicatie is facultatief.
“Het was hoog tijd voor een update”
Mede-auteur en kaderhuisarts Huls licht de wijzigingen binnen de recent herziene NHG-Standaard Obesitas toe. “De vorige versie van de NHG-Standaard Obesitas is inmiddels 15 jaar oud. Nu ongeveer 50% van de bevolking overgewicht heeft en zo’n 18-19% obesitas, is de urgentie hoog”, zegt Huls. “De NHG-standaard kiest er expliciet voor om de focus te leggen op obesitas, en positioneert overgewicht meer als een maatschappelijk probleem. Dat maakt het voor ons huisartsen beter behapbaar. Obesitas is namelijk een poortziekte naar veel andere aandoeningen. Door obesitas al in een vroeg stadium aan te pakken, ben ik ervan overtuigd dat dit leidt tot een lagere ziektelast en uiteindelijk ook tot een vermindering van de werkdruk in de huisartsenpraktijk.”
Regiefunctie
De huisarts heeft vooral een regiefunctie. De standaard verduidelijkt de rol van de huisarts bij signalering, diagnostiek en vervolgbeleid, en beschrijft wanneer gewichtsreducerende medicatie of verwijzing naar de tweede lijn op zijn plaats is. Dat zal met name richting een gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) zijn. “Ook een belangrijk punt”, zegt Huls, “we verwijzen niet op basis van alleen BMI, maar op de combinatie van BMI en buikomvang en/of aanwezige comorbiditeiten. Samen bepaalt dit het Gewichtsgerelateerd Gezondheids Risico (GGR) van je patiënt. 2 Dat is voor mij essentieel.”
Huls ziet dat er steeds vaker patiënten naar de praktijk komen specifiek met vragen over obesitas. Daarnaast zijn er patiënten bij wie je als huisarts merkt dat hun klacht mede wordt veroorzaakt door obesitas. “De standaard benadrukt dat we dit bespreekbaar moeten maken en geeft hier handvatten voor”, zegt Huls. “Richt je op de gewichtsgerelateerde klachten. Ik geloof echt dat de huisarts kan fungeren als hefboom. Met relatief weinig inspanning – door laagdrempelig het gesprek aan te gaan over het gewicht – kunnen we veel bereiken.”
Signaleren
Volgens de standaard hebben huisartsen bij kinderen expliciet meer verantwoordelijkheid. Huls: “Wat is er nu mooier dan voorkomen dat een kind obesitas ontwikkelt? Het aantal kinderen met overgewicht en obesitas neemt de afgelopen 10, 20 jaar toe; die trend moet gekeerd worden, of op zijn minst gestopt. Deze kinderen ervaren op jongere leeftijd al problemen en als volwassenen nog meer. Bij kinderen is de richtlijn daarom proactiever dan bij volwassenen: je bespreekt overgewicht en obesitas niet alleen bij klachten of specifieke vragen, maar eigenlijk altijd. De meeste jonge kinderen zijn al in beeld bij wijkteams en het consultatiebureau; wij hebben een signalerende rol en zijn het vangnet voor de kinderen die ‘er tussendoor vallen’.”
Kinderen worden tot de leeftijd van 6 jaar gevolgd door de jeugdgezondheidszorg (JGZ). Daarna verdwijnen zij enkele jaren uit beeld, totdat er rond de leeftijd van 10 jaar opnieuw contact plaatsvindt. Hierdoor ontstaat er een gat in de monitorende functie van de JGZ. Huls: “In deze tussenliggende periode kan de huisarts een belangrijke rol vervullen in het monitoren van de ontwikkeling en gezondheid van deze kinderen, aangezien wij jaarlijks ongeveer 80% van deze populatie zien.”
Medicatie
“Vergeleken met de vorige standaard hebben we nu veel meer mogelijkheden dankzij de GLI’s en de beschikbare medicatie”, vertelt Huls. “Toch is het advies niet direct een behandeling te starten wanneer een patiënt zich meldt met een vraag over obesitas, of wanneer je zelf obesitas ter sprake brengt in het kader van een andere hulpvraag, zoals knieartrose. Start eerst met zorgvuldige diagnostiek: bepaal de factoren die bijdragen (Comorbiditeit Obesitas, COO), bepaal de BMI, meet de middelomtrek bij een BMI <35, kijk naar aanwezigheid van comorbiditeiten, verricht labonderzoek en bepaal de GGR. Op basis daarvan maak je een behandelplan en overweeg je zo nodig verwijzing, bijvoorbeeld naar een GLI of bariatrie. Pas wanneer na een jaar GLI onvoldoende resultaat wordt behaald, kan medicatie worden overwogen.”
In de NHG-standaard wordt medicatie daarom wel genoemd, maar terughoudend: pas na een jaar GLI met onvoldoende resultaat, komen mensen hiervoor in aanmerking.3 “Medisch gezien is het goed te onderbouwen om patiënten in de ernstige GGR-groepen al bij de start van de GLI medicatie te geven”, licht Huls toe. “Maar omdat dit (nog) niet wordt vergoed, kiest de standaard hier pragmatisch niet voor.”
Chronische ziekte
Het mooie is dat we als huisartsen niet alleen staan, vervolgt Huls. “Wanneer een patiënt vragen over obesitas heeft, of ik constateer dat het verstandig is iets te doen, verwijst de standaard naar checkoorzakenovergewicht.nl van het Erasmus MC. Dit is een eenvoudig te gebruiken online tool, gebaseerd op wetenschappelijk onderbouwde algoritmes, die de oorzaken en de factoren die overgewicht en obesitas in stand houden, in kaart brengt. Het is daarmee echt een steun in de rug voor huisartsen. Omdat het zo goed in elkaar zit, omdat het tijd bespaart en, ook belangrijk, omdat het een stukje van het stigma op obesitas kan wegnemen. Wanneer patiënten de informatie op die website lezen, ervaren ze een stuk erkenning dat hun overgewicht geen kwestie is van zwakte of gebrek aan wilskracht. Het is een chronische ziekte waardoor afvallen echt moeilijk is. Die erkenning is voor veel mensen heel belangrijk.”
Verschil maken
“De NHG-standaard geeft ons handvatten om echt iets te betekenen voor de gezondheid en de kwaliteit van leven van mensen met obesitas en daar kun je als huisarts of praktijkondersteuner veel voldoening uit halen”, concludeert Huls. “Het gaat er niet om alles zelf te doen, maar om regie te nemen, vandaag nog. Begin met het gesprek, vraag toestemming, gebruik tools, bepaal en bespreek het GGR. Richt je niet alleen op de BMI, maar op het hele plaatje van GGR, en merk hoe je stap voor stap het verschil kunt maken.”
Bronnen: