Hiv en comorbiditeit – erfenissen uit het verleden en uitdagingen voor de toekomst

Delen via:

De introductie van combinatie antiretrovirale therapie (cART) midden jaren ’90 heeft geleid tot een indrukwekkende verbetering van de prognose van hiv-patiënten. Daarmee is hiv veranderd van een dodelijke ziekte naar een chronische, behandelbare aandoening met een goede prognose. De verbeterde levensverwachting brengt echter ook met zich mee dat de huidige patiënten ‘ouderdomsziekten’ gaan ontwikkelen.

Daarnaast nemen sommige gedane zaken geen keer: cART-geassocieerde toxiciteit en naweeën van hiv-gerelateerde aandoeningen hebben invloed op de gezondheid, levensverwachting en kwaliteit van leven van mensen die de diagnose al jaren geleden kregen. De focus van het huidige wetenschappelijk onderzoek ligt dan ook op de preventie van comorbiditeit gerelateerd aan het gebruik van cART en de hiv-infectie zelf.

Hiv en leverziekten: medicatie, virussen en vet

Ondanks de therapeutische ontwikkelingen van de laatste jaren, zijn leverziekten de belangrijkste orgaanspecifieke doodsoorzaak bij hiv-patiënten. De uitingen van lever-gerelateerde morbiditeit bij hiv-patiënten lopen mee met de ontwikkelingen van de hiv-pandemie. Initieel waren de meeste problemen gerelateerd aan opportunistische infecties, maar met het beschikbaar komen van cART verschoof de aandacht naar hepatotoxiciteit en virale hepatitiden.

De laatste jaren zijn de therapeutische mogelijkheden voor de behandeling van hepatitis C (HCV) en hepatitis B (HBV) sterk toegenomen. Het mortaliteitsrisico voor een patiënt die de diagnose hiv/HBV-co-infectie kreeg na het jaar 2002 is ongeveer de helft van het risico van dezelfde patiënt die voor dat jaar de diagnose kreeg. De daling in het mortaliteitsrisico is het meest uitgesproken als het gaat om de lever-gerelateerde mortaliteit. Een en ander is het gevolg van het beschikbaar komen van tenofovir disoproxil fumarate (TDF) met activiteit tegen zowel hiv als HBV en de vermindering in het gebruik van meer hepatotoxische middelen, zoals stavudine en didanosine. In deze analyse van het ATHENA-cohort bleek echter dat in 2017 een relevant percentage van de hiv/HBV-patiënten een suboptimale of zelfs geen anti-HBV-therapie meer kreeg.

Het succes van de huidige beschikbare middelen tegen HBV en HCV heeft ertoe geleid dat ‘non-alcoholic fatty liver disease’ (NAFLD) aan het uitgroeien is tot de belangrijkste leverziekte bij hiv-patiënten. In het algemeen lijkt de prevalentie van NAFLD ook hoger te liggen dan in de algemene populatie en er wordt verondersteld dat de pathofysiologie bij hiv anders is. Dit laatste was in het verleden met name terug te voeren op insulineresistentie door hiv-gerelateerde immuunactivatie en bijwerkingen van cART; tegenwoordig neemt het gemiddelde BMI in de hiv-positieve populatie toe en zullen de traditionele risicofactoren voor NAFLD de overhand nemen.

Hiv en botziekten: pathofysiologie

De prevalentie van osteoporose bij hiv-patiënten is hoog. Naast het frequent voorkomen van traditionele risicofactoren, is ook het gebruik van TDF geassocieerd met een verminderde botdichtheid. Als alternatief is sinds enige jaren de variant tenofovir alafenamide (TAF) op de markt, waarvan is aangetoond dat een switch van TDF naar TAF resulteert in een toename van de botdichtheid. Dit verschil is terug te voeren op de lagere systemische tenofovir (TFV) expositie, maar het exacte mechanisme is onbekend. Eerder onderzoek toonde aan dat TFV resulteert in inhibitie van de calcium-sensing receptoren (CaSR) in de bijschildklieren, waardoor er een dissociatie optreedt tussen serum calciumwaarden en de waarden van het parathyreoïd hormoon (PTH). Deze dissociatie vertaalt zich erin dat op het moment dat de concentratie TFV hoger wordt, er een stijging van het PTH wordt gezien – hetgeen mogelijk resulteert in toename van de botresorptie. Deze theorie wordt ondersteund door de bevinding dat er een significante daling van het PTH optreedt op het moment dat patiënten switchen van TDF naar TAF. Deze observatie kan het gunstige profiel met betrekking tot botdichtheid van TAF verklaren. Verder onderzoek zal moeten aantonen of dit alom genoemde gunstige profiel zich ook daadwerkelijk vertaalt in minder fragiliteitsfracturen.

Hiv en longziekten: sequelae na pneumocystis jiroveci pneumonie

De rol van longziekten bij hiv is relatief onderbelicht, terwijl er zowel vroeg als laat in de hiv-infectie verschillende problemen kunnen optreden. Met name de pneumocystis jiroveci pneumonie (PJP) is een beruchte aandoening bij patiënten met een ernstig gestoorde afweer. De behandeling van PJP bestaat uit antimicrobiële therapie en corticosteroïden. Er is soms wat twijfel over het gebruik van corticosteroïden bij patiënten met een ernstige immuunstoornis, maar nieuw onderzoek toont geen nadelige effecten op de mate van immunologisch herstel. Wel is opvallend dat bijna 40% van de patiënten na een doorgemaakte PJP diffusiestoornissen houdt. De vraag die hieromtrent openstaat, is of dit residuale schade van een doorgemaakte PJP is, of dat dit is terug te voeren tot de hiv-infectie zelf en/of roken.

Conclusie

De successen van de behandeling van hiv zijn onmiskenbaar, maar leiden ook tot nieuwe uitdagingen bij de begeleiding en behandeling van patiënten. Het is zaak om ons bewust te blijven van effecten uit het verleden en de noodzaak om breder te blijven kijken dan de hiv-behandeling alleen.

De Promotie

Op 29 september 2020 promoveerde Berend van Welzen op het proefschrift getiteld HIV & Comorbidity in the era of modern antiretroviral therapy: Heritages of the past & challenges for the future. Promotor: prof. dr. I.M. Hoepelman. Copromotoren: dr. J.E. Arends en dr. T. Mudrikova. De promotie vond plaats aan de Universiteit Utrecht.

Verschillen in immuun- en bloedstollingssysteem in West-Europa en Tanzania

dec 2022 | Benigne hematologie

Lees meer over Verschillen in immuun- en bloedstollingssysteem in West-Europa en Tanzania

Blootstelling aan kinkhoest verbetert reactie op boostervaccin

dec 2022 | Bacteriële infecties, Vaccinatie

Lees meer over Blootstelling aan kinkhoest verbetert reactie op boostervaccin

Eerste hoogleraar klinische farmacometrie benoemd

dec 2022

Lees meer over Eerste hoogleraar klinische farmacometrie benoemd

CMV-infecties na transplantatie: wat kan er beter?

dec 2022

Lees meer over CMV-infecties na transplantatie: wat kan er beter?

Subsidieregeling voor innovatie in pandemiebestrijding

dec 2022 | Vaccinatie

Lees meer over Subsidieregeling voor innovatie in pandemiebestrijding

Ontregel het onderzoek

dec 2022

Lees meer over Ontregel het onderzoek

Webcast Immuuntherapie: herkennen van bijwerkingen en acties voor de niet-oncoloog

12 okt 2022 | Immuuntherapie

Lees meer over Webcast Immuuntherapie: herkennen van bijwerkingen en acties voor de niet-oncoloog

Autoinflammatoire aandoeningen

30 sep 2022

Lees meer over Autoinflammatoire aandoeningen

Vaccinatiezorg voor medische risicogroepen

11 aug 2022 | HIV

Lees meer over Vaccinatiezorg voor medische risicogroepen

Implementatie injectietherapie bij hiv

23 mei 2022 om 20:00 | HIV

Lees meer over Implementatie injectietherapie bij hiv

Vaatprothese infecties

16 dec 2021 om 20:30 | Bacteriële infecties

Lees meer over Vaatprothese infecties

Webcast Long covid: wat weten we, wat kunt u verwachten, wat kunt u doen?

10 nov 2021 om 20:30

Lees meer over Webcast Long covid: wat weten we, wat kunt u verwachten, wat kunt u doen?

The ART of Preventing Kidney Damage

12 apr 2021 om 20:00 | HIV, Virale infecties

Lees meer over The ART of Preventing Kidney Damage

Stollingsafwijkingen bij COVID-19; behandeling op de IC

30 nov 2020 om 20:30 | Benigne hematologie, Virale infecties

Lees meer over Stollingsafwijkingen bij COVID-19; behandeling op de IC
Er zijn geen e-learnings gevonden.
Er zijn geen bijeenkomsten gevonden.

Nieuwe vaccinatiestrategie verbetert humorale respons bij patiënten met ANCA-geassocieerde vasculitis

Lees meer
Lees meer over Nieuwe vaccinatiestrategie verbetert humorale respons bij patiënten met ANCA-geassocieerde vasculitis

MAU868 voor de behandeling van BK-virus bij niertransplantatiepatiënten

Lees meer
Lees meer over MAU868 voor de behandeling van BK-virus bij niertransplantatiepatiënten

Gebruik ocrelizumab of fingolimod verhoogt kans op COVID-19

Lees meer
Lees meer over Gebruik ocrelizumab of fingolimod verhoogt kans op COVID-19

Switchen naar doravirine effectief en goedkoper

Lees meer
Lees meer over Switchen naar doravirine effectief en goedkoper

Duurzame effectiviteit van switchen naar duotherapie met dolutegravir/lamivudine

Lees meer
Lees meer over Duurzame effectiviteit van switchen naar duotherapie met dolutegravir/lamivudine

Virologisch falen op langwerkend cabotegravir plus rilpivirine in kaart gebracht

Lees meer
Lees meer over Virologisch falen op langwerkend cabotegravir plus rilpivirine in kaart gebracht

Langwerkend cabotegravir plus rilpivrine effectief in real-world setting

Lees meer
Lees meer over Langwerkend cabotegravir plus rilpivrine effectief in real-world setting

Switchen naar dolutegravir voordelig bij virologisch falen

Lees meer
Lees meer over Switchen naar dolutegravir voordelig bij virologisch falen

Nieuwe studies wijzen richting meest optimale behandelstrategie met islatravir

Lees meer
Lees meer over Nieuwe studies wijzen richting meest optimale behandelstrategie met islatravir

Innovatie in de zorg

nov 2019

Lees meer over Innovatie in de zorg

MedNet Infectieziekten 2022-04

okt 2022

Lees meer over MedNet Infectieziekten 2022-04

MedNet Infectieziekten 2022-03

aug 2022

Lees meer over MedNet Infectieziekten 2022-03

MedNet Infectieziekten 2022-02

mei 2022

Lees meer over MedNet Infectieziekten 2022-02

MedNet Infectieziekten 2022-01

mrt 2022

Lees meer over MedNet Infectieziekten 2022-01